Montage naar beproefd recept

Waar moeten we Wilders’ debuut plaatsen? ‘Fitna’ staat in een traditie van agitprop tot reclame, die kijkers bestookt met botte en verfijnde middelen.

Wie een film maakt om iets aan te tonen – president Bush is een idioot, de wereld staat voor een milieuramp, de Koran is een fascistisch boek – houdt zich niet zozeer bezig met esthetiek als wel met de overtuigingskracht van zijn werk. De maker staat hiermee in een lange traditie van films, van agitprop tot reclame, waarin kijkers worden bestookt met de botste en meest verfijnde instrumenten die de cinema in ruim een eeuw ontwikkelde. Waar op de lijn van pakweg Sergei Eisenstein tot Michael Moore moeten we debuterend filmmaker Geert Wilders plaatsen?

Uit de eerste reeks beelden kunnen we meteen opmaken wat voor film zijn langverwachte Fitna is. Geen kunstzinnig gedoe met een gesluierde actrice en het geluid van zweepslagen, zoals in Submission van Theo van Gogh en Ayaan Hirsi Ali. We zien een ietwat aangepast koranvers, waarin wordt opgeroepen de vijanden van Allah vrees aan te jagen („terroriseren”, vertaalt Wilders) met „kracht en paardvolk”. Dan volgen beelden van de aanslag op het World Trade Center en op het station van Madrid. In de rook van een explosie verschijnt het gezicht van een islamitische voorganger die zegt: „Wat maakt Allah blij? Allah is blij als niet-moslims worden gedood.”

Fitna, volgens de aftiteling gemaakt door Wilders en ‘Scarlet Pimpernel’, is een ruim zestien minuten durende compilatie van vooral oude beelden. Eigen opnamen zien we niet in deze film, behalve misschien die Nederlandse mevrouw met haar boerka en wandelwagen. Verder zijn het vooral stukken van nieuwsuitzendingen en internetfilmpjes. Slim, want veel van die filmpjes zijn op het net geplaatst door (radicale) moslims; zo slaat Wilders hen de wapens voor protest uit handen. Het meest schokkende van die beelden is de onthoofding van een westerse gijzelaar door radicale moslims – het moment suprême is overigens uit de film gelaten.

Het archiefmateriaal is gemonteerd in een eigen volgorde om Wilders’ punt te maken: de Koran roept op tot geweld en de moslims gehoorzamen daaraan, ook in Nederland. Dat is een beproefde methode. Volgens het boek Nazi’s and the Cinema (Susan Tegel, 2007) is de sovjetfilmer Esfir Schub, niet toevallig van oorsprong een cutter, de eerste die zo te werk ging in haar film De val van de Romanov-dynastie (1927). Het meest beruchte voorbeeld in dit genre is Der ewige Jude (1940) van Fritz Hippler. Voor alle duidelijkheid: er is, behalve het suggestieve gebruik van bestaand beeldmateriaal en statistiek om de dreiging van de islam aan te tonen, geen enkele gelijkenis tussen dit antisemitische schotschrift en Fitna.

[Vervolg RECENSIE: pagina 3]

RECENSIE

Retoriek van Al Gore

[Vervolg van pagina 1] Hippler wilde aantonen dat Joden Untermenschen waren en combineerde daarom beelden van smerige Poolse getto’s met die van wriemelende ratten. In Fitna komen vrijwel alleen moslims in beeld als ze radicale uitspraken doen.

Wilders gaat niet voor de camera in debat met moslims, zoals de Britse atheïst Richard Dawkins dat met allerlei geestelijken deed voor zijn anti-religieserie The Root of All Evil (2006). Wilders komt überhaupt niet in beeld, behalve op een krantenfoto, wanneer hij door moslims wordt bedreigd. Een vergelijking met Michael Moore, die met Fahrenheit 9/11 de herverkiezing van George Bush wilde torpederen, gaat mank. Moore zet zijn grote lichaam en ironische stem veelvuldig in. Dat heeft vooral een komisch effect. Dat is nog een groot verschil met Fitna; daar valt geen humor in te bekennen.

De filmische retoriek van Wilders is niet die van de metafoor of de hyperbool, maar van de herhaling. Dit is het ritme: een koranvers waarin Joden en andere heidenen dood of marteling wordt beloofd, beelden van aanslagen door moslims, weerzinwekkende uitspraken van moslimleiders. En dan een nieuw vers. Dit ritme eindigt met de belofte dat de islam op zekere dag de wereld zal beheersen. Als dat met handenvol uitspraken is onderstreept, komt een tussentitel in beeld: ‘Nederland in de ban van de islam’. Daarna vooral veel krantenkoppen en statistieken met de groei van het aantal moslims in Nederland en Europa. De suggestie: nu zitten ze nog in hun Arabische dictaturen, morgen is Nederland zelf een islamitische dictatuur.

Fitna staat met zijn retorische methode dicht bij een film als An Inconvenient Truth van Al Gore. Deze hamert keer op keer zijn boodschap in het hoofd van de kijkers: de aarde gaat ten onder, we moeten nú iets doen. Een minder bekend voorbeeld is Harry Potter: Witchcraft Repackaged. Daarin probeert een Amerikaanse evangelische lobbygroep duidelijk te maken hoe schadelijk de inhoud van de boeken van J.K. Rowlings is. Kinderen keren zich af van God en gaan geloven in hekserij en magie – waarbij opvalt dat de makers daar zelf kennelijk ook in geloven. De conclusie is hier dezelfde als van Wilders: verbied die boeken. Of zoals Wilders aan het slot van zijn film de islamitische kijkers aanspoort: scheur op zijn minst de haatdragende verzen uit de koran.