Mens heeft recht op een waardig sterven

De euthanasiewetgeving is uitsluitend medisch van aard. Ook niet-medici moeten hulp mogen verlenen bij het sterven, vinden Eugène Sutorius en Wouter Beekman.

Mens heeft recht op een waardig sterven Tekening Rhonald Blommestijn Blommestijn, Rhonald

Het zelfgekozen moment van sterven van Hugo Claus – in het stadium van een nog niet ver gevorderde dementie – en de dood van de Française Chantal Sebire maken ons weer eens duidelijk hoe wezenlijk het is om over het eigen levenseinde te kunnen beslissen.

Of het nu gaat over euthanasie, palliatieve behandeling, het staken van een medische behandeling of het stoppen met eten en drinken – het gaat steeds over keuzes waarop we ons op een zinnige wijze willen voorbereiden.

De huidige euthanasiewet gaat uit van het medische perspectief. Het lijden van de patiënt staat centraal en alleen een arts mag stervenshulp verlenen.

Binnen dit perspectief voldoet de wet redelijk aan haar doelstellingen, hoewel wet en praktijk beperkingen opleveren bij dementie, psychiatrisch lijden en voor hen die het gevoel hebben ‘zichzelf te overleven’.

Deze beperkingen kunnen worden weggenomen wanneer het perspectief wordt verbreed van zuiver medisch tot een waarin het ‘onomkeerbaar verlies van persoonlijke waardigheid’ centraal staat. Hierbij zou stervenshulp – onder stringente voorwaarden – ook door niet-medici kunnen worden gegeven.

De in 2007 gepubliceerde evaluatie van de euthanasiewet geeft een overwegend positief beeld. De wet biedt een redelijk goede oplossing voor de wens tot levensbeëindiging van ernstig zieke en terminale patiënten. Toch zijn er tekortkomingen.

Artsen blijven op veilige afstand van de grenzen van de wet, waardoor de ruimte die de wet biedt niet wordt gebruikt. Het komt te vaak voor dat mensen tevergeefs om stervenshulp vragen, terwijl volledig aan de wettelijke eisen wordt voldaan.

Alleen zieke patiënten blijken voor stervenshulp in aanmerking te komen, waarbij het lijden kennelijk niet meer de basis voor besluitvorming vormt. Existentieel lijden valt vrijwel buiten de mogelijkheden.

De hulpvragende patiënt bevindt zich in een sterk afhankelijke positie. Terwijl de wet zware eisen stelt aan de inwilliging van het verzoek tot levensbeëindiging, is afwijzing daarvan op geen enkele wijze geregeld.

Deze tekortkomingen kunnen worden weggenomen als een breder perspectief wordt gekozen waarin niet het lijden maar het verlies van waardigheid centraal staat.

Voor zover het lot ons daartoe de ruimte laat, streven veel mensen ernaar om waardig te sterven. Soms wordt men geconfronteerd met de teloorgang van de waarde van het eigen leven of is er sprake van fysieke, sociale en emotionele ontluistering. We vatten deze teloorgang samen in het begrip ‘onomkeerbaar verlies van persoonlijke waardigheid’. Verlies van waardigheid blijkt uit onderzoek in veel gevallen een belangrijker reden voor het zelfgekozen levenseinde te zijn dan pijn of andere lijdensvormen.

Bij dit perspectief horen ook andere hulpverleners dan artsen. We doelen op geestelijke verzorgers, psychologen en anderen die ervaring hebben met vragen over verlies van identiteit en geestelijke ontluistering.

In de huidige euthanasiewet heeft de wetgever beoogd een balans te vinden tussen het uitgangspunt dat mensen hun leven zoveel mogelijk naar eigen inzicht kunnen inrichten en de verantwoordelijkheid van de overheid om het leven te beschermen. De balans slaat nu echter door naar de eerbied voor het leven. Zelfbeschikking speelt in de huidige wet een veel te bescheiden rol.

De NVVE vindt dat in de wetgeving een balans moet zijn tussen de zelfbeschikking van het individu en de plicht van de overheid om zorg te dragen voor zorgvuldigheid ten aanzien van het zelfgekozen levenseinde.

Bij het zelfgekozen levenseinde zijn drie verschillende routes te onderscheiden.

Bij de autonome route realiseert de persoon zijn zelfdoding zelfstandig, dus zonder dat hij een ander om hulp vraagt. De volgende manieren zijn hierbij mogelijk: stoppen met levensverlengende medische behandelingen, stoppen met eten en drinken of innemen van een dodelijke dosering van middelen.

Bij de hulpverleningsroute realiseert de persoon zijn zelfdoding met hulp van een niet-medische hulpverlener. De hulp betreft het verstrekken van dodelijke middelen.

In de medische route verleent een arts hulp bij het realiseren van de doodswens van de persoon, waarbij de volgende manieren mogelijk zijn: het toepassen van palliatieve sedatie, het verstrekken van dodelijke middelen. .

De autonome en de medische route zijn in Nederland wettelijk toegestaan. Maar de hulpverleningsroute is dat niet. De NVVE streeft ernaar deze mogelijkheid ook gelegaliseerd te krijgen.

Het kabinet heeft ervoor gekozen om de politieke discussie over stervensbegeleiding op slot te doen. Daarmee verdwijnen deze belangrijke maatschappelijke en ethische vragen echter niet.

Eugène Sutorius en Wouter Beekman zijn voorzitter en bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) die vandaag in Den Haag haar zevende lustrum viert.

    • Wouter Beekman
    • Eugène Sutorius