Melodie boven kracht

Het debuutalbum van zangeres Giovanca liet tien jaar op zich wachten. „Ik moest leren me te focussen.”

Giovanca: „Een bord boerenkool, ik begreep er weinig van.” Foto Merlin Daleman, bewerking studio NRC Handelsblad Nederland, Amsterdam, 25-03-08 Giovanca in Cafe Oslo. © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Enkele uren na het interview stuurt ze een sms’je: „Ik vergat te zeggen dat ik afgestudeerd orthopedagoog ben.” Zangeres, model, schrijver. De Nederlands/Antilliaanse Giovanca Ostiana (31) kent vele gedaanten. En, oh ja, orthopedagoog dus. Zelf heeft ze weinig moeite met haar verschillende identiteiten. Andere mensen hebben dat wel. „Ze willen duidelijkheid. Ik ben zwart, zing en hou van beats. Dus ik ben soul. En hiphop.”

Helemaal ongelijk hebben die andere mensen niet. Giovanca’s debuutalbum Subway Silence, dat vandaag verschijnt, is gevuld met lichtvoetige jazz, soul, beats en popsongs. De zangeres werkte bovendien jarenlang samen met muzikanten uit de soul- en hiphopscene. Zo zong ze met soulformatie Relax, bij rapper Typhoon en verzorgde ze de backing vocals bij de internationale soulster Jhelisa Anderson.

Giovanca leek dus voorbestemd voor een leven in achtergrondkoortjes – waar ze overigens niet op neerkijkt. „Ik hoef niet zo nodig leadzangeres te zijn. Als het een goede band is, speel ik desnoods triangel.” Maar toen ze vier jaar geleden zanger/producer Benny Sings tegen kwam, veranderde haar leven. Benny Sings, zegt ze, bracht een karakter in haar stem naar boven dat niemand nog had gehoord. „Ik kom uit de soultraditie. Grote stemmen, grote emoties, grote boodschap. Benny wist het kleine, het breekbare in mijn stem naar voren te halen. Melodie boven kracht.”

De samenwerking met Benny Sings resulteerde in een feelgood album, Subway Silence. Het is een album voor in de lente; niet voor niets luidt de eerste regel ‘sun is out ... finally’. Op de achtergrond kwetteren vogeltjes en rinkelen belletjes. Giovanca’s stem, immer ingetogen, huppelt daar overheen. Ze zingt over alledaagse dingen; hoe ze haar zomerjurk aantrekt, hoe ze haar liefje in haar armen houdt. Op Subway Silence kortom, is er geen vuiltje aan de lucht. Hooguit is de lucht een beetje te schoon.

Haar reputatie was

haar vooruit gesneld. Ze viel op als backing vocalist en in een duet met de jonge jazzzanger Wouter Hamel. Het Nationaal Popinstituut bombardeerde haar begin vorig jaar, in het project Mighty 8, tot een van de talenten van 2007. Maar het zou tot maart 2008 duren voordat haar eerste plaat uitkwam.

„Ik ben vanaf mijn negentiende bezig met muziek. Maar ik studeerde ook, werkte als model, schreef teksten. Ik kon me niet focussen. Daarvoor moest ik dertig worden. Toen ik op mijn leven terugkeek, zag ik een jongleur die vele ballen in de lucht probeert te houden. Ik besefte dat ik een keuze moest maken.”

In de Mighty 8, het muzikale project waar acht jonge zangeressen samen werden gepresenteerd, viel Giovanca op met haar soepele, zuivere stem. Maar ook trok ze de aandacht met haar trefzekere podiumpresentatie – hier stond geen beginneling. Die zelfverzekerde houding leerde ze van mode-ontwerper Mart Visser, in wiens shows ze regelmatig mee loopt. Van de ontwerper leerde ze dat de kracht van een vrouw in de vrouw zit – niet in de kleding, haren of make-up. „Mart zegt tegen zijn modellen: ‘Jullie zijn hier omdat jullie uniek zijn, niet omdat jullie een perfect lichaam hebben. Er zijn honderdduizend perfecte lichamen’. Hij heeft gelijk. Voel je je sterk en goed, dan baby, everything will look good on you!”

Haar ouders kwamen in de jaren

zeventig van Curaçao naar Nederland. Giovanca werd in Alkmaar geboren en groeide op in Amstelveen, „met salsa in mijn rechteroor en Minnie Ripperton in mijn linkeroor”. Misschien komt daar haar voorliefde voor tere stemmen vandaan; ook vroeger hield ze al meer van Minnie Ripperton en Roberta Flack dan van Aretha Franklin.

Op het gymnasium was ze een buitenbeentje. „Een bord boerenkool, een schoolreisje naar Rome; ik begreep er weinig van. Eerst had ik het niet door, maar ik was natuurlijk ook anders, een van de weinige zwarte kinderen op die school. Mijn ouders en ik woonden dan wel in Amstelveen, we gingen ook op bezoek bij familie in de Bijlmer. Van die wereld hadden mijn mede-scholieren geen idee.”

De hiphop bood uitkomst – hoewel suburb Amstelveen in de verste verte niet op de getto’s in Los Angeles leek. „Maar ik zag mensen van mijn kleur die populaire muziek maakten.” In de jaren die volgden, zou Giovanca ‘boze’ liedjes schrijven, over Afrika en ander wereldleed. Tegenwoordig heeft ze minder vragen, en houdt ze het liever klein. Misschien, zegt ze, maakt ze over twee jaar weer muziek vol idealen.

Ze had een zwart rolmodel kunnen worden. Ze heeft tenslotte alles mee: lijf en leden, hersenen en stem. Maar ze bedankt er voor. Natuurlijk, merkt ze op, woont ze gelukkig in Amsterdam, waar ze de verschillen tussen de mensen klein vindt. Want kijkt ze bijvoorbeeld naar de Verenigde Staten, dan ziet ze wel grote problemen. „Had ik in Amerika gewoond, dan had ik een andere, meer bewuste plaat gemaakt.”

Fragmenten van ‘Subway Silence’ zijn te horen op www.nrc.nl/kunst

    • Yaël Vinckx