Meer uitkeringen jonggehandicapten

Het aantal jonggehandicapten met een arbeidsongeschiktheidsuitkering (Wajong) is in 2007 met 7 procent gestegen tot 167.000. Als het beleid niet gewijzigd wordt, zijn dit er in 2030 ruim 380.000. Dit blijkt uit het jaarverslag van uitkeringsinstantie UWV over 2007, dat gisteren gepresenteerd werd.

Jongeren met een lichamelijke of verstandelijke beperking hebben vanaf hun achttiende recht op een Wajong-uitkering. De meesten van hen stromen in vanuit de bijstand of vanuit het onderwijs. Het UWV constateert dat deze groepen niet voldoende zijn voorbereid op de arbeidsmarkt. Ook zijn de mogelijkheden om toe te treden tot de arbeidsmarkt beperkt: de begeleiding bij het zoeken naar werk gaat pas van start wanneer de Wajong-uitkering wordt uitgekeerd. „Dan heeft diegene wel een inkomen, maar ook het stempel van de uitkering”, aldus UWV-bestuurder Annette Dümig. Dit kan nadelig zijn voor een latere carrière.

Van de mensen met een Wajong-uitkering tot 45 jaar heeft maar 25 procent een (deeltijd)baan. Van de anderen is circa de helft niet in staat om te werken wegens permanent verblijf in een instelling. De overige 38 procent zou wel kunnen werken volgens het UWV. Het uitkeringsinstituut wil zich speciaal op deze groep gaan richten. Tevens gaf bestuurslid Dümig aan dat de zorg en het onderwijs meer aandacht moeten besteden aan het voorbereiden van jonggehandicapten onder de 18 op de arbeidsmarkt. „We willen niet dat jongeren in een gat vallen tussen school en uitkering.”