Marvins mysterie

Hijzelf is de laatste die kan vertellen wat hij deed. Het is aan ons, toeschouwers, om te zeggen: kijk Marvin, hier kreeg je de bal, en zó passeerde je Jonathan de Guzman, en daarna ook nog, met je andere been, André Bahia, om vervolgens met alweer een ander been de bal hoog in het doel te trappen. Het was een slalom, Marvin, weet je nog? Ja, nu je het zegt, peinst de jonge voetballer: we waren al in blessuretijd en door die goal van mij won Sparta met 3-2 van Feyenoord. Tjonge.

Dat Marvin Emnes hard moet nadenken om zijn gloriemoment terug te halen, ligt niet aan zijn jonge leeftijd (negentien). Marco van Basten was 23 toen hij de Moeder aller Volleys uit zijn schoenen toverde, in die EK-finale die een jaar ouder is dan Marvin. De bal lag in het doel van de Sovjet-Unie, de gelukkige schutter liep langs de zijlijn met zijn arm in de lucht. Op de vraag van zijn medespelers hoe hij die bal in de goal had gekregen, antwoordde Van Basten naar waarheid: ik weet het niet.

Natuurlijk wist hij het niet. Net zo min als de amateur Michel Dreis wist wat hij een paar weken daarvoor had gedaan namens Quick Nijmegen: in een oefenwedstrijd tegen het Nederlands elftal de bal uit een hoge diagonale voorzet in één keer op de pantoffel nemen en hem naar de verre hoek jassen. Van Basten kopieerde dus een willekeurige amateur, en schreef historie. Niemand kent Michel Dreis nog, en dat hoeft ook niet. Het gaat erom dat superprofs en naamloze amateurs – en ook neoprofs als Marvin Emnes – ongeveer hetzelfde overkomt. Letterlijk. Van Basten gebruikte dat woord na het EK van 1988 veelvuldig: het overkwam hem.

Verklaringen schieten dus tekort om de wondergoal van Emnes een plaats te geven. Hij kreeg die bal en hij deed maar wat. Marco deed maar wat, Marvin deed maar wat. Het licht ging uit, alles werd even stil, doodstil, de wereld bevroor en toen enkele seconden later de stop weer werd omgezet en de lichten aangingen, alles weer op temperatuur kwam, bleek hij iets ongelooflijks te hebben verricht. Heel Spangen werd gek van vreugde. Alles met een rood-wit gestreept shirt wilde Marvin aanraken, alsof iets van de goddelijke ingeving nog aan zijn lijf zat. Marvin de Verlosser straalde. Voor het eerst in dertien jaar vertrok stadsrivaal Feyenoord met nul punten uit het Kasteel. En hij, de spits in opmars, de tweebenige dribbelaar uit Rotterdam-West, had het gedaan. Hoe? Waarom? Geen idee.

Sommige mysteries moet je niet ontrafelen. Je warmt je eraan, dat is genoeg.

    • Auke Kok