Liefde, wraak, geldzorgen – en toch zongen de Stones

Robert Greenfield: Exile on Main St. A Season in Hell with the Rolling Stones Da Capo Press, 258 blz. € 23,–

Robert Greenfield: Exile on Main St. A Season in Hell with the Rolling Stones Da Capo Press, 258 blz. € 23,–

De documentatie van popmuziek gedijt bij beperking. De levens van veel popmuzikanten zijn zo exuberant dat een enkele episode makkelijk als ‘pars pro toto’ kan dienen. Zo was het imposant hoe filmer Gus van Sant zanger Kurt Cobain portretteerde in de film Last Days (2005), gebaseerd op de laatste dagen voor zijn dood. En het is mooi dat auteur Robert Greenfield alle uitspattingen en bizarre wederwaardigheden uit de carrière van The Rolling Stones samenbalt in een monografie van een van hun beroemdste lp’s, Exile On Main St. uit 1972.

Toen Exile werd opgenomen was het leven van de Stones vol tegenstrijdigheden. Ze waren rijk, maar moesten iedere uitgave met een assistent bespreken; ze waren geliefd, maar hadden meer last dan lust van hun hofhouding van maffe vrienden; ze zouden een plaat opnemen, maar moesten eindeloos wachten tot de voorzieningen getroffen waren. Als je de chaos, ruzies en de – tijdens Exile beginnende – heroïneverslaving van Keith Richards beziet, is het een mirakel dat de sessies gruizige rocknummers hebben opgeleverd als ‘Happy’, ‘Rocks Off’ en ‘Sweet Virginia’, die nog altijd tot het het live-repertoire van The Stones behoren.

De dubbel-lp Exile On Main St. zou worden opgenomen in het dorpje Nellcôte aan de Franse Rivièra, in een door Richards gehuurde villa. De voortekenen waren niet gunstig: Jagger had net Keith bedrogen met Anita Pallenberg, tijdens de opnamen van de speelfilm Performance, en Keith nam wraak op de controlfreak Jagger door hem nu steevast te laten wachten. De Stones zaten ook verstrikt in financiële perikelen met ex-manager Allen Klein. En voordat er kon worden opgenomen moest de ‘eerste mobiele studio’ ter wereld worden geïnstalleerd. De vrachtwagen met apparatuur en kabels werd naast de villa geparkeerd, waar de vochtige kelder als opnameruimte diende. Elektriciteit werd getapt van een nabije lantaarnpaal, met als nadeel dat de Franse stroom nogal eens uitviel.

Er waren meer afleidingen: Mick Jaggers nieuwe echtgenote Bianca moest bevallen in Parijs, er was Keiths angst dat zijn zoon Marlon ontvoerd zou worden; er waren bezoekjes van gewapende Corsicaanse drugshandelaren, en drama’s als de zwaar verdoofde Keith en Anita die hun bed in brand lieten vliegen.

Zo kwam er van musiceren eerst niets terecht en toen er wel wat gebeurde leverde de twee weken durende jamsessie geen bruikbaar nummer op. Maar de technici die de groep al kenden, behielden hun vertrouwen. Net als bij Sticky Fingers’ (1971) leek het alsof niemand wist waar hij mee bezig was, maar uiteindelijk zou het toch allemaal samenvallen. Greenfield schreef het op als een suspense-verhaal, compleet met cliffhangers, en wat al te familiaire formuleringen als ‘our hero’. Maar de ontstaansgeschiedenis van Exile is levendig vastgelegd.

    • Hester Carvalho