Kijk, nu gaat-ie ontploffen

Drie islamitische scholieren kijken naar de film van Wilders. „En nou zegt-ie zeker dat het door ons komt.”

Fragmenten van de internetfilm van Geert Wilders. Foto’s Fotodienst NRC Handelsblad en Vincent Mentzel

Ilham Bouzian (16), Hicham Bourich (17) en Zaki Hammach (16) zitten vanochtend om kwart voor acht in een portiek naast de Hildegardis Mavo in Rotterdam. Ilham heeft Spits en Metro bij zich. Ze heeft gisteravond de hele avond met haar ouders naar nieuwsuitzendingen over de film Fitna van Wilders gekeken.

Hicham Bourich (17) moest tot tien uur werken bij Albert Heijn. Daarna heeft hij geprobeerd de film op internet te zien, maar dat lukte niet. Nu zitten ze met z’n drieën te kijken op een laptop. De les begint zo, ze zitten in de vierde. „Schokkend”, zegt Zaki Hammach (16) als hij het tweede vliegtuig in de torens in New York ziet vliegen. Bedoelt hij de film? „Nee, wat er met die mensen gebeurt in die gebouwen.”

„Déze vind ik vies”, zegt Ilham als mensen uit de toren vallen.

Zaki: „En nou zegt-ie zeker dat het door ons komt.” ‘Ie’ is Geert Wilders.

Hicham: „Ja precies, maar dat ís helemaal niet zo.”

Nu komen de Koranteksten in beeld.

Hicham: „Hij vertaalt de Koran, maar ik denk dat het niet klopt. Dat het zíjn vertaling is.”

Ilham: „Deze vind ik echt eng. Nou gaat hij zo zeggen dat joden zwijnen zijn.”

Hicham: „Ik zeg het toch: hij maakt zijn eigen verhaal.”

Er komt een peutermeisje dat zegt dat joden zwijnen zijn.

Ilham: „Een kind kán dat helemaal niet zeggen.”

Hicham: „Kijk, Theo van Gogh.”

Zaki: „Hé! Salah Edin!” Dat is een rapper.

Hicham: „Nee, joh. Salah Edin líjkt op Mohammed B.”

Ilham: „Nee het ís hem. Dat staat hier.” Ze bladert in haar kranten.

Zaki schudt zijn hoofd. Hoe kan hij een film serieus nemen als de maker ervan niet eens weet wie Salah Edin is.

Een westerling wordt onthoofd. Daarna een tekst over ongelovigen die moeten worden gedood. Hicham: „Dat staat er niet. Dat kan niet, dat dat in de Koran staat.”

Zaki: „Hij haalt moslims neer.”

Hicham: „Maar als hij zo doorgaat, lukt hem dat ook nog.”

Zaki: „Ik had het me erger voorgesteld.”

Hicham: „Als ik goed luister, hoor ik wat ze in het Arabisch zeggen. Maar als ik lees wat eronder staat, dan klopt het niet.”

Er komt een ansichtkaart, met foto’s van moskeeën.

Ilham: „Hé dat is die moskee in West.” Rotterdam-West.

Er komen balkjes die laten zien hoeveel moslims in Nederland wonen. Zaki lacht: „Kijk nou. Het past niet eens in beeld, zoveel moslims zijn het er.”

Er komen krantenkoppen. ‘Gratis naar Mekka via islamschool’.

Ilham: „Dat was bij mij op school ook. Ik had wel willen gaan. Dat vond ik wel stoer.”

Hicham: „Hij ziet moslims als een gevaar. Maar waar ís dat gevaar dan?”

Zaki: „Hij lokt het echt uit.”

Ilham: „Kijk dan: hij scheurt een bladzijde uit de Koran.”

Er staat dat Wilders dat niet doet. Dat het geluid van scheurend papier van een pagina in een telefoonboek komt. Maar de jongens en het meisje voor de school in Rotterdam geloven hem niet.

Ilham: „Kijk, nu gaat-ie ontploffen.” ‘Ie’ is de bom in de tulband van Mohammed.

Hicham: „Ik vind de film slecht.”

Ilham: „Dat sowieso.”

Zaki: „Ik vind het een grappige film. Hij speelt met mensen.”

Hij bedoelt dat Wilders een foto van de rapper laat zien bij de moord op Theo van Gogh.

Ilham: „Hij zoekt oorlog.”

Hicham: „Hij zegt maar wat en als dan iets gebeurt, zegt hij dat het door de moslims komt. Maar waarom doen ze dat dan, die moslims?”

Zaki: „Hij speelt met de islam.”

Ilham: „Moslims zeggen dit ook niet over katholieken of zo.”

Hicham: „Hij vergelijkt wat de moslims doen met wat die nazi’s deden in.. eh.. 1882 ofzo.”

Ilham: „We leven in een andere eeuw hoor.”