Joodse wet en tradities

scene uit de film Tehilim scene uit de film Tehilim (2007) Director: Raphaël NADJARI

Tehilim

Regie: Raphaël Nadjari

Vanaf €14,95 ****

Alsof het al niet erg genoeg is dat je vader onder mysterieuze omstandigheden na een auto-ongeluk van het ene op het andere moment verdwijnt, zadelt de Israëlische film Tehilim zijn hoofdpersonen ook nog eens op met religieuze en ethische dilemma’s. De vijfde film van de Frans-Israëlische regisseur Raphaël Nadjari (1971) drijft op een woeste oersoep van wereldlijke emoties en heilige overtuigingen, en die woelingen beginnen ook in je eigen borst te kolken, juist omdat de film verder zo sober, strak en alledaags is.

Het begint al als eigenlijk niemand zich afvraagt waar die vader nu precies gebleven is. Hij is weg en dat simpele gegeven is genoeg om de wereld van zijn zoons Menachem en David en zijn niet-religieuze vrouw Alma op z’n kop te zetten. Voor de joodse wet is hij niet dood, dus er kan geen sprake zijn van rouw en daarmee ook niet van verwerking. De verdwijning creëert een soort niemandsland, een interval in de tijd, want niemand weet eigenlijk wat er moet gebeuren. Bovendien is het gezin van inkomsten verstoken zo lang er over het lot van vader geen duidelijkheid bestaat. Vader is weg en daarmee is het alsof God zelf de personages verlaten heeft. In die leegte wordt hun geloof op de proef gesteld en moeten ze hun bestaan weer inhoud zien te geven. Grootvader en zijn kleinzoons zoeken steun in gebed; moeder wil haar verdriet juist overwinnen door te handelen en verder te gaan.

Tehilim ging vorig jaar in het hoofdprogramma van het Filmfestival van Cannes draaide in première. In Nederland komt hij alleen op dvd uit. De titel van de film betekent ‘psalmen’ en verwijst naar de Psalmen van Koning David die een centrale rol in de joodse liturgie spelen. Regisseur Nadjari neemt de dagelijkse handelingen in zijn film heel letterlijk. Nauwgezet registreert hij hoe zijn personages eten bereiden, de sabbat vieren, hoe de jongens zich opmaken om naar school te gaan en hoe de mannenwereld van het jodendom ze langzaamaan opslokt en hun moeder buitensluit. De camera is zo gericht op de handen die al deze handelingen verrichten, dat hij soms de gezichten van de amateuracteurs die Nadjari in zijn rollen castte naar de rand van het kader verbant, een terugkerend beeld dat de leegte in hun levens nog eens extra voelbaar maakt.

Tehilim plaatst diverse joodse tradities naast en tegenover elkaar. Door in Jeruzalem te filmen weet Nadjari orthodoxe en meer seculiere vormen van jodendom terloops in het straatbeeld op te nemen. Maar de film is vooral trouw aan de traditie om ethische kwesties eindeloos te ondervragen, de kwetsbare scheidslijn tussen goed en kwaad af te tasten en te onderzoeken of je iets verkeerds kunt doen uit naam van het goede en andersom. In de vele ruimtes die Tehilim daarvoor schept is een actieve kijkhouding van de toeschouwer daarom onontbeerlijk.

    • Dana Linssen