Ik dacht: zo, nu kan ik gaan zingen

Janne Schra is zangeres van de band Room Eleven.

Elke vrijdag een gesprek over hoe iemand zich ontspant en weer oplaadt.

Foto Bob van der Vlist Vlist, Bob van der

Het is Tweede Paasdag. Ik ontmoet Janne Schra in Grand Hotel Krasnapolsky, vlak voor haar instore-optreden in de Amsterdamse Bijenkorf. De tweede cd van haar popjazz-band Room Eleven is net uit: Mmm... Gumbo?, genoemd naar een Cajun-gerecht dat de band in New Jersey at met Dayna Kurtz. De Amerikaanse singer/songwriter Kurtz produceerde samen met Randy Crafton de tweede cd van Room Eleven. Janne Schra (26) kent Kurtz sinds ze besloot haar een mail te sturen met de vraag of de beroemde, door haar bewonderde zangeres een duet met haar wilde zingen. Ja, zei die tot haar stomme verbazing. Op een vergelijkbare manier leerde Janne Schra gitarist Arriën Molema van Room Eleven kennen. Een half jaar lang liep ze elke dag langs het conservatorium. Toen ging ze naar binnen en hing een briefje op het prikbord, dat ze iemand zocht om liedjes mee te schrijven. Nu is Janne Schra beroemd. Het debuutalbum van Room Eleven Six White Russians And A Pink Pussycat was goed voor goud en platina. Toch is de twijfel nooit ver weg: hoe laat moet ze nou straks precies optreden? En waar? Voor de zekerheid belt ze de jongens van de band. Even later begint het optreden, stipt op tijd.

Onzekere mensen durven meer, wordt wel gezegd. Die vinden het minder erg als iets mislukt.

„Dat is misschien wel zo. In elk geval zet ik me uiteindelijk over mijn aarzelingen heen als ik iets graag wil. Toen ik dat briefje ophing in het conservatorium was mijn belangrijkste overweging: als ik het niet doe, heb ik het niet geprobeerd en blijf ik mezelf dat verwijten. En met die mail heb ik tegen mezelf gezegd: als ze niet antwoordt dan niet. Ik doe het gewoon, want als het lukt zou het fantastisch zijn.”

Je bent niet naar het conservatorium gegaan. Waarom niet?

„Ik was bang dat ik veel theorie zou krijgen. En ik wilde geen noten leren lezen maar liedjes maken. Bovendien wilde ik de dingen in mijn eigen tempo leren. Dus heb ik zelf zanglessen genomen toen ik niet verder kwam met zingen. En eerlijk gezegd was ik denk ik ook bang om afgewezen te worden. Achteraf weet ik niet wat sterker speelde: de afkeer van theorie of faalangst.”

En toen ging je een audiovisuele opleiding volgen?

„Ik hield van liedjes schrijven en zingen, maar ook van schilderen en film. Dus koos ik voor audiovisuele media, aan de hogeschool voor de kunsten. Die opleiding heb ik ook afgemaakt. En toen ik daar na vier jaar mee klaar was dacht ik: zo, nu kan ik eindelijk gaan zingen.”

Behalve onzeker ook nog perfectionistisch.

„Ik moet van mezelf altijd alles afmaken, ja. En ik had nu eenmaal voor die opleiding gekozen. Ik wist halverwege al dat ik er niets mee zou gaan doen. Dan is het beter om tegen jezelf te zeggen: stop hiermee. Maar dat kan ik niet. Dan is het onaf en blijf ik ermee rondlopen. Dat ik zes jaar geleden niets meer met muziek deed voelde ook onaf. Dat briefje op het prikbord in het conservatorium was ook een poging om een einde aan een onaf gevoel te maken.”

Heb je tijd verspeeld?

„Zo ervaar ik het niet. Het was hoe dan ook leerzaam. Soms moet je iets doen om erachter te komen dat je eigenlijk iets anders wilt. Ik had piano leren spelen en schreef vanaf mijn veertiende liedjes, maar in de tijd van mijn studie woonde ik in een huis zonder muziekinstrumenten. En elke dag liep ik van dat huis zonder muziekinstrumenten langs het conservatorium. Dat is een mooi, statig gebouw. Je hoort ook muziek als je er langsloopt. Maar ik liep door naar het station, want ik moest de trein nemen naar die opleiding die ik af moest maken van mezelf. Bij elke stap van het conservatorium vandaan vond ik mezelf een grotere sukkel. Voor mij hing er iets magisch om dat conservatorium. Misschien ook omdat ik er nog nooit binnen was geweest.”

Heb je jezelf geleerd om twijfel om te zetten in besluiten?

„Zo zou ik het niet zeggen. Maar ik herinner me nog wel de eerste keer dat ik voelde dat je niet moet toegeven aan onzekerheid, als er iets is dat je echt wilt. Ik was vier of vijf jaar oud en ging met mijn oma naar het circus. Er was een nummer met een meisje op een paard. Ze reed rond en intussen deed ze kunstjes. Ik droomde bijna hardop: dat wil ik ook, ik wil ook rondjes rijden op dat paard. Toen stapte het meisje af en vroeg aan het publiek: wie wil ook een keer. Maar ik deed niks. Ik bleef vastgenageld op mijn bankje met mijn mond dicht. En toen riep een ander kind: ikke – en holde naar voren. Sindsdien weet ik: als ik iets niet doe wat ik echt wil, dan gaat het moment voorbij. Dus moet ik rennen om dat moment niet te missen.”

En nu ren je.

„Nou, ik heb juist even pas op de plaats gemaakt om te kijken wat er de laatste tijd allemaal is gebeurd – en nog gaat gebeuren. Ik ren nog wel, maar anders: ik leid nu een erg onregelmatig leven. De ene week is het heel druk, de andere week valt er opeens een gat.”

Jullie zijn net terug uit Japan. En binnenkort gaan jullie twee weken naar Duitsland. Slaat op zulke momenten de vermoeidheid toe?

„Ja, maar daar vraag je ook om als je twee weken op tournee gaat in een busje. Dat wordt nog wat. In Japan hadden we drie dagen achter elkaar twee keer per dag een optreden van een uur. En daarna nog drie dagen praten met de pers. Terwijl we allemaal last hadden van een jetlag. Tijdens het laatste optreden kreeg ik bij het zingen van het laatste nummer de slappe lach. Ik kon gewoon niet meer ophouden met lachen.”

Gelukkig dat dat het laatste optreden van de tournee was.

„Er viel een last van mijn schouders: we hadden het volbracht. Maar die viel net iets te vroeg van mijn schouders. Ik was al bij de finish maar de show was daar nog niet. Het kwam ook door de hele situatie waarin we in twee jaar tijd terecht waren gekomen. Stonden we daar ineens in een club aan de andere kant van de wereld onze liedjes te spelen. Het was zo absurd allemaal.”

En moe dus.

„Ja, het was gewoon op. Tot en met de laatste druppel energie. Omdat onze manager onze grenzen gelukkig een beetje kent, hebben we voorlopig nog wel een beetje reserve. Maar ik kan me goed voorstellen dat het niet vol te houden is als je zo’n week een paar keer achter elkaar zou hebben. Dus blijf ik oplettend kijken naar hoe ervaren artiesten zich staande houden in deze hysterie.”

Je hebt geen podiumvrees maar draagt wel kleren die je helpen om je zeker te voelen op het podium?

„Mijn bloemetjesjurken bedoel je. Ik vind: er zijn genoeg soorten grijs in de wereld. Dus heb ik liever iets mafs aan. Met of zonder bloemen – dat maakt niet uit. Maar inderdaad, zo’n jurk is als een vergrootglas voor mijn podium-ik. Mijn zekere, meest aanwezige persoon staat in die jurk op het podium. De rest zit in een spijkerbroek in de kleedkamer te wachten met een kop koffie, om ons na afloop weer veilig thuis te brengen.”