IJsje eten op een trapje

Annemieke Gerrist Foto Bob Bronshoff Nederland, Amsterdam, 2007 Annemieke Gerrist, dichter, kunstenaar Foto Bob Bronshoff Bronshoff, Bob

Annemieke Gerrist: Waar is een huis. De Bezige Bij, 46 blz. € 15,–

Sinds september 2002 is er een afdeling Schrijven aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Inmiddels zijn twee lichtingen van die opleiding afgestudeerd. Els Moors publiceerde in 2006 als eerste ex-studente een dichtbundel, Er hangt een hoge lucht boven ons. Die bundel beloofde nog geen Rietveld-dichtersschool, maar nu timmeren ook andere gediplomeerden stevig aan de literaire weg. Annemieke Gerrist bijvoorbeeld, van wie onlangs de Waar is een huis verscheen.

Van een Rietveld-student mag je beeldend werk verwachten, en het etiket ‘beeldend’ past ook zeker op de poëzie van Gerrist. Maar die typering is te mager, want de complexiteit van haar schijnbaar eenvoudige verzen laat zich niet makkelijk samenvatten. Haar alledaagse onderwerpkeuze staat haaks op haar collagetechniek. Keer op keer monteert ze taalfragmenten aaneen die doorgaans niet logisch samenhangen. Dat leidt dan tot gedichten zoals

Door fouten in de wind viel de zomer neer

Ik vond een plek in het broedgebied

De mannetjes kwaken er zachter dan de vrouwtjes

Ik wou dat ik op mijn hoofd dezelfde hoed droeg

als toen ik zei dat ik een eend was

Bij eerste lezing lijkt dit gedicht vrijblijvend, maar hoe vrijblijvend is een tekst waarvan het systeem veertig gedichten lang wordt toegepast? Wat in Waar is een huis terloops op de pagina lijkt te staan is bewust geconstrueerd. Annemieke Gerrist beheerst het handwerk van de vervreemding. Terecht ontving ze vorig jaar de voor tijdschriftdebutanten begerenswaardige schrijversbeurs van het Hollands Maandblad. Het juryrapport trof de kern van haar werkwijze. Ze kreeg de beurs omdat haar verzen ‘op een tantaliserende en hypnotiserende wijze balanceren op de grens van het alledaagse en het onbegrijpelijke’.

Zelden werd het ‘duistere’ vers in zo’n heldere taal verwoord. De helderheid bij eerste lezing wordt versterkt doordat het gros van de gedichten van Gerrist kort is. In een luttel bestek wordt het kompas van de logica vaak maar een paar graden ontregeld. Pas bij herlezing slaat de vervreemding toe. In langere gedichten gebeurt dat van couplet tot couplet:

Op een trapje, een ijsje etend, vraagt een jongen me: ‘Verzamelt u iets?’

Ik doe mijn zonnebril omhoog

Ik zit op een hoek van de Kalverstraat

en tijdens het eten van mijn ijsje vraag ik me af

is mijn geliefde mijn geliefde

Mensen stromen voorbij winkels in en uit

Vanmorgen, in de krant, een feelgood-expert aan het woord

over het belang van accessoires, waarover zij masterclasses geeft

Door middel van het uiterlijk komt ze tot de kern van de mens

daarbij het mooier maken van de wereld

Eenden! schiet mij te binnen, vroeger verzamelde ik eenden

In Jeruzalem ontmoette ik een man met ringen om zijn vingers

zoveel als dat hij familieleden had verloren

De vragensteller en de geliefde raken in gesprek

Naast mij liggen twee honden die niet van mij zijn

maar die ik best zou willen hebben

Na lezing en herlezing van dit gedicht betrapte ik mijzelf op de neiging om deze tekst alsnog in een logisch verband te plaatsen. Het gaat over verzamelen, hield ik me voor, en in die context is de vraag of je geliefde je geliefde is niet per se wezensvreemd. En dat je als verzamelaar van eenden op honden kunt overstappen is evenmin ondenkbaar. Close reading werkt bij dit soort poëzie echter niet heilzaam. Het is het kortstondige moment van verwondering dat hier telt, en aanspoort tot verwonderd verder lezen.

Een op de Rietveld Academie toegepaste leermethode is die van de tabula rasa. Daarbij geldt dat de taal als artistiek materiaal pas echt bruikbaar wordt wanneer elke historisch gegroeide relatie met dat materiaal van tafel is. Pas dan immers kun je zonder vooroordelen alle mogelijkheden van de taal verkennen en ten slotte ook toepassen. Pas dan kan een nieuw soort tekst ontstaan. Het is een rigoureuze methode en ik zet vraagtekens bij het beoogde doel. Ik weet ook niet in hoeverre Annemieke Gerrist zich heeft laten leiden door deze methodische kaalslag. Feit is dat de gedichten in Waar is een huis zich luchtig loszingen van alle logische en lyrische conventies. Voorlopig lijkt Gerrist zich tot grensverkenning te beperken, maar de consequente toon van haar debuut suggereert dat ze in een volgende bundel de grenzen ook kan verleggen.

    • Arie van den Berg