Holleeder vreesde wraak van zijn vijanden na liquidatiegolf

Een Turkse hasjhandelaar trok eind 2005 de gangen na van Willem Holleeder. De Heinekenontvoerder voelde zich zo bedreigd dat hij naar de politie stapte.

Binnenkort word ik ook neergeschoten.” Met die gedachte leefde kroegbaas Thomas van der Bijl sinds de moord, in november 2005, op zijn vriend Kees Houtman. „Van de week stopte er een bus voor mijn woning en toen schrok ik heel erg”, vertelt hij op 12 februari 2006 aan de politie. „Ik stond te trillen op mijn benen.”

De angst van Van der Bijl, een oude bekende van Heinekenontvoerders Willem Holleeder en Cor van Hout, blijkt terecht. Op 20 april wordt hij doodgeschoten voor zijn kroeg, De Hallen. Inmiddels hebben twee mannen die de fatale schoten hebben gelost een bekentenis afgelegd.

Ook hun opdrachtgever is bekend: Fred R. Deze 39-jarige beroepscrimineel uit Hilversum doet er het zwijgen toe. Zijn zaak wordt dit najaar behandeld. Onduidelijk is of hij dan ingaat op de grote vraag: wie gaf hem opdracht voor de moord op Thomas van der Bijl?

Kroongetuige Peter la S., die in ruil voor strafvermindering heeft bekend dat hij betrokken was bij de moord op Kees Houtman, stelt dat Fred R. werd aangestuurd door de Turk Ali A. en Dino S. De laatste was een criminele compagnon van Willem Holleeder. Daarmee is een link gelegd naar de Heinekenontvoerder. Holleeder werd vorig jaar al veroordeeld voor de afpersing van Kees Houtman en zou kroegbaas Van der Bijl hebben bedreigd. Het motief: Houtman en Van der Bijl spraken met de politie over de bedreiging door Holleeder.

Toch wordt Holleeder niet vervolgd voor betrokkenheid bij de moorden op Houtman en Van der Bijl. Uit nieuwe verklaringen blijkt dat Holleeder mogelijk nog een ander motief had: hij vreesde voor zijn leven.

Terug naar de hete herfst van 2005. Binnen drie dagen worden drie bekenden uit het Amsterdamse milieu vermoord. Op 31 oktober wordt onderwereldadvocaat Evert Hingst voor zijn huis in Amsterdam-Zuid doodgeschoten. Een dag later treft crimineel kopstuk John Mieremet hetzelfde lot in Thailand. En op 2 november sterft hasj- en vastgoedhandelaar Kees Houtman in de handen van zijn vrouw aan schotwonden.

De serie moorden leidt tot paniek bij politie en justitie. Met name de moord op John Mieremet weegt zwaar. Met Holleeder is hij hoofdverdachte in het onderzoek naar afpersing van vastgoedhandelaar en onderwereldbankier Willem Endstra. Bij de politie gaan stemmen op om Holleeder meteen te arresteren. Als die ook zou worden geliquideerd, gaat bijna twee jaar onderzoek naar afpersing in de vastgoedwereld verloren. Justitie weerstaat de druk en laat hem vooralsnog met rust.

Maar Holleeder voelt zich al niet veilig. Na de serie moorden meldt hij zich bij de Criminele Inlichtingeneenheid van de politie, bevestigen twee bronnen. Een van hen heeft zijn informatie uit de onderwereld. De ander is in detail op de hoogte van het onderzoek naar Holleeder.

Het is een saillant gegeven. Willem Holleeder, kopstuk uit de Amsterdamse onderwereld die zich altijd beriep op zijn zwijgrecht, gaat vlak na een serie liquidaties praten met de politie. Wat is hier aan de hand?

Een serie procesverbalen van de Nationale Recherche biedt nu inzicht: Willem Holleeder vreest voor zijn leven. Hij is bang voor Atilla Ö, een Turkse hasjhandelaar met een gewelddadige reputatie. Deze 42-jarige Turk is al enkele maanden bezig met „het verzamelen van informatie over Willem Holleeder”, hoort de Nationale Recherche in november van een informant uit de onderwereld. „Atilla Ö. heeft hiervoor onder meer Evert Hingst, Kees Houtman en enkele personen in Engeland benaderd. Atilla is onder meer geïnteresseerd in de verblijfplaatsen van Holleeder en de door hem gebruikte vervoermiddelen.” Opmerkelijke informatie van een informant die de politie „betrouwbaar” noemt.

In februari 2006 komt dezelfde informatie nogmaals binnen, met meer details. En in september van datzelfde jaar volgt nog een bericht van de Nationale Recherche. Dit keer betreft het informatie over de inmiddels geliquideerde kroegbaas Thomas van der Bijl. Hij zou volgens een informant hebben gekeken of het mogelijk was Willem Holleeder aan te pakken. Van der Bijl zou volgens het bericht contact hebben gezocht met niemand minder dan Atilla Ö.

Als deze informatie in een verbaal wordt opgenomen, wordt bij de Amsterdamse politie nog wat anders bekend over Atilla Ö.: „Hij staat op de nominatie om geliquideerd te worden.”

Wie is deze Atilla Ö.? Waarom verzamelde hij informatie over Willem Holleeder? En waarom moest Holleeder dood?

Het zijn vragen waar Atilla Ö., eigenaar van drie coffeeshops in Amsterdam, geen antwoord op kan geven. Hij zit sinds de zomer van 2007 vast in de Bayrampasa-gevangenis in Istanbul op verdenking van betrokkenheid bij liquidaties in Turkije.

Voordat hij daar werd aangehouden, werd Atilla Ö. nog wel gehoord door de Amsterdamse politie. Hij vertelt dat hij maar één echte vijand heeft: Ramazlan U., alias Hider. Deze „Pablo Escobar van Turkije” zou volgens Atilla Ö. contact onderhouden met Dino S. en Ali A., de twee die volgens kroongetuige Peter la S. opdrachtgevers waren van de moord op Houtman en Van der Bijl.

Waarom werden Houtman en Van der Bijl geliquideerd? En waarom sprak Atilla Ö. met Houtman over Holleeder? Die vragen stelt de politie Atilla Ö. niet.

Werkte Ö misschien namens Thomas van der Bijl, die immers in onmin leefde met Holleeder? Of was het Kees Houtman? Niemand die het weet.

Atilla Ö. zegt de politie dat Houtman zijn vriend was: „Ik heb om de dood van Kees gehuild.”

Meer over liquidaties op nrc.nl/onderwereld

    • Jan Meeus