‘Het was een pokertoernooi’

‘De wil om iets nieuws te ontdekken is mijn belangrijkste motief bij het schrijven,’ zegt de Pools-Britse historicus Adam Zamoyski. Zijn grote boek ‘Rites of Peace’ is nu vertaald.

Adam Zamoyski Foto Kacper Pempel/Reporter 01.10.2004 Warszawa. Adam Zamoyski - historyk. fot.Kacper Pempel/REPORTER /REPORTER

Op de gang hangt een etenslucht, de bel doet het niet, zijn werkkamer is eigenlijk maar een armzalig werkhok. Adam Zamoyski ontvangt me met Britse zelfdepreciatie, die bij uitstek aristocratisch aandoet. Zijn werkkamer bevindt zich in South Kensington, een Londense wijk waar niets armzaligs aan is, niet ver van zijn huis, waar zijn vrouw, de schilderes Emma Sergeant, haar atelier heeft. Wat hier verbaast, is niet het gebrek aan ruimte, maar de afwezigheid van stapels boeken en papieren. Rites of Peace, Zamoyski’s grote boek over het Congres van Wenen in 1814 en 1815, dat onlangs in vertaling verscheen, moet een reusachtige hoeveelheid research met zich hebben meegebracht, net als zijn voorganger, 1812, een even spannende als gedetailleerde geschiedenis van Napoleons fatale mars naar Moskou. De historicus, een Poolse graaf die in 1949 in New York werd geboren, staat bekend om zijn talenkennis, zodat hij in staat is historische gebeurtenissen vanuit verschillende nationale gezichtpunten te onderzoeken. In zijn boek over de val van Napoleon en de lange, gecompliceerde nasleep ervan, die als het Congres van Wenen de geschiedenis is ingegaan, doet hij dat met een indrukwekkende beheersing van wat een overvloed van materiaal moet zijn geweest. Hoewel alle kwesties waarover door grote en kleine machten tijdens het Congres gesteggeld werd, uitgebreid aan bod komen, heeft Zamoyski er een meeslepend relaas van weten te maken. ,,Een historicus moet allereerst zijn uiterste best doen om erachter te komen wat er precies is gebeurd. Ten tweede moet hij die kennis zo goed mogelijk overbrengen naar een algemeen publiek. In het geval van het Congres van Wenen, waarbij zoveel partijen betrokken waren en zoveel politieke kwesties een rol speelden, was ik er voortdurend op bedacht dat de lezer niet gillend gek zou worden. En omdat zoveel locale kwesties zich aandienden, ben ik nu ook steeds beducht dat bij iedere vertaling, zoals nu de Nederlandse, iemand zijn vinger opsteekt en zegt, maar wat u over die-en-die schrijft, klopt niet!’’

Toch ziet Zamoyski het als zijn plicht om in zijn studies alle gezichtspunten aan bod te laten komen. ,,Britse historici zien alles vanuit een Britse invalshoek, ze nemen niet eens de moeite zich in de andere partijen in te leven. De Fransen zijn nog erger. Duitsers zijn enkel op hun eigen geschiedenis gericht en de Russen hebben veelal een zuiver religieuze opvatting van geschiedschrijving. Die beperkte blik is ontstaan in de 19de eeuw, toen men het opkomend idee van de natiestaat wilde ondersteunen met allerlei eigenaardige nationale mythen. Mensen geloofden die mythen ook echt. Veel ervan worden tot op de dag van vandaag op school onderwezen.’’

Zijn eigen achtergrond verhindert zo’n behaagzieke kijk op de geschiedenis. ,,Ik ben in Engeland opgegroeid, maar in mijn familie werd de hele geschiedenis vanuit een Poolse invalshoek bekeken. Op school leerde ik de geschiedenis met Britse ogen te zien. Voor hen bestond Polen niet eens. Nu kan ik me niet meer voorstellen dat men de geschiedenis gebruikt om zichzelf, in het heden, meer glorie te verschaffen. Zo’n eeuw geleden was dat anders, toen waren de afzonderlijke naties verwikkeld in een soort darwinistische strijd om te overleven.’’

Hebben we die vaderlandslievende manier van geschiedschrijving werkelijk voorgoed achter ons gelaten? In Nederland gaat de roep om een groter bewustzijn van de nationale geschiedenis hand in hand met een oproep tot meer nationale trots. Zamoyski: ,,O, maar ik heb niks tegen patriottisme. Nadat het geloof in de monarchie in diskrediet werd gebracht, is er nooit een andere bevredigende notie geweest die mensen een gevoel van gemeenschap heeft gegeven. Je kunt eindeloos debatteren over wat een natie is, taal, geografie, cultuur, maar je kunt niet zonder. Zelf voel ik me een Britse patriot. Maar ik ben ook een overtuigde Poolse patriot, en eigenlijk ook een Franse. Maar ik zie niet waarom je geschiedenis zou moeten vervalsen om zulke gevoelens te ondersteunen. Het is als in de liefde, je kunt juist meer van iemand gaan houden wanneer je zijn of haar on-

Vervolg op pagina 2

Historicus Zamoyski: ‘Ik wilde niet te hardvochtig zijn’

Vervolg van pagina 1

volkomenheden leert kennen. Als een historicus vind ik die onvolkomenheden van een land ten minste zo boeiend als de zogenaamde verdiensten. Ik denk dat er na de Tweede Wereldoorlog een omslag heeft plaatsgevonden in de manier waarop naties zichzelf zien. Er bestaat nog steeds nationale trots, maar we beseffen wel dat we misschien niet zo groots waren als we altijd gedacht hebben. Rusland is de grote uitzondering. De nationalistische taal die Poetin uitslaat, zou wanneer iemand zich er in West-Europa van zou bedienen, door iedereen worden weggehoond, een enkele verdwaasde skinhead daargelaten.’’

De mode van de microgeschiedenis, kleine, gedetailleerde verhalen over individuen of voorvallen die in de geschiedenis ongezien bleven, lijkt voorbij. Wie nu een Engelse boekhandel binnenstapt, stuit op boeken die periodes van duizenden jaren bestrijken en waarin de opkomst en ondergang van wereldrijken wordt beschreven. Het lijkt me dat Zamoyski zich ergens tussen deze twee uitersten in bevindt. Zijn boek over het Weense Congres gaat over een belangrijke gebeurtenis met grote gevolgen, maar ontleent zijn kracht nu juist niet aan de grote, globale greep, maar aan de precieze beschrijvingen van het proces van marchanderen en soebatten van de eigenzinnige onderhandelaars.

Zamoyski: ,,Ik vind dat de Annales- school een wezenlijke bijdrage aan de geschiedschrijving heeft geleverd. Gemakzuchtige noties over het verleden moesten radicaal worden herzien. Het gangbare idee over het feodale stelsel – monarch, edelen, geestelijken, boeren – bleek bijvoorbeeld totaal niet overeen te komen met de wereld die Le Roy Ladurie liet zien in Montaillou. Helaas zijn er in de jaren zestig en zeventig heel veel middelmatige historici opgestaan die in naam van de microgeschiedenis onzinnige, zwaar theoretische boeken hebben geschreven. Dat alles onder het mom van een oprecht revisionisme: weg met de koningen en koninginnen. Er zat een eigenaardig negatieve, vaag socialistische neiging in om de geschiedschrijving zelf te denigreren. Die houding vind je tot op de dag van vandaag nog in het onderwijs terug. Maar die houding heeft zijn langste tijd gehad, want buiten de muren van de instituties zijn mensen juist gek op geschiedenis. Intelligente, nieuwsgierige mensen lezen een geschiedenisboek om erachter te komen hoe het zat met het Congres van Wenen, de Tweede Wereldoorlog of het Britse koloniale rijk. Ze zijn zelf geen historici, ze gaan er geen twintig boeken over lezen. Dat moeten wij voor hen doen.’’

Over revisionisme gesproken. De boeken van Zamoyski, zeker die over Napoleons invasie van Rusland en het Congres van Wenen, herschrijven de geschiedenis van overbekende gebeurtenissen op een vaak onthutsende manier, juist omdat hij zich onbevangen over het materiaal buigt. ,,Tien jaar geleden dacht ik er niet over om over het Congres van Wenen te schrijven. Ik ging er vanuit dat er allang een uitputtende studie zou zijn. Ik was ook niet bijster geïnteresseerd. Maar nadat ik 1812 had geschreven, zei iemand me dat ik niet zomaar midden in het verhaal kon stoppen. Ik ontdekte dat er geen goede boeken over het Congres van Wenen waren, de boeken die er waren lieten alle moeilijke kwesties links liggen of deden ze af in een paar alinea’s. Dat kon ik niet op me laten zitten. De wil om iets nieuws te ontdekken is mijn belangrijkste motief bij het schrijven. Dat gaat gepaard met de ambitie om te herscheppen, de lezer zo dicht mogelijk bij de loop der gebeurtenissen te brengen.’’

Rites of Peace is een duizelingwekkend boek. Omdat na de val van Napoleon de grootmachten alle grenzen opnieuw moesten trekken, moesten in Wenen alle politieke kwesties van Europa worden uitgevochten. ,,De structuur van het boek leek eerst een groot probleem. Waar stop je de onderhandelingen over Zwitserland, waar die over de nieuwe grenzen van Nederland en waar die over Spaanse aanspraken? Maar het ging eigenlijk vanzelf. Je moet je het Congres voorstellen als honderden mensen die op een plek waren verzameld en dag aan dag voortploeterden. Ze schreven memoranda, gingen bij hoogwaardigheidsbekleders langs, wachtten eindeloos in salons, probeerden anderen te overtuigen dat ze een gebied moesten opgeven in ruil voor een ander gebied, waarbij natuurlijk wel voorkomen moest worden dat iemand anders weer een ander gebied in handen zou krijgen. Dit ging maar zo door, maandenlang.

Maar wat er werkelijk toe deed, waren de onderhandelingen van de grote vier, Metternich voor Oostenrijk, Nesselrode voor Rusland, Hardenberg voor Pruisen en Castelreagh voor Engeland. Nesselrode bleek vervolgens niets te zeggen te hebben, omdat tsaar Alexander alles zelf wilde bepalen. Later kwam Talleyrand er voor Frankrijk bij. Om hen heen bevond zich een twee kring van mensen, die een rol speelden bij bepaalde heikele kwesties. De markante persoonlijkheden van de direct betrokkenen hebben me geholpen het leesbaar te houden.’’

En niet te vergeten, de frivole kant van het Congres. Als iets opvalt aan Zamoyski’s relaas is het wel het vermogen van de deelnemers om het nuttige met het aangename te verenigen. Soms lijkt het hele congres één langgerekt bal. ,,Ik heb me regelmatig afgevraagd: hoe overleefden ze het? Veel van hen waren helemaal niet jong, maar ze gingen niet voor drie uur ’s nachts naar huis, waar ze nog even een memorandum schreven, of een liefdesbrief, of in bed doken met hun maîtresse. De volgende ochtend waren ze dan vroeg op om te vergaderen, een parade bij te wonen, dan was er een lunch, werd er opnieuw vergaderd, nog een diner waar je het getier van tsaar Alexander moest aanhoren, nog wat afspraken, vervolgens een ballet, weer een vergadering en dan het volgende bal waar ze tot drie uur bleven. Het was zeker frivool, maar er zat ook een donkere kant aan. Behalve de maîtresses en een stel onderofficieren zijn er niet veel mensen geweest die daar een prettige tijd hadden. Men was doodsbang. Met één pennestreek kon je alles verliezen, achter je rug konden anderen al je grootse ambities tenietdoen. Het was een reusachtig pokertoernooi.’’

Over het resultaat is Zamoyski zeer ambivalent. ,,Ik wilde niet te hardvochtig zijn, hoor. Historici vinden dat je het Congres van Wenen geweldig moet vinden of een totale ramp, maar zo simpel ligt het niet. Men is tot een akkoord gekomen, dat min of meer overeind bleef. Het is onzin om te beweren dat het Congres honderd jaar vrede heeft opgeleverd, zoals Kissinger in zijn proefschrift stelde, want er is daarna steeds gevochten. Maar wat mij opviel is wat je zo vaak ziet bij vredescongressen, men gaat vechten tegen de spoken uit het verleden. Er speelde veel angst mee in de onderhandelingen, angst die door de geschiedenis werd bepaald maar helemaal niet relevant meer was. Uit angst voor een aanval door Frankrijk wilden de Engelsen per se dat Antwerpen en de Schelde Nederlands zouden worden, Oostenrijk was doodsbang voor Franse invloed in Italië, dreigingen die niet reëel meer waren. Ook het opkomend nationalisme werd niet erkend. En het was zeker waar dat de meeste mensen tevreden waren met rust en orde. Maar in landen als Italië, Duitsland en Polen waren kleine groepen ontevreden intellectuelen die zich hopeloos tekort gedaan voelden in hun nationalistische aspiraties. Onderdruk je zulke gevoelens, dan worden ze alleen maar sterker. Wanneer men dat erkend had in 1815, dan waren er in de loop van de 19de eeuw geen grote nationalistische bewegingen ontstaan. Natuurlijk konden de onderhandelaars dat niet voorzien, maar het is ook niet zo, zoals historici beweren, dat men er geen idee van had dat nationalistische gevoelens leefden. Integendeel, men was er doodsbang voor.’’

Zamoyski zegt dat er niet langer sprake is van een darwinistische strijd tussen Europese landen om te overleven, maar zijn er geen parallellen te trekken tussen de houding van de machthebbers tijdens het Weense congres en die van de huidige EU? ,,Zeker. De onderhandelaars kwamen naar Wenen met de intentie er iets heel moois van te maken. Maar toen het erop aankwam, verloor men zich al snel in een harde strijd om macht en geld. En toen het akkoord gesloten was, probeerde men er alsnog iets heel hoogdravends, iets heiligs van te maken. Alles wat kritisch was, moest in de kiem worden gesmoord.

,,Die houding, kleingeestig, bangelijk, achterdochtig, tref je nu ook aan bij de bureaucraten in Brussel. Ieder tegengeluid wordt als ondermijnend gezien, iedere kritiek wordt als een revolutie beschouwd. Van idealist is men farizeeër geworden. Die houding roept meer woede op dan wat dan ook. Want laten we wel wezen, uiteindelijk zijn de meeste Europeanen vóór een Europese Unie.’’

Adam Zamoyski: De ondergang van Napoleon en het Congres van Wenen. Vertaald door Bookmakers en Frans van Delft. Balans, 597 blz. 35,-. De Engelse editie bij HarperCollins, €20,–

    • Bas Heijne