Het landschap op de snijtafel

Sommige reizigers lijken een vergrootglas te leggen op wat ze beschrijven. Dat kan een stukje korstmos zijn, een brokstuk van een abdij of een rij palen die de Zeeuwen tegen de zee beschermt.

Paalhoofden aan de Zeeuwse kust, gefotografeerd door Pauline van Lynden Uit ‘Donkere palissaden’

Tim Robinson: Connemara. Luisterend naar de wind. Vert. Gerrit Jan Zwier. Atlas, 461 blz. € 24,90

Carl Linnaeus: Reis door Lapland 1732. Vert. Ger Meesters. KNNV Uitgeverij, 229 blz. € 22,95

Pauline van Lynden: Donkere palissaden. Visual Legacy, € 45,–-

Ontdekkingsreizen hebben de roep romantische, avontuurlijke ondernemingen te zijn. De reizigers legden de halve of hele aardbol af, stuitten op nieuwe continenten en brachten nooit eerder beschreven kustlijnen, eilanden en gebergten in kaart.

Een reiziger kan ook kleine, minder spectaculaire werelden ontdekken. Drie pas verschenen boeken laten zien dat een reis door Lapland, tochten door een verlaten hoek van Ierland en een studie in tekst en fotografie van de houten palenrijen aan de Zeeuwse stranden interessante resultaten opleveren. Het is alsof de auteurs een vergrootglas op een landschap leggen en iedere bloem of insect, elk stuk rots en paalhoofd levensgroot, als betoverd door die nauwgezette aandacht, te voorschijn halen.

Bijna driehonderd jaar geleden, in het voorjaar van 1732, ondernam de Zweedse, naderhand wereldberoemd geworden botanicus Carl Linnaeus een onderzoeksreis door Lapland. In zijn reisverslag Iter Lapponicum, nu voor het eerst uit het Zweeds vertaald en bezorgd als Reis door Lapland, beschrijft hij op fascinerende wijze de planten- en dierenwereld van dit onbekende gebied. Hij reisde te voet, per roeiboot en te paard. Zijn verslag is meer dan een ambitieus wetenschappelijk project. Dankzij de talloze emotionele uitbarstingen over muggen, eenzaamheid en vermoeidheid krijgt Reis door Lapland een persoonlijke, soms zelfs dramatische betekenis. Nadat Linnaeus dagenlang geen gekookt eten had gehad en ziek was van rauwe vis vol wormen verzucht hij: ‘Ik wenste mensen tegen de komen bij wie ik soep kon eten, en ik durfde niet, zoals de zalm, de rivier op te springen naar mijn totale ondergang.’

Linnaeus schrijft prachtig over zijn tocht, zoals deze zin over het verdwalen: ‘Ik vroeg haar de weg om ergens te komen, hetzij vooruit, hetzij terug, maar niet zoals ik gekomen was.’ Zo’n poëtische wending overstijgt natuurwetenschappelijke acribie. Ook voor wie nu Lapland zou bezoeken is Linnaeus’ studie van onschatbare waarde. Met hem buk je je over een stukje ‘sneeuwwit korstmos’ dat hij als volgt beschrijft: ‘Koraalachtig, zeer sterk vertakt, geperforeerd, met samengevlochten takken, sneeuwwit.’

De Britse schrijver, wiskundige en beeldend kunstenaar Tim Robinson treedt in het voetspoor van Linnaeus. In 1972 verhuisde hij naar de Araneilanden aan de westkust van Ierland. Zijn boek De Araneilanden (1986) steekt de wetenschappelijke precisie van Linnaeus naar de kroon. In 2006 verscheen een nieuw werk over Ierland, Connemara, zo genoemd naar de landstreek aan de westkust waar de auteur woont.

Robinson munt uit in een gedetailleerde woordkeus. Connemara is een epos over een streek vol keien, weerbarstige paden, kliffen, rotsen, bloemen. Hij schenkt alle ruimte aan verhalen en eeuwenoude mythen die de bewoners hem gretig vertellen. Dagelijks doorkruist hij zijn woonstreek, spiedend naar landschappelijke schoonheid, naar geheimzinnige tekens in het land die hem terugvoeren naar de vroegste bewoners. Hij bedrijft een ‘psychologie van het landschap’, zoals zijn collega Robert Macfarlane, auteur van The Wild Places, het noemt. Hij blijft dicht bij huis, bezoekt verlaten gehuchten, bewondert de schoonheid van vingerhoedskruid en gele lis. Zijn fascinatie geldt de manier waarop het verleden doorsijpelt in het heden. Zoals Linnaeus de sleutelbloem en zwarte steenbokskever bespiedt die opduiken vlak voor zijn laarzen, zo kan Robinson geen stap zetten of hij struikelt over een brok steen van een oude abdij.

Exactheid

Robinson is, net als Linnaeus, geschoold in de exacte wetenschappen. Linnaeus een botanicus, Robinson van origine wiskundige. Dat verlangen naar exactheid in combinatie met een poëtische blik maakt van Connemara en Reis door Lapland een uniek genre. Robinson is niet alleen een scherp waarnemer, hij is voor alles ook een nauwgezet toehoorder. De ondertitel ‘Luisterend naar de wind’ verraadt Robinsons passie voor verhalen, niet alleen van de wind die over zee komt en de kust geselt en zingt in de boomtakken, ook voor verhalen van de bewoners. Hij laat een kroegbazin aan het woord die vertelt over de herkomst van stenen kruisen die in het wilde land staan, hij laat boeren herinneringen ophalen aan de verzorging van het vee vroeger en andere oude bewoners overtuigen hem ervan dat kolonisten ooit een bedreiging vormden voor de plaatselijke bevolking.

Een vriend van hem werkt aan een boek over elfen, spoken, perfide landheren en paardenmarkten. Robinson krijgt inzage in dit alomvattende Ierse boek dat Fadó Fadó moet gaan heten wat ‘lang, lang geleden’ betekent, een titel, zoals Robinson schrijft, met ‘het elegische karakter van een doodsklok’. Leg het wonderbaarlijke vergrootglas van Robinson op een plek, en hij vertelt je over de wereld. Hij zwerft van plaats naar plaats, speurend naar de betekenissen van namen, boerenhoeven, een vissershut in de bocht van een rivier. Connemara is een kuststreek bedreigd door de zee. De bewoners hebben zich met kunstwerken, zoals steenbrokken en zeewering, verdedigd.

Het boek Donkere palissaden van Pauline van Lynden beschrijft een van de fraaiste verschijnselen aan de Nederlandse Noordzeekust, namelijk de houten palenrijen voor de kust van Zeeland waar de sterke zeestromingen het land bedreigen. Het boek laat zien dat de huidige vorm van de Zeeuwse eilanden, bijvoorbeeld dat van Walcheren, verbonden is met de eeuwenlange geschiedenis van deze karakteristieke kustbescherming. De paalhoofden dienen om golven te breken en om wegspoelen van het zand tegen te gaan.

Palenrijen

In de talrijke historische afbeeldingen en hedendaagse kunstfoto’s keert telkens het beeld terug van een veranderend en onstuimig land, bedreigd door golfaanvallen, dat beheerst wordt door de zwarte, grafische lijnen van de houten palenrijen. Geen wonder dat een schilder als Piet Mondriaan en dichters als Jan Prins en Jan Campert zich door deze kunstzinnige zeewering lieten inspireren. Van Lynden geeft hen alle eer, bovendien voegt ze eigen foto’s aan het boek toe die, in glanzende kleuren, het eigen kleine universum van de palenhoofden weergeven.

De drie boeken beschrijven een wereld waaraan de meeste mensen misschien achteloos voorbijgaan. Linnaeus buigt zich over nietige veenbessen en korstmossen; Robinson gebruikt vijfhonderd bladzijden om een door storm en regen geteisterd hoekje van Ierland onvergetelijk te maken. En Donkere palissaden laat de visuele en historische rijkdom zien van zoiets vanzelfsprekends als kustbescherming.

    • Kester Freriks