Het boetekleed mag weer uit

De Nationale Ombudsman constateert in zijn jaarverslag dat de overheid burgers te vaak onbehoorlijk behandelt.

Terwijl het aantal klachten over de overheid is afgenomen.

Illustratie Sebe Emmelot Emmelot, Sebe

‘Het boetekleed ontsiert den man niet.’ Zo pareerde premier Abraham Kuyper rond 1905 de kritiek die hij op zijn handelen kreeg. Premier Balkenende zou het hem kunnen nazeggen in antwoord op de verwijten die de Nationale Ombudsman in zijn jaarverslag 2007 vorige week over de overheid uitstortte.

Maar was die kritiek wel terecht? Ook zonder ombudsman is het bekend dat in het overheidshandelen fouten worden gemaakt, vele en grove fouten zelfs. Misstanden te over: een arrestant krijgt onnodig een klap in het gezicht, een vrouw wordt op Schiphol schaamteloos gefouilleerd, arrestanten worden onnodig lang in een politiecel opgesloten, een demonstrant wordt gecensureerd.

Door misstanden te signaleren staat de maatschappelijke waarde van het instituut ombudsman buiten kijf. Het getuigt zelfs van bestuurlijke beschaving dat de overheid een onafhankelijke autoriteit heeft, die haar handelen en nalaten de maat neemt. Maar hoe erg de afzonderlijke schendingen van de norm ook zijn, ze rechtvaardigen niet de conclusie dat er sprake is van een trend dat de overheid zich steeds harder tegenover de burgers opstelt en daarbij regelmatig over de schreef gaat, zoals het jaarverslag suggereert. Het is belangrijk te beseffen dat uit de aard van de doelstelling van het instituut de ombudsman klachten binnenkrijgt en geen tevredenheidsbetuigingen.

Om het gehele overheidshandelen te kunnen beoordelen is een maatstaf nodig. Ook is het vereist dat de waarnemingen niet alleen bestaan uit negatieve connotaties. De Nationale Ombudsman lardeert zijn oordeel met een groot aantal gevallen van onbehoorlijk optreden die de negatieve indruk niet alleen versterken, maar ook de suggestie wekken dat die handelingen standaard zijn, regelmatig terugkomen of zelfs tot de cultuur van de overheid behoren. Deze indruk wordt nog versterkt doordat de ombudsman op de dag van de presentatie in alle media dezelfde gevallen ten tonele voert om zijn oordeel te staven of in het gunstigste geval te illustreren. Het is koren op de molen van degenen die toch al menen dat de overheid slecht functioneert. Zijn uitleg en de toelichting werken als een self-fulfilling prophecy.

Het jaarverslag constateert dat het aantal klachten is verminderd. Deze terugloop is te danken aan de verbeterde beleidsuitvoering van enkele grote instanties die jaarlijks vele honderdduizenden zaken behandelen, zoals werknemersverzekeringen, naturalisatiezaken en studiebeurzen. Deze uitkomst zou moeten leiden tot de vraag of een genuanceerder oordeel niet eerder op zijn plaats zou zijn. Als enkele grote instanties hun leven beteren, ziet het klachtenfirmament er een stuk beter uit. Kennelijk is er een lerende overheid die niet keer op keer fout op fout stapelt.

Een tweede – even oppervlakkige en even gewaagde – conclusie die kan worden getrokken is dat het werk van de ombudsman er kennelijk toe doet.

Te overwegen zou zijn aan het jaarverslag van de ombudsman een minder generiek karakter te geven. Het is misplaatst, zoals nu gebeurt, uit een jaarverslag of een reeks jaarverslagen tot de conclusie te komen dat de overheid harder is geworden, de burger wantrouwt en onverschillig is.

De feiten zijn ernstig en verdienen stuk voor stuk het bestaan en de interventie van de Nationale Ombudsman, maar voor morele, algemene oordelen bieden zij geen eerlijk handvat. Anders dan in het geval van Abraham Kuyper past het boetekleed de overheid hier dus niet.

Hans van den Heuvel is lid van de onderzoeksgroep Integriteit van Bestuur van de Vrije Universiteit. Kees Jan de Vet is burgemeester van Leusden.

Lees het jaarverslag 2007 van de Nationale Ombudsman via nrcnext.nl/links