Hè nee niet weer die historische Jezus

Nonnen met dildo’s, reclame op het kruis: het kunstproject Horror Vacui heeft ophef veroorzaakt. „Katholieken kunnen even ‘nare’ mensen zijn als moslims.” Mag de kunstenaar overal aankomen?

Op statie V is Jezus te zien. Hij is gehuld in een wielrenbroekje en zeult een kruis voort. Midden op dat kruis is een plakkaatje bevestigd: ‘Hier had uw advertentie kunnen staan!’ Op statie VI (Veronica droogt het aangezicht van Jezus) zien we een non die zorgvuldig een paarse dildo tussen duim en wijsvinger vasthoudt. Het onderschrift luidt: ‘Een plastisch bewijs betreffende het formaat/ werd geleverd door een gipsgietende groupie/ een pips, mollig meisje dat bekend stond/ als Cynthia Plaster Caster’.

Cynthia Plaster Caster? Dat is een Amerikaanse kunstenaar die plastic penissen en borsten van beroemdheden namaakt. Ze omschrijft zichzelf op haar website als een ‘recovering groupie’; dankzij de Beatles zag ze in de jaren zestig de zin van het leven.

Voorzien van deze informatie vraag je je bij statie VI ineens af of de non, dé groupie van Jezus bij uitstek, een plastic afdruk van het geslachtsdeel van haar grootste idool Jezus vasthoudt? Of het moet die van Jimi Hendrix of Frank Zappa zijn!

‘Horror Vacui – een docudrama in 14 staties’ van de Tilburgse striptekenaar Jeroen de Leijer (geestelijke vader van Eefje Wentelteefje) en dichter Nick J. Swarth, stemt tot grinniken én overpeinzen, maakt vrolijk, ernstig én een beetje droef. Geïnspireerd door het christelijke lijdensverhaal verplaatsten De Leijer en Swarth de staties naar het heden. Zo volgen we de hedendaagse mens in een postmodern medialandschap van hamburgertenten en reclame op zoek naar zingeving. Bij elke afbeelding hoort een associatieve dichttekst van Swarth. Zo lezen we bij statie IV (Jezus ontmoet Zijn heilige moeder): ‘Ik liet haar zien hoe gemakkelijk je kunt ontharen met Sweet Simplicity!’

Jezus aan de bar, Jezus in de Burger King en Maria die blijmoedig onthaart: nog voor dat de veertien tekeningen als kunstwerk gerealiseerd waren, waren de staties al omstreden bij klerikalen en in de Tilburgse gemeentepolitiek. Het CDA wilde geen gemeentegeld geven aan het ‘kwetsende kunstwerk’ waarop de PvdA riposteerde met ‘censuur!’. Toen Trouw een interview met de twee kunstenaars afdrukte, barstte de discussie ook landelijk los. Het ging over geld, over de zin van kunst in openbare ruimte en over vrijheid van meningsuiting. Ook burgemeester Vreeman bemoeide zich ermee, en zei dat kunst ook een ‘prikkelende rol’ kon spelen. Nu, na lang vergaderen, geduw en getrek is het zover: op 16 april is de presentatie van het kunstwerk in Theater de Nieuwe Vorst in Tilburg in diverse media uitgevoerd, onder meer wandkleed zeefdruk, neon, houtsnede. De opening gaat gepaard met een debat over ‘kunst, religie, overheidsbeleid en vrijheid van meningsuiting’.

De mediaophef wijten

de twee kunstenaars vooral aan een gebrek aan kennis over het project. „Dan wordt je niet serieus genomen als makers of kom je met een foto terecht in de krant waar Lombroso zijn vingers bij zou aflikken”, zegt Jeroen de Leijer in een Tilburgs café. „Wat mij het meest verbaasd heeft over de ophef, is het conservatisme, en het onvermogen van mensen om zich open te stellen voor kunst”, vult Nick Swarth aan. „De reacties kwamen nu ineens, maar er staan al acht jaar exemplaren in de bibliotheek van het boekje.” In 1999 publiceerden de dichter Nick J. Swarth en striptekenaar Jeroen de Leijer in een oplage van 250 stuks in eigen beheer Horror Vacui – een docudrama in 14 staties. Voor het Tilburgse initiatief KORT (Kunst in de Openbare Ruimte van Tilburg) dienden de twee kunstenaars het docudrama in als voorstel voor een beeldend kunstproject. „Oorspronkelijk hadden we het idee om de staties langs de ringweg te plaatsen. Dan kon je er in je auto langs zoeven en zo de kruisweg afleggen. Maar daar waren wat bedenkingen bij, en terecht vind ik. De openbare ruimte is bijvoorbeeld ook van kinderen.”

De Leijer kiest zijn woorden zorgvuldig. Hij is geschrokken van de ophef in de media, en vindt het nu vooral belangrijk om zijn werk toe te lichten. Hij vertelt dat het idee voor Horror Vacui is ontstaan tijdens een periode dat hij worstelde met grote levensvragen. „Mijn vriendin wilde een kind. Ik aarzelde. Ik dacht na over het leven, de dood, lijden terwijl je leeft en de zin van het leven, en wilde graag met deze thema’s aan de gang. Het lijdensverhaal van Christus vond ik een mooi vehikel: het is een gesloten vorm over leven, lijden en dood waarin beeld en tekst samenkomen. Wij plaatsen het lijdensverhaal in een andere setting waardoor het absurd wordt. En wij hebben de kruisweg losgekoppeld van religie. Het gaat juist over de afwezige god, de god die niet aanwezig is.”

Horror Vacui betekent ‘angst voor de leegte’. De Leijer: „Leegte gaat niet alleen ‘na de dood’, het leven zélf is een horror vacui. Het leven is ook een leegte die je in moet vullen. Je wordt geboren en je bent hoe dan ook veroordeeld tot de dood. Totdat je in je graf wordt gelegd, gebeuren een aantal dingen. Je ontmoet een paar mensen. En daar moet je het mee doen.”

De samenwerking met Swarth kwam tot stand omdat ook hij veel bezig is met de thema’s leven, verafgoding en dood. De twee kunstenaars werkten ieder afzonderlijk van elkaar. Soms was er eerst een tekening en dan de tekst, soms andersom. „Hoewel ik niet gelovig ben, beschouw ik de bijbel als een pijler van de westerse cultuur”, vertelt Swarth. „Op de Bijbel valt veel terug te voeren, met name het dualistische westerse denken: goed versus kwaad, god versus duivel, wit versus zwart. Dualisme is een radicaliserende vorm van denken, die weinig ruimte voor nuance laat. In een antiquariaat kocht ik een boek vol katholieke moraaltheologie. Je weet niet wat je leest. Elke denkbare daad was gecategoriseerd en gelabeld: slecht, slechter, slechtst. Heb ik het over het midden van de vorige eeuw. Wat een zwartgallige, op wantrouwen geënte benadering van het leven.

„Religie als ontkenning van zinloosheid of een model om je handelen op te baseren oefende op mij nooit aantrekkingskracht uit. In tegenstelling tot het theater en de dramatiek. Dat je door het eten van een hostie een stukje Christus tot je nam: fabuleus. Ik was vroeger zo onder de indruk van de katholieke rituelen dat ik thuis een altaartje inrichtte om ‘misje’ te spelen.

„Het lijdensverhaal sprak me enorm aan: die fenomenale tragiek. Maar goed, om precies dezelfde reden fascineren de laatste dagen van Hitler me ook. In de wijze waarop mensen achter beiden aanrenden zie ik een volgende parallel. Aanvankelijk onruststokers, maar met een boodschap van verlossing. Wie zijn de goden, Jezussen en profeten van de moderne mens? Dat zijn de Idols, en dat is zo plat als een dubbeltje! Als je geld op is, is je idool weg.

„Dit is een moderne versie van kruiswegstaties. We hebben Jezus uit zijn geschiedkundige en religieuze context getrokken en geplant in een hedendaags landschap. Terug bij af. Zijn kansen schatten we niet hoog in. Het gaat over het onvermogen van de moderne mens, over het steeds platter worden van de cultuur in de westerse samenleving. Is die vervlakking erg? Geen flauw idee! Maar je staat erbij en je kijkt ernaar.”

Swarth omschrijft zijn werkwijze als associatief, wat betekent dat de teksten uit fragmenten bestaan die overal vandaan kunnen komen. „Ik pas een techniek toe die ook de schrijver T.S. Eliot gebruikte: het moedwillig, bijna hardhandig samenvoegen van teksten die uit een andere context komen. Mensen willen in dit tijdgewricht bij voorkeur graag duidelijke teksten met een humoristische pointe, en dan is het af. Ik hou van ongemakkelijke, wrange poëzie.”

Een gevoel voor humor en lichtheid

kan je de twee niet ontzeggen. Integendeel. Tilburg wordt, met cartoonisten als Gummbah en Ivo van Leeuwen, vaak aangemerkt als een kweekvijver voor de absurdisten. „Er is sprake van relativering bij absurdisten, die vaak niet wordt opgemerkt door mensen die verongelijkt reageren”, meent De Leijer. „Bij absurdisten botsen teksten en sferen, koud en warm, tegen elkaar. Kijk eens naar de tekening van de non. Een non associëren we niet met seksualiteit. En dan de tekst van Nick erbij. Het aardse en het hemelse komen hier bij elkaar, dat is absurdisme. Die tekening klopt precies.”

En de provocatie? Het lijkt er immers in het huidige tijdsgewricht op alsof alleen nog maar het ‘provocerende kunstwerk’ aandacht geniet, zeker als het een cultuurkritische blik op religie betreft (te denken valt aan de foto’s van Sooreh Hera of Maarten Steenhagens Everybody can be Famous of de Tong van Lucifer van R.W. de Wint). „Als iets alleen maar provocerend is, schiet het zijn doel voorbij. Provoceren is heel gemakkelijk”, aldus De Leijer. „Maar het is wel fijn om te weten dat wat we maken niet geheel onopgemerkt blijft, dat het mensen wat doet. Vervelend is wel dat je integriteit in twijfel wordt getrokken. Dan ga je ook ineens aan jezelf twijfelen. Is dit het waard? Heb ik nog zin om dit werk te maken? Maar ik ben toch niet bezig met kwetsen? Er is al eerder werk van mij op laste van de NS verwijderd. Dat werk toonde Elvis als een soort verlosser, als Jezus. Elvis is ook koning, maar dan van de rock ’n roll. Maar daar was de Bond tegen het Vloeken niet boos over. Dat was vanwege het feit dat naakte mensen allerlei handelingen met elkaar verrichten. Met humor ga je vaak per definitie over de grens heen, en trap je vaak heilige huisjes omver. We bevinden ons met dit werk op de grens. Maar we gaan er niet over heen. Dat doe je als je zeventien bent, dan ben je recalcitrant. Maar kunst is grenswerk. En in mijn werk speel ik daarmee.”

Swarth is uitgesprokener over de ophef: „Ik ben biseksueel. Als ik voor iedere keer dat ik gekwetst zou zijn als de kerk iets doms zegt over homoseksualiteit een jaar bij mijn leven mocht optellen, dan zou ik al 10.000 worden. Of dat geen ‘tand om tand’ is? Nee. Hij die zonder zonde is werpe de eerste steen – dat is wat ik daarmee wil zeggen.

„Ik ben er wel trots op dat wij een mechanisme hebben blootgelegd, namelijk dat katholieken even ‘nare’ mensen kunnen zijn als moslims. Als het gaat om kunst die in opspraak raakt, denken Nederlanders al snel: daar heb je de ‘bekrompen moslims’ weer. Maar zie hier hoe christenen opspringen. In de vrije hippiejaren zestig en zeventig van de vorige eeuw kon je heel ver gaan, in de nuchtere jaren tachtig twijfelde men aan grenzen, en sinds de jaren negentig zitten we in een conservatieve golf. De tijdsgeest verklaart de ophef over ons werk. Het is een teken van angst: mensen trekken zich terug in zekerheden. Ik vind dat je als kunstenaar overal aan mag komen. Mensen fronsen hun wenkbrauwen wel vaker bij wat ik maak.”

Het gaat uiteindelijk om een kunstopvatting, vindt echter ook Swarth: „In het autonome kunstwerk, stelt het kunstwerk de grenzen. De kunst zelf bepaalt de regels, de inhoud en vorm bepalen hoe ver het gaat. Dat is ook het spannende aan het kunstenaarsschap: je ontdekt zelf ook de grenzen. Vervolgens treed je dan naar buiten met je werk en tref je een publiek dat niet doormaakte wat jij doormaakte in je intense omgang met het materiaal. Dat is vaak schrikken. Als stadsdichter werkte ik wel in opdracht. Dat vergt een andere benadering. Als je weet wat het medium is, en je weet voor wie je het maakt, haal je al een grens binnen.”

„Alles kwam bovendrijven”

, vertelt De Leijer. „De Deense cartoonaffaire bijvoorbeeld. Maar die vergelijking gaat niet op. De islam kent geen traditie van het afbeelden van profeten, het christendom wel. Jezus hangt overal! Er is via kunst iets gezegd over Jezus, denk maar aan het Ezeltjesproces van Reve of aan Life of Brian. Die film ging trouwens niet over Jezus maar over Brian. Life of Brian is een humoristische film over een man die tegelijkertijd met Jezus wordt geboren. Er zitten wel kritische uitspraken over religie in en dat ze allemaal achter Brian aanlopen. Mijn werk is fictie. Een toneelstuk. Het heeft geen historische pretentie.

„De kruisweg als stripverhaal, dáár worden sommige mensen al boos over. Maar het is geen stripverhaal. Een strip is een blaadje drukwerk, dat wordt geassocieerd met lachen en rare poppetjes. Dit zijn staties. De term beeldverhaal is beter. Wie zegt trouwens dat ik Jezus heb getekend? Ik speel met symbolen. Ook het beeld van Jezus zelf is gecommercialiseerd. Wij kennen Jezus alleen met baard bijvoorbeeld. Maar dat is allemaal op één beeld gebaseerd. Teken een doornen krans op een mens, en dan heb je Jezus. Ik wilde niet weer die historische Jezus in datzelfde broekje met gespierde torso afbeelden – dat beeld doet me niet zoveel. Het is een hele mooie man om te zien hoor, maar je ziet het beeld zó vaak, dat het eigenlijk geen persoon meer is. Mijn beeld staat dichter bij hoe ik mensen zie. Het is gewoon een mens die ik heb getekend. Een mens die zoekt naar de verlossing die er nu niet meer is, daar gaat het om.”

Horror Vacui – een docudrama in 14 staties is te zien in Theater de NWE Vorst, Willem II straat 49, 5038 BD, Tilburg. Op 16 april wordt het kunstwerk geopend met een debat o.l.v. Jacobine Geel. Toegang alleen na inschrijving tot 7 april via: kort@tilburg.nl