Een zeer Nederlandse Europeaan

Hij was op het religieuze af gedreven, trad zelden op de voorgrond maar zette zich intussen wel grondig in voor de totstandkoming van de huidige Europese Unie: Max Kohnstamm.

Max Kohnstamm Foto Freddy Rikken Max Kohnstamm, auteur FOTO: Freddy Rikken Rikken, Freddy

De Europese dagboeken van Max Kohnstamm. Bezorgd door Mathieu Segers. Boom, 262 blz. € 19,50

Anjo G. Harryvan en Jan van der Harst: Max Kohnstamm. Leven en werk van een Europeaan. Spectrum, 268 blz. € 27,50

Nicolas Sarkozy begon zijn Franse presidentschap vorig jaar door te doen alsof hij met Europese afspraken weinig te maken had. Maar de Duitse bondskanselier Angela Merkel maakte hem vorige maand duidelijk dat Europa de ruimte voor de Franse president om onafhankelijk te opereren juist beperkt. Zij dwong hem zijn plannen voor een Mediterrane Unie te begraven, omdat zo’n organisatie onder Franse leiding, los van de Brussel, onaanvaardbaar was.

Het is zo langzamerhand gebruikelijk dat een nieuwe Europese regeringsleider eerst met zijn hoofd tegen de muur moet lopen alvorens in te zien dat ook hij of zij niet zomaar zijn eigen gang kan gaan.De vorige Duitse bondskanselier Gerhard Schröder had er last van, de Italiaanse premier Silvio Berlusconi, en ook de Poolse tweeling Kaczynski – president Lech en inmiddels oud-premier Jaroslaw – onderschatte in 2006 het gewicht van Europa.

De machtspolitiek van de Europese landen die de afgelopen eeuwen tot vele oorlogen heeft geleid, is na WO II aan banden gelegd. De nationale staten hebben soevereiniteit afgestaan aan Europese instellingen en moeten zich aan Europese rechtsregels houden.

Bij het vele gemopper over de macht van Brussel, over de gevaren van een Europese superstaat of over het omgekeerde, het onvermogen van Europa om een politieke macht te worden, verdwijnt vaak naar de achtergrond wat er allemaal veranderd is. En hoe dat gebeurd is. Er zijn veel geschiedenissen van de Europese integratie geschreven, die bestemd lijken te zijn voor hen die een slaapmiddel zoeken. Ze geven de indruk dat Europa geconstrueerd is door gevoelloze dossiertijgers. Europese memoires, zoals die van de voormalige Commissie-voorzitter Jacques Delors bijvoorbeeld, bevatten veel bloedeloze notulen. Daarom is de biografie van een Europeaan die laat zien dat Europa uit ‘gewone’ mensen bestaat een opluchting.

Geen Nederlander is tientallen jaren zo nauw betrokken geweest bij de discussies en onderhandelingen over de stap voor stap gevorderde Europese integratie als Max Kohnstamm (1914). Hij was lange tijd de rechterhand van de Fransman Jean Monnet, de grondlegger van de huidige Europese Unie. Als een handelsreiziger trok hij door Europa en de VS om Monnets ideeën aan de man te brengen. Hij was het die de Duitse sociaal-democraten ertoe bracht hun weerstand tegen Europa op te geven. Daarmee werd de Europese integratie een zaak die in Duitsland van links tot rechts werd ondersteund.

Kohnstamm is nooit opgehouden zich in te zetten voor Europa. Zelfs nu hij de negentig jaar ruim is gepasseerd levert hij nog gevraagde of ongevraagde adviezen. Hij treedt daarbij niet op de voorgrond. Hij is altijd de tweede man geweest, die anderen probeert te overtuigen van wat ze moeten doen. Dat deed hij als diplomaat, activist, lobbyist en als denker. In het meestal nogal afstandelijke diplomatieke milieu viel hij op door zijn emotionaliteit. En met zijn bijna religieuze gedrevenheid maakte hij niet alleen maar vrienden.

Bijzonder is ook dat hij zijn uitbarstingen van vreugde en vlagen van wanhoop, zijn bewondering en afschuw voor mensen, in dagboeken noteerde. De manier waarop hij tegen Monnet opkeek lijkt op die van een wel erg idolate zoon. Zijn afschuw van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns en van de Franse president Charles de Gaulle was intens. ‘Ziek van ellende’, voelde Kohnstamm zich in de jaren vijftig tijdens Europese onderhandelingen. Op een ander ogenblik noteerde hij: ‘Het maakt me mateloos down’. Tijdens onderhandelingen in 1955 van de ministers van Buitenlandse Zaken in het Siciliaanse Messina schreef hij: ‘Hollandse troep rot […]. Dodelijk ongelukkig’. Messina werd het begin van een proces dat in 1958 leidde tot het Verdrag van Rome, het basisverdrag van de Europese Gemeenschappen, wat nu de Europese Unie heet.

De uitgave van deze dagboeken, over de periode augustus 1953 tot september 1957, geannoteerd door Mathieu Segers, biedt de uitzonderlijke kans om in de huid te kruipen van een Europeaan van het eerste uur. Juichend en treurend zette Kohnstamm zich in voor een nieuw Europa waar onderlinge oorlogen niet meer mogelijk moesten zijn. Om de dagboeknotities te begrijpen zijn Segers’ beknopte en heldere inleidingen onmisbaar. Die vormen het raamwerk van de geschiedenis van de Europese Kolen- en Staal Gemeenschap (EKSG) en de begintijd van het Actiecomité voor de Verenigde Staten van Europa, waarmee Monnet met wisselend succes regeringen, politieke partijen en vakbonden voor de Europese zaak probeerde te winnen. Kohnstamm was onder voorzitter Monnet secretaris van de Hoge Autoriteit van de EKSG ( voorloper van de Europese Commissie) en was later secretaris-generaal en vice-voorzitter van Monnets actiecomité.

De nu verschenen dagboeken zijn ook een belangrijke bron geweest voor Kohnstamms biografen Anjo Harryvan en Jan van der Harst. Zij laten zien hoe bij Kohnstamm de elementen samenkwamen die in zijn politieke werk uiteindelijk een belangrijke rol speelden. Er was de relatie met zijn zeer religieuze vader en de hechte band met zijn moeder die zozeer over haar zoon waakte dat ze hem duizend gulden toezegde als hij zich niet voor zijn dertigste zou verloven.

In zijn studententijd bracht Kohnstamm het tot rector van de senaat van het Amsterdams Studenten Corps en legde hij de basis voor zijn uitgebreide netwerk. Een reis van een jaar door het Amerika van de New Deal overtuigde hem ervan dat er wel iets anders bestond dan ‘de levenloze boel’ in Nederland en dat de wereld wel degelijk verbeterd kon worden.

Een verblijf tijdens WO II van drie maanden in Kamp Amersfoort was voor Kohnstamms verdere leven van doorslaggevende betekenis. Hij werd er gedwongen een overleden medegevangene op een slee naar de poort van het kamp te trekken. Die ervaring heeft hem aan God doen twijfelen en is tegelijkertijd de grote stimulans geweest om zich in te zetten voor een Europa zonder oorlog. Zijn latere verblijf in de gijzelaarskampen Haaren en St.Michielsgestel leidde tot een nog groter netwerk van relaties. Daar ontmoette hij de latere premier W. Schermerhorn, die hem na de Bevrijding bij koningin Wilhelmina zou aanbevelen als haar particuliere secretaris.

Kohnstamm werkte later bij het regeringscommissariaat voor uitvoering van het Marshallplan en bij Buitenlandse Zaken. Maar zijn mening dat het naoorlogse Duitsland zo snel mogelijk uit het isolement gehaald moest worden en in de Europese economie moest worden geïntegreerd, werd niet overal gewaardeerd. Spottend werd hij ‘Mr. Europe’ genoemd. Toen hij eenmaal voor Monnet werkte, werd hij door Nederland soms wantrouwig bekeken, omdat hij meer oog zou hebben voor het Europese dan voor het Nederlandse belang.

Nadat Monnets actiecomité in 1975 was opgeheven en de grondlegger van het moderne Europa in 1979 was overleden, nam Kohnstamm in 1985 het initiatief voor een nieuw Actiecomité voor Europa. Maar de tijden waren veranderd. Als de comité-leden ergens mee instemden, betekende dat nog niet dat hun politieke partijen of vakbonden ook akkoord gingen. De organisaties waren gedemocratiseerd en daarmee werd het Europese lobbywerk bemoeilijkt.

Kohnstamm is een zeer Nederlandse Europeaan gebleven. Hij had een hekel aan Fransen, voelde zich thuis bij de Britten en als eerste president van het Europees Universitair Instituut in Florence mochten uitgebreide Italiaanse maaltijden er best bij in schieten. Deze gedreven Nederlander had een goede eindredacteur van zijn biografie verdiend, die woorden als ‘prioritering’ en ‘coaliseren’ had geschrapt.

    • Ben van der Velden