Een wekelijkse routine

De nachtsnackbar kent nog minder sfeer dan een Vlaamse campingkantine. Ik weet niet of dat een officieel woord is, ‘nachtsnackbar’ zoals er ook ‘nachtcafés’ zijn, maar iedereen weet meteen wat je bedoelt wanneer je oppert om er een te bezoeken. De mensen die er komen lijken opgebouwd uit eenzelfde dronken droevigheid als de vaste bezoekers van nachtkroegen. Het is alleen nog beter zichtbaar doordat het licht er zoveel feller is. De kroeg of club waar je vandaan kwam was donker en rokerig. In de snackbar is het al dag. Maar een stuk minder aangenaam.

Honger is voor sommigen niet de drijfveer om er te komen. Het is de laatste kans om nog niet naar huis te hoeven. Want sommige nachten moeten niet eindigen. Soms omdat ze zo geslaagd waren. Soms omdat ze dat niet waren en je hoopt dat er nog iets gebeurt. Dat je een oude bekende tegenkomt of op het laatste nippertje nog een partner vindt. Of je telefoonnummer nog hebt kunnen geven.

Ik weet dit goed, want ik kom er regelmatig. Het liefst alleen omdat de nachtelijke trek er niet een is voor gezelligheid. Het is wekelijkse routine. Ik schuif aan bij mensen die ik niet ken. Bestel drie pitabroodjes kaas om de eerste honger te stillen. Vaak beginnen mijn onbekende tafelgenoten een gesprek met mij. Alcohol maakt veel tijdelijke vrienden. Hun gezichten ben ik alweer vergeten wanneer ik mij voorover buig naar het eerste pitabroodje. Het vergt veel concentratie om zoveel mogelijk knoflooksaus op een stukje brood lepelen, zonder overdreven veel te knoeien. En daarmee saus te verliezen.

Mijn gezicht vergeten ze daarna meestal niet. Weken later, in kroegen of op verjaardagen kom ik jongens uit de nachtsnackbar tegen. Ze klampen me aan. Zeggen dat ze niet kunnen vergeten hoe ik at. Dat ik niet voorzichtig het brood brak maar er met mijn kaken de grootst mogelijke stukken vanaf scheurde, terwijl mijn mond overliep van de knoflooksaus. Dat het een genot was om te kijken naar een meisje zonder tafelmanieren. Ze kijken me daarna hoopvol aan. Zoals honden doen wanneer je richting hun etensbak loopt. Soms lachen ze er eng bij. Volgens sommige mensen heeft een vrouw de aanbidders die ze verdient.

Janneke van der Horst

    • Janneke van der Horst