Een investering in stenen

In 2012, op zijn vroegst, zal het Muziekpaleis in Utrecht, het voormalige Vredenburg, klaar zijn. Een prestigeproject met vijf zalen voor pop, klassiek en jazz onder één dak. De gebruikers moeten de nieuwbouw zelf betalen, vindt de gemeente. Maar de financiële onderbouwing rammelt.

Maquette van het nieuwe Muziekpaleis foto Bram Budel De maquette van het nieuwe Vredenburg in Utrecht de opbouw is ontworpen door Hertzberger de drie zalen erin door jonge architecten. Het nieuwe open gedeelte met drie zalen komt bovenop het oude Vredenburg te staan dat Hertzberger in de jaren 70 ontwierp. FOTO: BRAM BUDEL Budel, Bram

Het ontbreken van een middenzaal: daarmee begon het bijna twintig jaar geleden. In de kleine zaal van Muziekcentrum Vredenburg konden 300 bezoekers, in de grote 1700. Er was altijd veel kritiek geweest op het gebouw van architect Herman Hertzberger, opgeleverd in 1979. Het was te grauw van buiten, te kleinschalig en te onoverzichtelijk van binnen. Maar het ontbreken van een middenzaal voor rond de duizend bezoekers was voor directeur Peter Smids in 1995 reden om een beperkte uitbreiding van Vredenburg voor te stellen.

Die verbouwingsplannen groeiden op de gemeentelijke tekentafels uit tot een grote, prestigieuze muziektempel. Het Muziekpaleis. Een nieuw gebouw van 42 meter hoog, bovenop de grote zaal van Vredenburg. In totaal komen er vijf zalen, voor 5300 bezoekers. Het Muziekpaleis wordt een fusie van poppodium Tivoli, jazzstichting SJU en Muziekcentrum Vredenburg.

Eind 2005 besloot de Utrechtse gemeenteraad tot de bouw van het Muziekpaleis. De supervisie is in handen van Herman Hertzberger, die zijn oorspronkelijke zaal onder handen neemt; andere delen van het gebouw zijn van Joe Coenen, Architectuurcentrale Thijs Asselbergs en NL Architects. Gedeeltelijke sloop en nieuwbouw op het Vredenburg was ook het begin van de renovatie van het winkelcentrum Hoog Catharijne tussen het station en de binnenstad. Maar iets zichtbaars is er in tweeëneenhalf jaar nog nauwelijks gebeurd.

Sinds muziekcentrum Vredenburg vorige zomer is gesloten, gaat het schuil achter een grote blauwe schutting. Eerst procedeerde de Utrechtse activist Kees van Oosten tegen de gemeente omdat er eksters broedden in een te vellen boom op het Vredenburgplein. Nu wordt er asbest verwijderd om te kunnen beginnen met de sloop. Als er dan tenminste een sloopvergunning is in dit archeologisch zo interessante stukje oude binnenstad, waar ooit de Vredenburcht stond.

Daarna moet er worden gebouwd, maar de kosten lopen op door de voortdurende vertraging. En er waren ruzies tussen de drie toekomstige uitbaters, Tivoli, SJU en Muziekcentrum Vredenburg. Maar afblazen van het project acht wethouder Janssen (stationsgebied, CDA) onwenselijk en ook onmogelijk. „We zijn nu al zo ver gevorderd, we gaan niet meer terug”.

De aanvankelijk beloofde opening in 2009 is nu officieel opgeschoven naar eind 2012. Maar het kan ook een jaar later worden, volgens adjunct-directeur Dick te Winkel. Inmiddels is na het kortstondige gebruik van de Central Studio’s een tweede tijdelijke concertzaal Vredenburg Leidsche Rijn in gebruik genomen. En de voormalige Kleine Zaal is nu gevestigd in de voormalige kerk Leeuwenbergh.

Nu niet eens vaststaat wanneer

gedeeltelijke sloop van het oude Vredenburg en nieuwbouw kunnen beginnen, en de kosten oplopen, lijkt het Muziekpaleis zich aan te sluiten in de rij van eindeloos dure probleemgevallen als HSL, Betuweroute en Rijksmuseum. Niettemin is het optimisme van de Utrechtse bestuurders onverwoestbaar. „Het Muziekpaleis is een must voor de Utrechtse cultuur’’, zegt cultuurwethouder Cees van Eijk (GroenLinks). „Onze handen jeuken om eindelijk aan de gang te gaan. Dit wordt een gebouw waar we mooie muziek gaan programmeren, waarmee we festivals naar Utrecht lokken. Het wordt van nationale en internationale betekenis”.

Of de culturele ambities in het Muziekpaleis kunnen worden waargemaakt, is onzeker. Het Muziekpaleis moet zichzelf gaan bedruipen. De nu nog grotendeels gesubsidieerde programmering van jazz en klassieke muziek raakt in de verdrukking als straks het dure gebouw moet worden afbetaald.

Het Muziekpaleis is begroot op 100 miljoen euro. Daarvan betaalt de gemeente 30 miljoen euro. Nog te werven sponsors moeten 9 miljoen euro leveren. De overige 60 miljoen betalen Tivoli, SJU en Vredenburg in de vorm van huur. Een zeer ambitieuze doelstelling, want meer dan de huidige subsidie van 7,5 miljoen euro per jaar krijgen de drie instellingen niet. En hun huisvestingslasten stijgen fors.

De exploitatiebegroting waarin de drie podia uiteenzetten hoe zij die huur gaan opbrengen, werd eind vorig jaar gekraakt door het in de cultuursector gerenommeerde adviesbureau LAgroup. De begroting was veel te rooskleurig, concludeerde het bureau. De bezoekersaantallen zouden flink stijgen en de bezoekers zouden bovendien naar meer verschillende activiteiten gaan. Ze zouden ook meer betalen voor een kaartje en meer besteden in de horeca. LAgroup achtte de begroting „veel te risicovol” en de ambities niet haalbaar. De gemeenteraad eiste een nieuwe begroting.

De oude begroting heet nu de ‘ambitieuze begroting’. De nieuwe begroting, de ‘nulbegroting’, is ambitieloos. Het aantal concerten in de jazzzaal wordt verlaagd van 170 naar 85, in het jazzcafé van 230 naar 130. De kamermuziek gaat van 185 concerten naar 130. De inkomsten van de popconcerten worden het financiële fundament van het Muziekpaleis. Het poppodium Tivoli komt nu bijna zonder subsidie rond, terwijl de jazz en klassieke muziek van SJU en het Muziekcentrum sterk afhankelijk zijn van gemeentelijke bijdragen.

De ambitieuze begroting was een opeenstapeling van de wensen van de drie podia. De nulbegroting is een opsomming van de huidige activiteiten, zonder groei. Het Muziekpaleis dreigt volgens betrokkenen een veel te ruime en te dure jas te worden, zonder nieuwe impulsen voor het Utrechtse culturele leven.

„Deze nulbegroting is geen weergave van ons ambitieniveau”, zegt cultuurwethouder Van Eijk. „We willen alleen laten zien dat het nieuwe Muziekpaleis exploitabel is te maken”.

Volgens directeur Ed de Haan van het Muziekcentrum is de begroting het absolute minimum. „Dit is natuurlijk niet de begroting waarmee het Muziekpaleis van start moet gaan.’’

Gemeente en Muziekpaleis graven zich daarmee nu al in voor de toekomstige strijd. Met de nulbegroting heeft de gemeente een machtsmiddel als het Muziekpaleis straks meer geld vraagt. Want elke extra activiteit bovenop de nulbegroting moet rendabel zijn. Ook klassieke muziek of experimentele jazz, die bijna onmogelijk zijn te programmeren zonder subsidie. Cultuurwethouder Van Eijk: „Als het Muziekpaleis meer concerten wil, zullen ze daarvoor zelf de dekking moeten vinden”.

De SJU dreigt te worden gemangeld. Hoewel de kleinste partner van een intieme oude kelder naar een moderne jazzzolder op ruim 40 meter hoogte boven de stad gaat, was de deelname aan het Muziekpaleis niet vrijwillig. De samenwerking tussen de drie partijen die sterk van elkaar verschillen, verloopt vanaf het begin stroef. Vredenburg is een grote gemeentelijke dienst, die nu zichzelf moet gaan bedruipen. SJU draait vrijwel geheel op vrijwilligers. Tivoli kan zich steeds beter redden met minder subsidie en wil het liefst zo min mogelijk gemeentelijke bemoeienis.

Het Muziekpaleis kan veel duurder

worden dan de begrote 100 miljoen euro. Dat bedrag dateert uit 2004. Hoewel de kosten van bouwmaterialen flink zijn gestegen, rekent de gemeente nog altijd met grofweg 100 miljoen euro, omdat wordt gewerkt met een ‘bouwteamaanbesteding’. Het Muziekpaleis is gekoppeld aan de herstructurering van de naast gelegen ‘Vredenburgknoop’. Daarmee komt het water terug in de gedempte Catharijnesingel en er worden bruggen overheen gebouwd.

„Ik zet alles op alles om het met die 100 miljoen te doen”, zegt wethouder Janssen. „Ik weet dat aanbestedingen van grote projecten de laatste jaren tegenvallen, maar door de twee projecten samen te voegen, proberen we alles in toom te houden. Als we eind dit jaar met veel hogere kosten te maken krijgen, moeten we met nieuwe voorstellen naar de raad.”

De kosten van een half jaar vertraging werden begin vorig jaar al op een kleine tien miljoen euro geschat. Sindsdien is de sloop nog een jaar vertraagd. De werkelijke kosten van het Muziekpaleis liggen nog hoger omdat een aantal posten buiten beschouwing is gelaten, zoals het tijdelijke Muziekcentrum Leidsche Rijn van acht miljoen euro, inclusief het parkeerterrein.

De reorganisatie van Vredenburg kost 2,7 miljoen euro, onder andere door afvloeiingsregelingen voor het personeel. Veel van de huidige medewerkers van Vredenburg, Tivoli en SJU zullen hun baan verliezen. Iedereen moet opnieuw solliciteren. Van ongeveer 100 volledige banen blijven er 60 over. De rest wordt aangevuld met freelancers.

Bij bespelers van Tivoli en Muziekcentrum leeft scepsis over het Muziekpaleis. Er is enthousiasme over ontwerp en concept, maar twijfel over de exploitatie. Jan van den Bossche, directeur van het Festival Oude Muziek, dat elk jaar deels in het Muziekcentrum wordt georganiseerd, ziet ‘luchtfietserij’ in de plannen. „Het Muziekpaleis kan een zaal van wereldformaat worden. Maar ik zie niet hoe de drie muziekstromen jazz, pop en klassiek in één gebouw van elkaar kunnen profiteren. Die hebben toch verschillende doelgroepen”.

Van den Bossche vindt het frustrerend dat hij en andere vaste gebruikers van het Muziekcentrum niet zijn betrokken bij de plannen. „Ons is nooit gevraagd naar onze wensen of mening”. Echt grote zorgen maakt Van den Bossche zich over de komende jaren, voor het Muziekpaleis klaar is. „Dat wordt een ramp. We hebben geen grote zaal meer in het centrum van Utrecht en ik moet nog zien of onze bezoekers helemaal naar de vervangende zaal in Leidsche Rijn gaan”.

Hoewel het Muziekpaleis uniek wordt

in de wereld, wordt het Amsterdamse Muziekgebouw aan ’t IJ regelmatig als voorbeeld aangehaald. Daarin werken De IJsbreker voor eigentijdse muziek en het BIMhuis voor jazz samen. Maar waar het Muziekpaleis in Utrecht de eigen broek moet gaan ophouden, hoeft het Muziekgebouw aan ’t IJ niet te betalen voor de kosten van het gebouw: die komen voor rekening van de gemeente. Bovendien wordt het Muziekgebouw inmiddels ook verhuurd voor niet-muzikale doeleinden om zo tekorten weg te werken.

Volgens de Amsterdamse Kunstraad moeten investeringen in cultuurgebouwen worden gerechtvaardigd met realistische cijfers van kosten en exploitatielasten. Dat advies mag ook elders ter harte worden genomen, vindt secretaris Bert Janmaat van de Kunstraad. „Het is in de cultuur altijd makkelijker om geld te vinden om te bouwen dan om de gebruikskosten structureel te dekken. Een nieuw gebouw wordt gezien als een investering in cultuur, maar het is feitelijk slechts een investering in stenen.”

Inmiddels wil Amsterdam een half miljoen euro aan het Muziekgebouw geven om sponsors te werven voor muziek van de twintigste eeuw om de structurele problemen in de toekomst te verlichten. Utrecht is echter niet bang voor ‘Amsterdamse’ toestanden. Wethouder Janssen vraagt zich af of er ergens een gemeente te vinden is die bij een dergelijk project zo grondig te werk is gegaan als Utrecht. „We gaan niet over één nacht ijs. We zijn hier al vier, vijf jaar mee bezig.” En collega Van Eijk: „We werken met instellingen die tientallen jaren ervaring hebben. We hebben er alle vertrouwen in.” Dinsdag 1 april neemt de Utrechtse gemeenteraad een beslissing over de begroting.

Mmv Kasper Jansen en André de Vos