Dit zag een moslim

Wilders maakte een religieus pamflet.

Er is in de loop der eeuwen ook wel harder uitgehaald naar de islam.

Volgens Unesco is een pamflet een eenmalige publicatie van niet minder dan vijf en niet meer dan 48 bladzijden. Dat wil zeggen: net geen boek. Het wordt gebruikt als medium voor reclameboodschappen, religieuze en anti-religieuze verhandelingen, politieke aanklachten en campagnemateriaal. Fitna, de lang verwachte productie van Geert Wilders, is geen film maar een filmisch pamflet. Hij duurt 16 minuten en de betoogtrant is associatief en retorisch.

Het beeldverhaal is een aanval op de Koran, het heilige boek van de moslims. Wilders bedient zich daarbij van reclametechnieken. Hij laat Koranteksten zien en projecteert daar beelden naast van geweld in de islamitische wereld, van het brandende World Trade Center in New York, en van de verwoesting, de doden en de gewonden die het gevolg waren van de terreuraanslagen in Londen en Madrid. Dit boek, wil Wilders kennelijk zeggen, zet aan tot zulke daden, het is opruiend en gevaarlijk. De bewijsvoering komt neer op montage.

Zo gebruikt Wilders soera 8, vers 60 uit de Koran. Dat vers dateert van kort na de slag bij Badr in het jaar 624, toen Mohammed en zijn jonge gemeente een beslissende overwinning behaalden op hun Mekkaanse tegenstanders. De Nederlandse vertaling uit 1974 luidt: ‘En maakt voorbereiding tegen wie gij kunt aan weerstandskracht en uitrusting van paardenvolk, om daarmede te verschrikken Allah’s vijand en uw vijand en anderen buiten hen, welke gij niet kent, maar welke Allah kent.’ Wilders maakt van ‘verschrikken’ ‘terroriseren’. Hij zet de tekst in split screen naast een Boeing die zich in één van de Twin Towers boort.

Fitna is een pamflet, maar in dat genre zijn er betere gemaakt. Sinds de achttiende eeuw is religie in Europa vaak voorgesteld als in strijd met de Rede en als ‘opium van het volk’. Wilders doet dat niet, hij keert zich alleen tegen de islam. Daarmee sluit Fitna aan bij de veel oudere traditie van anti-‘mohammedaanse’ en anti-joodse traktaten. De maker staat dichter bij de oude Maarten Luther en diens verbeten geschrift Over de joden en hun leugens (1543) dan bij Markies de Sade en zijn scherpzinnige satires over de godsdienst.

Er is in de loop der eeuwen ook wel harder uitgehaald naar de islam. Geert Wilders is, bewust of onbewust, een epigoon van Johannes van Damascus (675-749), de eerste christelijke islamcriticus. Deze oosterse kerkvader schreef rond 743 De Haeresibus (Over Ketterijen), waarin hij een hoofdstuk wijdde aan ‘de bedrieglijke cultus der Ismaëlieten’. De Arabieren werden destijds beschouwd als nakomelingen van Ismaël, zoon van Abraham en Hagar. Onder hen predikte ‘ene Mamed’, volgens Johannes ‘een valse profeet, die, nadat hij kennis had genomen van het Oude en Nieuwe Testament, en kennelijk bekeerd was, samen met een monnik zijn eigen ketterij in elkaar draaide.’ Johannes zette de islam dus weg als een ketterse vorm van christendom. In de Middeleeuwen was het ook heel gebruikelijk om Mohammeds openbaringen af te doen als ‘epileptische aanvallen’.

Middeleeuwse moslims hebben zich nooit veel aangetrokken van de christelijke kritiek op hun profeet en religie. Na de herovering van Jeruzalem op de Kruisvaarders door Salah ad-Din (1187) en de verovering van Constantinopel door de Ottomaanse Turken (1453) was daar ook weinig reden voor. Gevoeligheid voor kritiek ontstond pas toen de islamitische wereld economisch en politiek stagneerde en de meeste moslimlanden, van Marokko tot Indonesië, protectoraten en kolonies werden van Europese mogendheden. Het collectieve zelfvertrouwen heeft zich na de dekolonisatie nog niet helemaal hersteld, getuige de commotie over de aankondiging van een anti-islamitisch filmpje door een Nederlandse politicus.

Maar misschien valt het mee. Islamoloog Maurits Berger zei gisteravond in het Journaal: „Als moslims hier tegen gaan betogen, zou ik dat overdreven vinden”.

Je kunt het ook zo zeggen: moslims die zichzelf en hun geloof niet herkennen in dit pamflet, hebben er ook geen pijn van. En dat zijn er allicht meer dan Wilders suggereert met zijn beelden van een boerka-dragende moeder.

Dirk Vlasblom schrijft over religie in nrc.next en was twaalf jaar correspondent in Indonesië voor NRC Handelsblad

    • Dirk Vlasblom