Dit zag een kaaskop

Wilders maakt gebruik van de botste en fijnste instrumenten uit de cinema.

Hij staat daarmee in een lange traditie.

Beelden uit de film Fitna

Een ietwat aangepast vers uit de Koran, waarin wordt opgeroepen de vijanden van Allah schrik aan te jagen met „kracht en paardvolk”. Dan een vliegtuig dat zich in het World Trade Center boort en mensen die uit het gebouw naar beneden springen, met daarbij het geluid van een telefoongesprek tussen een vrouw die zich in het gebouw bevindt en een medewerkster van de alarmcentrale 911. „Het is zo heet. Ik verbrand gewoon.” Dan een bom die afgaat op het station van Madrid. In de rook van de ontploffing verschijnt het gezicht van een islamitische voorganger die zegt: „Wat maakt Allah blij? Allah is blij als niet-moslims worden gedood.”

Zo begint Fitna, de film die Tweede-Kamerlid Geert Wilders maanden geleden heeft aangekondigd en die sinds gisteravond te zien is via het internet. Uit die eerste reeks beelden kunnen we meteen opmaken wat voor film het is. Geen quasi-kunstzinnig gedoe met een gesluierde actrice en het geluid van zweepslagen zoals in Submission van Theo van Gogh en Ayaan Hirsi Ali. Fitna, volgens de aftiteling gemaakt door Wilders en iemand die achter het pseudoniem Scarlet Pimpernel schuilgaat, is een ruim zestien minuten durende compilatie van vooral oude beelden, die vrijelijk voorhanden waren en door de makers in een nieuwe combinatie werden gemonteerd om Wilders’ punt te maken: de Koran roept op tot geweld en de moslims gehoorzamen daaraan.

Wie een film maakt om iets aan te tonen – president Bush is een idioot, de wereld staat op de drempel van een milieuramp, de Koran is een fascistisch boek – houdt zich niet zozeer bezig met de esthetiek als wel met de overtuigingskracht van zijn werk. De maker staat daarmee in een lange traditie van films, van agit-prop tot reclame, waarin kijkers worden bestookt met de botste en fijnste instrumenten die de cinema in ruim een eeuw tijd heeft ontwikkeld. Waar op de lijn van pakweg Sergei Eisenstein tot Michael Moore moeten we debuterend filmmaker Geert Wilders plaatsen?

Wilders neemt daar een bescheiden plek in. In zijn film zien we nauwelijks of geen eigen beeldmateriaal. Misschien dat die Nederlandse mevrouw met haar boerka en wandelwagen speciaal is opgenomen door de Fitna-camera, maar verder zijn het vooral stukken van nieuwsuitzendingen en internetfilmpjes. Erg slim, want veel van die filmpjes zijn op het internet geplaatst door radicale moslims; zo slaat Wilders hun de wapens voor protest uit handen. De meest schokkende van die beelden is de onthoofding van een Westerse gijzelaar door radicale moslims – het moment suprême is overigens door Wilders en de Pimpernel uit hun film gelaten.

Wilders gaat ook niet voor de camera in debat met moslims, zoals de Britse atheïst Richard Dawkins dat met geestelijken van allerlei denominaties deed voor zijn anti-religieserie The Root of All Evil (2006). Wilders komt überhaupt niet in beeld, behalve als krantenkop, wanneer hij door moslims wordt bedreigd. Een vergelijking met Michael Moore, ’s werelds beroemdste documentairemaker die met Fahrenheit 9/11 de herverkiezing van George Bush probeerde te torpederen, gaat alleen al om die reden mank. Moore zet zijn grote lichaam en ironische stem veelvuldig in, met een komisch effect, net zoals de overdreven ouderwetse filmfragmenten die hij soms gebruikt. Dat is nog een groot verschil met Wilders’ film; daar valt geen humor in te bekennen.

De compilatie-documentaire is volgens het boek Nazi’s and the Cinema (Susan Tegel, 2007) voor het eerst gebruikt door de Sovjet-filmer Esfir Schub, niet toevallig van oorsprong een cutter, voor de film De val van de Romanov-dynastie (1927). Het meest beruchte voorbeeld van dit genre is Der ewige Jude (1940) van Fritz Hippler. Voor alle duidelijkheid: er is behalve het gebruik van bestaand beeldmateriaal geen enkele gelijkenis tussen dit antisemitische schotschrift en Fitna. Hippler wilde aantonen dat joden Untermenschen waren en combineerde beelden van smerige Poolse getto’s met die van wriemelende ratten om zijn argumenten kracht bij te zetten. In Fitna komen vrijwel alleen moslims in beeld als ze radicale uitspraken doen.

De filmische retoriek waar Wilders zich van bedient is dus niet die van de metafoor of de overdrijving, maar van de herhaling. Dit is het ritme: een koranvers waarin joden en andere heidenen dood of marteling wordt beloofd, beelden van aanslagen door moslims, weerzinwekkende uitspraken van moslimleiders en af en toe de weerslag van dat alles in Nederland, in krantenkoppen (‘Ehsan Jami mishandeld’, ‘Ayaan Hirsi Ali bedreigd’ ‘Kabinet ziet af van boerkaverbod’) of een enkel geluidsfragment, zoals een interview met Theo van Gogh. En dan opnieuw, in de kaft van een koran gemonteerd: een vers, en de schokkende beelden waarvoor de maker zijn publiek heeft gewaarschuwd.

Fitna staat met die retorische methode dicht bij een film als An Inconvenient Truth van Al Gore. Hierin hamert de oud-vicepresident keer op keer zijn boodschap in het hoofd van de kijkers: de aarde gaat ten onder aan global warming. Een ander, minder bekend voorbeeld is Harry Potter: Witchcraft Repackaged. In die documentaire – filmisch even simpel als Fitna – probeert een Amerikaanse evangelistische lobbygroep duidelijk te maken hoe schadelijk de inhoud is van de boeken van J.K. Rowling. Kinderen keren zich af van God en gaan geloven in hekserij en magie – waarbij opvalt dat de makers daar zelf kennelijk ook in geloven. De conclusie is hier dezelfde als van Wilders: verbied die boeken. Of zoals Wilders aan het slot van zijn film de islamitische kijkers aanspoort: scheur op zijn minst de haatdragende verzen uit de Koran.

Bas Blokker is filmrecensent van NRC Handelsblad en nrc.next

    • Bas Blokker