De Scarlet Pimpernel rijdt weer uit!

Alle draaiboeken lagen klaar, maar toch meldde Joost Karhof om kwart voor acht in De wereld draait door dat het „een gekkenhuis” was in Den Haag. In Hilversum ging het al niet veel beter.

Het programma van Matthijs van Nieuwkerk bracht kort daarvoor het nieuws dat Fitna rond zeven uur online was gegaan. De eerste reacties waren opgelucht. De film van Geert Wilders werd alom aangeduid als „knip- en plakwerk” en er leek niet direct islamitische heiligschennis aantoonbaar. Op het moment dat het omslaan van een pagina van de koran wordt gevolgd door een scheurgeluid, meldt een titel dat het hier een telefoonboek betreft. Gisteren mocht Wilders als recensent van zijn eigen werk duiden dat niet het hoofd van de profeet ontploft als de lont in zijn Deense tulband opgebrand is, maar dat er donder en bliksem losbarst.

Netwerk maakte om half negen nog steeds een paniekerige indruk. Tegen de tijd van Nova en Pauw en Witteman leek de hele explosieve affaire alweer veilig teruggebracht tot de loopgravenproporties van het vaderlandse islamdebat. Er werd weer gedemoniseerd, gezamenlijk pal gestaan en naar oplossingen gezocht.

Ook internationaal lijkt er vooralsnog weinig in brand te zijn gevlogen door de lucifer die in de eerste seconden van Fitna op de geluidsband afgestoken wordt. Op het Belgische Terzake na was het ook nauwelijks nieuws buiten de landsgrenzen. Newsnight (BBC) was wel in Harare, Basra en Heathrow, maar niet in Den Haag. Een paar uur zappen langs de Engelse editie van Al Jazeera leverde ook al geen enkele vermelding op. Laten we afwachten welke zenders de in verre van verlokkelijk Engels uitgesproken verzoenende woorden van premier Balkenende zullen overnemen.

De romantische connotaties van donder, bliksem en vuur zijn niet toevallig, als je Fitna wat nader beschouwt. Het is nu al een van de meest bekeken en besproken videostreams die ooit op het web verschenen, maar het is de vraag of je het een film mag noemen. Meer dan 95 procent van de zestien minuten en zeven en veertig seconden bestaat uit oud beeldmateriaal. Nova-redacteur Siem Eikelenboom maakte een terechte vergelijking met de jihadistische agitprop op het web, die grotendeels dezelfde gruwelijke beelden steeds opnieuw recyclet, als bewijs dat er met de radicale islam niet te spotten valt. Alleen de conclusie is anders, en de muziek.

We zullen nog heel wat keren de elegische klanken moeten horen uit Åse’s dood, deel van de Peer Gynt-suite van de Noorse componist Edvard Grieg (1876). De rest komt uit Tsjaikovski’s ballet De Notenkraker (1892), met name de Arabische dans. Het zijn clichés die mijn oma als bakermat van de Europese cutuur beschouwde, en dat geldt ook voor het pseudoniem van de regisseur, producent en co-scenarist van Fitna. De laatste titel mag dan spreken van ‘een film van Geert Wilders’, het meeste werk is verricht door iemand die zich Scarlet Pimpernel noemt.

Dat is niet alleen de Engelse naam van het plantje rood guichelheil, maar ook van een succesvol toneelstuk uit 1903 van de Engels-Hongaarse barones Emma Orczy. De titelheld is een fictieve Engelse edelman, die tijdens de Terreur in de nasleep van de Franse Revolutie te paard vervolgde aristocraten kwam redden van de guillotine. Er waren twee vermaarde verfilmingen, in 1934 met Leslie Howard en in 1950 met David Niven. De reclameleus luidde in het laatste geval: „The Scarlet Pimpernel Rides Again!”

Ook door de Jacobijnen werd er veel onthoofd, dat klopt. Maar was dit bewind nu het onvermijdelijke gevolg van de idealen van de Verlichting? Robespierre, een leerling van Rousseau, beriep zich erop en de aristocraten hadden ook alle reden om te vinden dat dit er nu eenmaal van kwam als je de normen en waarden van wat zij als de westerse beschaving zagen, ging herdefiniëren. De meeste historici zien de Terreur nu toch meer als een betreurenswaardige voetnoot en eerder een gevolg van revolutionaire scherpslijperij dan van verlicht denken. De geuzennaam van het verlichtingsfundamentalisme verwijst nu dus naar een anti-revolutionaire held.