De geëmancipeerde patiënt

Over vrouwenemancipatie discussiëren we in Nederland veelvuldig. We bespreken het effect van emancipatie op de arbeidsmarkt, we kijken naar de gevolgen van crèches voor kinderen, we vertellen elkaar hoe leuk het is als mannen en vrouwen de hoogtepunten en de sores van het werkende leven met elkaar kunnen delen en we wijden enthousiast uit over het belang van vaders in het leven van hun kinderen.

Maar we praten en schrijven ook over de nadelen. We maken ons zorgen als arbeiderszonen het in sollicitaties afleggen tegen de dochters van bankiers en diplomaten, vanwege een positief actiebeleid.

We zien dat de 24-uurs toewijding van huisartsen aan hun patiënten heeft plaatsgemaakt voor het parttime dienstverband, de groepspraktijk en de huisartsenpost in het weekend. En we vragen ons af of het wel goed is als vrouwen, omwille van de emancipatie, net zo hanig en arrogant worden als de vervelendste mannen.

We denken veel minder diep na over de emancipatie van patiënten. De discussie over dat onderwerp verloopt veelvuldig in clichés en hoera-woorden: de macht van patiënten moet worden versterkt, patiënten moeten worden ‘empowered’, patiënten moeten zoveel mogelijk zelf de regie voeren over hun ziekte en hun behandeling, patiënten moeten stelling nemen tegenover ‘zorgaanbieders’, patiëntenorganisaties moeten meer aandacht krijgen, patiënten hebben recht op transparantie in de zorg en op objectieve informatie over de geleverde kwaliteit (zie het interview met Iris van Bennekom, scheidend voorzitter van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie, NRC Handelsblad, 25 maart).

Waar het gaat om vrouwenemancipatie staan we stil bij ieder stapje op de weg (te veel en te vaak, volgens fanatieke aanvoersters van de vrouwenstrijd), maar bij patiëntenemancipatie denderen we gedachteloos door. Laten we toch even een time-out inlassen. Waar gaan we heen en willen we daar wel naar toe?

Op een kwade dag ergens in 2020 wordt u getroffen door een hartaanval. Uw buurman belt 112 en als u weer bijkomt bevindt u zich in het ziekenhuis van de toekomst. Vaag ontwaart u de omtrekken van een verpleegkundige die u een veelkleurige folder in handen drukt. ‘Het is belangrijk dat u dit leest’, zegt ze erbij. U probeert zich te concentreren op de informatie.

‘Geachte patiënt’, zegt de folder. ‘Welkom in ons ziekenhuis. Wij proberen u hier zo kort mogelijk te houden (de gemiddelde ligduur van patiënten in het ziekenhuis is sinds de laatste decennia van de twintigste eeuw gestaag korter geworden). Toch zult u hier waarschijnlijk enkele dagen verblijven en het is ook aan u om te zorgen dat die dagen goed en veilig verlopen.

U krijgt van ons medicijnen. Realiseer u dat wij daarbij soms fouten maken. Vraag onze artsen en verpleegkundigen om u uit te leggen wat zij u willen geven. Laat hen een toelichting geven op de dosering en op de snelheid van het infuus. Prent u in wat er gezegd wordt (in de la van uw kastje ligt een blocnote met pen) en vraag de volgende dag of de volgende avond opnieuw om uitleg. Wees alert als het medicijn, de dosering of de uitleg dan opeens anders is. Accepteer dit niet!! Dring er op aan dat onze zorgverlener contact opneemt met de collega die u eerder hielp. Voelt u zich onzeker en denkt u dat niet opgewassen bent tegen deze verantwoordelijkheid? Elke dinsdag en elke donderdag is er in ons ziekenhuis een assertiviteitstraining voor nieuwe patiënten. U vindt een inschrijfformulier achterin de folder.

Het is bekend dat personeel in ziekenhuizen soms slordig is met de hygiëne. Onderzoek heeft uitgewezen dat het handenwassen van medewerkers stijgt met 34-50 procent als patiënten daarnaar vragen. Informeer bij elke arts of verpleegkundige die zich meldt aan uw bed of hij of zij zijn handen heeft gewassen. Ziet u zichzelf dit nog niet doen? Op maandag, woensdag en vrijdagochtend trainen wij onze patiënten in het stellen van deze vraag. Ook voor deze training kun u zich opgeven via het inlegvel in deze folder. Wij willen in de zorg patiënten bij hun behandeling betrekken en hun positie versterken!

Onze artsen zijn deskundig. Informatie over de slagingspercentages van enkele veel voorkomende operaties, uitgesplitst per dokter vindt u op de internetsite van ons ziekenhuis (u vindt een internetaansluiting voor uw laptop achter uw bed). Desalniettemin is niet elke dokter gelijk en wij kunnen ons voorstellen dat uw voorkeur uitgaat naar de arts met de beste cijfers. Wij wijzen erop dat u voor een operatie bij deze meest bekwame dokters wel langer zult moeten wachten. Het kan vanwege het spoedeisend karakter van uw aandoening de moeite waard zijn juist een andere dokter te benaderen. De keuze is natuurlijk aan u! Wij wensen u een leerzame en goede tijd in ons ziekenhuis.’

U denkt dat ik overdrijf, maar dat is niet zo. Het handenwasvoorbeeld komt uit een ingezonden brief in Trouw, geschreven door een lid van de raad van bestuur van een randstedelijk ziekenhuis. Ik herhaal dus: dit is de kant die we opgaan. Willen we dit wel echt?

Reageren kan op nrc.nl/trappenburg (Reacties worden openbaar na goedkeuring door de redactie).

    • Margo Trappenburg