De beproeving beproefd

Geert Wilders heeft tweemaal woord gehouden. Hij heeft zijn film Fitna (Beproeving) voor 1 april in omloop gebracht en hij heeft zich „netjes” ingehouden. Gisteren stond Fitna toch nog onverhoeds op internet, zoals min of meer beloofd. En de film zelf was niet zo schokkend als het in de aanloop naar de première leek. Ook dat had hij voorspeld.

In de rol van cineast heeft Wilders vooral suggesties willen wekken. De suggestie dat hij een nieuw inzicht over de Islam zou vertolken, zonder alle moslims over één kam te scheren. En de suggestie dat de Koran aan de wieg staat van al het geweld dat de democratische wereld de afgelopen zeven jaar teistert. De beelden, die hij voor zijn film bij elkaar heeft gesprokkeld, moeten de suggesties kracht bijzetten. De Koran wordt niet echt verscheurd. De bom in de tulband van de profeet Mohammed, zoals afgebeeld door een Deense cartoonist, ontploft niet daadwerkelijk.

De vraag of Wilders met Fitna een proeve van politieke én artistieke bekwaamheid heeft afgelegd, is nog niet te beantwoorden. De aandacht was gisteravond zo massaal, dat de meeste belangstellenden de beelden niet rustig hebben kunnen bekijken. De eerste indruk kan dus niet meer behelzen dan een vermoeden: namelijk dat Wilders onvoldoende creatief en analytisch talent heeft om meer te doen dan het compileren van bekende beelden en feiten.

De vrijheid van meningsuiting kan dat amateuristische stootje wel hebben. Mogelijk is dat de reden voor de terughoudende reacties gisteren in Nederland. Nadat premier Balkenende eerder bijkans een soort noodtoestand had uitgeroepen, door het woord „crisis” in de mond te nemen, kenmerkten de reacties zich op het langverwachte uur U door een mogelijk even ongekende rust. De minister-president beperkte zich tot een verklaring waarin de regering de film op zichzelf betreurde” maar zich „ gesterkt” voelde door de verstandige reacties.

Ook talloze woordvoerders van moslimorganisaties in Nederland lieten zich in vergelijkbare toonzetting uit. Ze stelden hun commentaar uit of reageerden ronduit laconiek. Maar allen lieten ze blijken dat ze zich als islamitische Nederlanders niet beledigd voelden. Het leek er op of alsof ze Wilders liever een lange neus gaven dan een inhoudelijke reactie.

Dat wekt op zichzelf vertrouwen. Maar een paar vragen wachten nog op antwoord. Zoals de vraag of de islamitische organisaties in Nederland komende tijd in staat zullen blijken te zijn om de achterban, vooral de jongeren, navenant nuchter te houden. Actie en reactie horen nu eenmaal bij elkaar. En uiteraard de vraag of de islamitische wereld buiten Nederland ook nog bereid is te kijken naar de inhoud van de film.

Want dat is wél de grote nederlaag van afgelopen maanden. Door de bewust gecreëerde opwinding van zowel de cineast/politicus als de kijkers, die nog niets hadden kunnen zien, ging de meningsvorming tot nu toe alleen over de vorm. De inhoud bleef ondergeschikt.

In die zin heeft Wilders de burgers van Nederland en ook zichzelf geen goede dienst bewezen.