Beheerder profiteert van indexbeleggen

Weinig financiële producten zijn zo succesvol geweest als Exchange Traded Funds (ETF), beleggingsfondsen die een beursindex volgen. Maar de beheerskosten zijn niet altijd laag en verkopers van ETF’s hebben de neiging hun oren te laten hangen naar de nieuwste mode. Hoewel ETF’s krachtige instrumenten kunnen zijn voor beleggers, zijn het dikwijls de beheerders die het meest profiteren. De bekendste ETF’s in Nederland zijn certificaten van ABN Amro en iShares van Barclays.

De aantrekkingskracht van ETF’s is begrijpelijk. In de eerste plaats is er het gemak. Ze zijn ontworpen om de prestaties van een ‘mandje’ met bezittingen, doorgaans aandelen, na te bootsen. Dat is handig op markten die anders moeilijk toegankelijk zouden kunnen zijn. ETF’s kunnen ook worden gebruikt voor het snel innemen van posities – long en short – met betrekking tot specifieke sectoren. Dat soort flexibiliteit spreekt zowel daghandelaren als geavanceerde hedgefondsen aan.

Maar ETF’s zijn ook een goudmijn gebleken voor de verkoopafdelingen van beleggingsfondsen. Tien jaar geleden waren er nog maar een paar dozijn ETF’s. Nu zijn het er 635, aldus het Investment Company Institute. De waarde van de bezittingen onder beheer is van minder dan 16 miljard dollar in 1998 toegenomen tot 569 miljard dollar nu. ETF’s doen tegenwoordig ook veel meer dan louter het volgen van aandelenindexen. Ze beleggen bijvoorbeeld ook in indexen van obligaties, grondstoffen en zelfs credit default swaps, een soort kredietverzekeringen. In 2003 bestonden er nog geen ETF’s die zich met de grondstoffenmarkt bezighielden. Nu zijn op die markt ETF’s actief met een gezamenlijke waarde van 33 miljard dollar.

Maar anders dan bij aandelenfondsen, waar zeer lage beheerskosten de norm zijn, kunnen deze modieuzere bedenksels ook meer geld vragen.

Bovendien kan er nog wel eens wat misgaan met de timing van de lancering van sommige ETF’s. Indiase aandelen zijn de afgelopen vijf jaar vijfmaal zoveel waard geworden, maar pas in februari dit jaar kwam er dan eindelijk een Indiaas ETF. India kan op de langere termijn een zonnige toekomst tegemoetzien, maar beleggers die nu nog hals over kop een graantje willen meepikken, zijn laatkomers.

Andere ETF’s bieden een twijfelachtige waarde. Een recent product van Barclays, genaamd de Intelligent Carry Index, maakt gebruik van een marktneutrale valutahandelstrategie. Het instrument beoogt long-posities in te nemen ten opzichte van hoogrenderende valuta’s en short-posities ten opzichte van laagrenderende. Maar beleggers kunnen dat zelf ook wel zonder iemand ook maar een cent beheerskosten te hoeven betalen.

Sommige van deze ETF’s zijn fijnzinnige innovaties. Maar gewiekste valuta- en grondstoffenhandelaren hebben al genoeg andere instrumenten tot hun beschikking op de termijn- en optiemarkten. Ook oefenen deze nieuwe financiële producten weinig aantrekkingskracht uit op langetermijnbeleggers. Het is lastig in te zien wie werkelijk zal profiteren van deze instrumenten, behalve hun beheerders.

John Christy