Tata kan Jaguars best in India bouwen

Tata heeft Jaguar en Landrover voor een prikje op de kop getikt. Het Indiase concern hoefde slechts 2,3 miljard dollar (1,47 miljard euro) voor de twee Britse luxemerken neer te tellen, minder dan de helft van wat Ford voor Jaguar en Landrover heeft moeten betalen. Hoewel de lage prijs een weerspiegeling is van de zware omstandigheden op de hedendaagse markt voor luxe auto’s en voor een deel ook te wijten is aan de problemen met de vakbonden, omvat de overeenkomst bepalingen die de risico’s voor Tata verminderen.

In de eerste plaats is de werkelijke prijs lager dan op het eerste gezicht lijkt. Ford stort zo’n 600 miljoen dollar in de pensioenfondsen van de twee automerken, zodat de Amerikaanse autoproducent slechts 1,7 miljard dollar netto zal binnenhalen. Ford geeft geen aparte cijfers voor Jaguar en Landrover, maar zakenbank Merrill Lynch schat dat de prijs neerkomt op slechts vijf à zes maal de winst over 2007, ongeveer de helft van het niveau waarop BMW en Mercedes worden verhandeld.

In de tweede plaats heeft Ford beloofd motoren, carrosserieplaten en andere onderdelen te zullen blijven leveren. De details zijn vertrouwelijk, maar Tata zal wel geen topprijs hoeven betalen, omdat Ford het contract nodig heeft voor het openhouden van zijn Britse fabrieken, die zijn Europese dochterondernemingen bevoorraden.

In de derde plaats heeft Ford al een deel van het zware werk bij Jaguar en Landrover opgeknapt. De grote vergissing van Jaguar was zijn poging om met zijn minder dan 30.000 dollar kostende X-type sedan een positie te verwerven in een minder luxueus marktsegment.

Maar Jaguar bouwt de productie daarvan nu langzaam af en staat op het punt de goed ontvangen XF-sedan te lanceren. Als nicheproducent van luxe auto’s zou Jaguar weer een toekomst kunnen hebben. Landrover is inmiddels een winstgevend bedrijf geworden.

Uiteraard moet Tata het hoofd bieden aan de hoge productiekosten en de wereldwijde kredietcrisis, die de markt voor dure auto’s kan laten opdrogen. Tata zal ook meer moeten investeren om de bedrijven te ondersteunen, wat de reden is dat het concern 3 miljard dollar heeft binnengehaald voor de aankoop en als werkkapitaal.

Maar de Indiase autoproducent kan de distributie van de bestaande producten van Jaguar en Landrover uitbreiden naar de ontwikkelingslanden. Het verlieslijdende Ford had domweg het geld niet om te kunnen investeren en moest al zijn aandacht richten op het herstel van zijn eigen merk.

Hoewel Tata heeft beloofd de productie in Engeland te zullen handhaven, zou een deel daarvan uiteindelijk naar India kunnen verhuizen. Voor Ford waren Jaguar en Landrover, in de woorden van topman Alan Mulally, „dure hobbies”. Tata zou Jaguar in staat kunnen stellen weer te gaan brullen.

William Echikson