Tata betaalt 1,5 miljard voor Britse automerken

Door een onzer redacteuren

De Amerikaanse autofabrikant Ford heeft gisteren met het Indiase Tata definitief overeenstemming bereikt over de verkoop van de Britse automerken Jaguar en Land Rover. Tata Motors betaalt Ford in totaal 1,5 miljard euro voor de twee Britse automerken.

Het is de tweede keer dat het Indiase industriële conglomeraat Tata een Britse industriële icoon overneemt. Eerder kreeg Tata met de overname van Corus ook al het grootste deel van de Britse staalindustrie in handen.

Hoewel Jaguar in 1989 voor 2,5 miljard dollar door Ford werd verkocht, is het in feite altijd een Brits merk gebleven. Pogingen van Ford om de productie van Jaguar naar de VS te halen mislukten herhaaldelijk onder druk van de Britse vakbonden. Hetzelfde gebeurde met de Land Rover, in 2000 voor 2,7 miljard overgenomen van het Duitse BMW.

Zowel Land Rover als Jaguar bleef in de ogen van de Amerikaanse consument een Brits product, terwijl Ford met name grote synergieplannen had met Jaguar, een auto die veel goedkoper in de VS zou kunnen worden geproduceerd op dezelfde productielijn als de Ford Lincoln.

Maar onder Britse (politieke) druk bleven de fabrieken van Jaguar en Land Rover in Liverpool, Coventry en Birmingham staan. Nadat Ford vorig jaar 8,5 miljard dollar had verloren ging het op zoek naar een koper voor beide Britse merken.

De Britse bonden zijn blij met een verkoop aan Tata, die eerder al Corus en de Britse theeproducent Tetley overnam. Bovendien is topman Ratan Tata autoliefhebber. Begin dit jaar bracht Tata al een auto op de markt voor slechts 1.900 euro.