Peuter heeft aanleg voor slangenangst

Kinderen van drie zien een slang sneller dan een kikker of een rups. Dat wijst erop dat de menselijke aanleg voor slangenangst aangeboren is. Het lijkt zelfs evolutionair bepaald.

Copperhead snakes hibernate inside a den at a snake farm in Vinh Son, northwest of Hanoi, December 20, 2006. About 70 percent of families in this village breed Copperhead snakes that are later sold to restaurants and medicine halls. Last year, the village exported 160,000 snakes. Photo taken on December 20, 2006. REUTERS/Kham (VIETNAM) REUTERS

Kleine kinderen reageren sneller op plaatjes van slangen dan van andere dieren. Dit blijkt uit een reeks testjes waarbij ze op een computerscherm dat éne plaatje van een slang te midden van plaatjes van rupsen, of bloemen, of kikkers moesten aanwijzen. Slangen werden veel sneller aangewezen dan wanneer ze die ene kikker tussen de slangen of bloemen etcetera moesten aanwijzen.

Of de kinderen ervaring hadden met een slang, of er bang voor waren, maakte niks uit voor de snelheid. Dit Amerikaanse onderzoek, dat deze maand gepubliceerd is in het vakblad Psychological Science, is een belangrijk nieuw bewijs voor een aangeboren gevoeligheid van mensen voor slangen.

Over deze kwestie woedt al decennia een wetenschappelijk debat, maar nu is voor het eerst vastgesteld dat kleine kinderen een duidelijke visuele gevoeligheid bezitten voor slangen – een belangrijke aanwijzing voor een aangeboren neiging.

Het is een oude waarheid dat extreme angsten (fobieën) niet door willekeurige situaties, dingen of dieren worden opgeroepen, maar vrijwel altijd door zaken die in het evolutionaire verleden van de mens echt bedreigend zijn geweest en soms nog steeds zijn: slangen, spinnen, hoogten, stormen, bliksem, vreemdelingen, eenzaamheid, open ruimtes. Voor stenen, ondiep water of bloemen ontstaan vrijwel nooit fobieën.

Dat was altijd een aannemelijk idee, maar waarom dan niet iedereen aangeboren bang is voor slangen, onweer en wat al niet, bleef altijd pijnlijk onverklaard. Pas toen de psycholoog Martin Seligman in 1970 het concept prepared learning introduceerde, werd het idee van oude slangenangst aannemelijk. Want niet de angst was aangeboren, maar de neiging om snel te leren bang te zijn voor slangen zit bij mensen ingebakken.

Mensen leren sneller bang te zijn voor slangen dan voor bijvoorbeeld andere dieren – ook als ze weinig of geen ervaring met slangen hebben. Ze leren razendsnel slangen te ontdekken, als ze eenmaal weten dat ze gevaarlijk zijn. Zoiets moet wel aangeboren zijn. En dat diepe leereffect bestaat niet alleen bij mensen. De meeste andere primaten worden ook gemakkelijk bang voor slangen, maar dus niet automatisch. Jonge makaken zijn alleen bang voor slangen als hun moeder er bang voor is, zo is een tijdje geleden bewezen.

Sterker nog, er bestaat zelfs een niet onaannemelijke theorie dat het sterke visuele systeem van oude-wereld-apen en mensapen (en de mens) en hun verrassend grote brein voor een belangrijk deel te danken zijn aan een soort wapenwedloop met giftige slangen. Zó groot was de selectiedruk om de slang op tijd te zien dat het energie vretende brein mede daardoor de moeite waard is. Bij gifslangen kan het moment van detectie het verschil zijn tussen leven en dood: een stap achteruit of een snelle aanval van de slang.

Nieuwe-wereld-apen en de halfapen van Madagascar leefden niet of veel korter samen met gifslangen, en hebben een duidelijk minder ontwikkeld visueel systeem en minder grote hersenen. Dat betoogt de antropologe Lynne Isbell in een uitvoerig artikel in de Journal of Human Evolution van juli 2006.

Toch is er altijd wetenschappelijke twijfel gebleven. Slangen-angst kan ook op een culturele wijze zijn doorgegeven: zonder speciale hersenmodule om slangenangst te leren, dus als unprepared learning. En in 2005 ontdekten psychologen van de universiteit van Kent dat proefpersonen plaatjes van pistolen net zo snel tussen andere plaatjes uitpikten als plaatjes van slangen (gepubliceerd in Emotion, mei 2005). Niemand vermoedt een aangeboren neiging om pistolen snel te ontdekken.

Het nu gepubliceerde onderzoek, onder driejarige kinderen, is een antwoord op de studie uit Kent. Want, zo schrijven de psychologen Vanessa LoBue en Judy DeLoache in Psychological Science, heel jonge kinderen kunnen nog niet veel ervaring hebben gehad met slangen of met verhalen over slangen. En hoewel ze de kinderen helaas niet testten met plaatjes van pistolen, hebben ze wel gekeken naar andere dieren – ook geen gewoonte in dit soort onderzoek.

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Slangenangst

Bij het artikel Peuter heeft aanleg voor slangenangst (27 maart, pagina 9) ontbreekt het fotobijschrift. Afgebeeld was een cobra in een slangenkwekerij in het dorp Vinh Son, Noord-Vietnam; foto Reuters.

    • Hendrik Spiering