Optreden overheid is niet harder geworden

De Nationale Ombudsman verwijt de overheid een harder optreden tegen de burger. Onzin, menen Hans van den Heuvel en Kees Jan de Vet.

De Nationale ombudsman verweet naar aanleiding van zijn jaarverslag de overheid een steeds harder optreden. Met een reeks van voorbeelden werd duidelijk gemaakt hoe erg het geworden is.

Deze kritiek is niet terecht. Ook zonder ombudsman is het bekend dat in het overheidshandelen fouten worden gemaakt, vele en grove fouten zelfs. Misstanden te over: een arrestant krijgt onnodig een klap in het gezicht, een vrouw wordt op Schiphol schaamteloos gefouilleerd, arrestanten worden onnodig lang in een politiecel opgesloten, een demonstrant wordt gecensureerd.

Door misstanden te signaleren staat de maatschappelijke waarde van het instituut ombudsman buiten kijf. Maar hoe erg de afzonderlijke schendingen van de norm ook zijn, ze rechtvaardigen niet de conclusie dat er sprake is van een trend dat de overheid zich steeds harder tegenover de burgers opstelt en daarbij regelmatig over de schreef gaat, zoals het jaarverslag suggereert.

Om het gehele overheidshandelen te kunnen beoordelen is een maatstaf nodig. Ook is het vereist dat de waarnemingen niet alleen negatieve connotaties zijn, want dan is de uitslag per definitie negatief. De Nationale ombudsman lardeert zijn oordeel met een groot aantal gevallen van onbehoorlijk optreden, die de negatieve indruk niet alleen versterken maar ook de suggestie wekken dat die handelingen standaard zijn, met enige regelmaat terugkomen of zelfs tot de cultuur van de overheid behoren. Het is koren op de molen van degenen die toch al menen dat de overheid slecht functioneert. Zijn uitleg en de toelichting werken dus bij velen als een self-fulfilling prophecy.

Het jaarverslag constateert dat het aantal klachten is verminderd. Deze terugloop is te danken aan de verbeterde beleidsuitvoering van enkele grote instanties die jaarlijks vele honderdduizenden zaken behandelen (werknemersverzekeringen, immigratie en naturalisatie, studiebeurzen). Deze uitkomst zou moeten leiden tot de vraag of een genuanceerder oordeel niet eerder op zijn plaats zou zijn. Als enkele grote instanties hun leven beteren, ziet het klachtenfirmament er een stuk beter uit. Kennelijk is er een lerende overheid die niet keer op keer fout op fout stapelt.

Een tweede – even oppervlakkige en even gewaagde – conclusie die kan worden getrokken is dat het werk van de ombudsman er kennelijk toe doet.

Te overwegen zou zijn aan het jaarverslag van de Nationale ombudsman een minder generiek karakter te geven. Het is misplaatst uit een jaarverslag of zelfs een reeks jaarverslagen tot de conclusie te komen dat de overheid harder is geworden, de burger wantrouwt en onverschillig is. Fouten komen voor en zullen zich blijven voordoen. Maar dat rechtvaardigt geen generiek etiket.

Prof.dr. J.H.J. van den Heuvel is lid van de onderzoeksgroep Integriteit van Bestuur van de Vrije Universiteit. Drs.C.J.G.M. de Vet is burgemeester van Leusden.

    • Hans van den Heuvel
    • Kees Jan de Vet