Ontrukt aan de vergetelheid

De ict’er Hessel de Walle werkte zes jaar aan een dik naslagwerk met opschriften uit het Friesland van eeuwen geleden.

Enkele illustraties uit het boek: een herdenkingszuil; geboortelepel; tegels boven een kerkdeur en een houten bord in een kerk (foto). houten bord in de kerk (details pag 354 van PDF) Friese opschriften Friesland

„Het leeven is gelick een bloem

en fer gaet als roock.”

Het grafschrift van de Friese grietman Suffridus Lycklema roept de levenden op hun sterfelijkheid te gedenken. De commissaris van het Friese regiment stierf op 12 april 1645 en ligt begraven in Oldeberkoop. Hij is een van de 14.000 Friezen die frisist Hessel de Walle (49) uit Groningen bijeenbracht in een dik naslagwerk van bijna 1.100 bladzijden. De Walle verzamelde namen van opschriften van grafstenen, uit archiefstukken, maar ook van rouwborden, inscripties op geboortelepels, kerkklokken, ramen, tabaksdoosjes, muurstenen en loden naamplaatjes. „Die zaten op lijkkisten vastgespijkerd in grafkelders van de adel. Als de kisten waren vergaan, bleef het plaatje over.” De verzamelde Friezen leefden tussen 1280 en 1811. De ict’er struinde in zijn vrije tijd langs zo’n 100 Friese kerken, ploos in archieven geschriften na en las 300 boeken. „Een uit de hand gelopen hobby”, vertelt hij in zijn woning in de Martinistad. De Walle liet zich inspireren door een soortgelijk boek over Groningers, dat oud-archivaris A. Pathuis („Groninger gedenkwaardigheden. Teksten, wapens en huismerken van 1298-1814”) in de jaren zeventig schreef. „Die deed daar bijna 40 jaar over en tufte op zijn Solex langs alle Groninger kerkhoven.” Maar een boek over Friese grafschriften was er niet. „Regionaal onderzoek naar namen interesseert me. Ik deed onderzoek naar de domineesfamilie Rheneman en vond prachtige opschriften, maar moest daarvoor rommelige archiefmappen doorbladeren. Ik dacht toen dat het leuk zou zijn als er een boek was waarin je namen kan opzoeken.” Een historicus noemde zijn lijvige boek „een nuttige primaire bron”. De Walle: „Voor genealogen kan het een aanwinst zijn bij hun onderzoek. Maar ook particulieren kunnen namen checken. Het is natuurlijk altijd leuk om de naam van je betovergrootvader op een geboortelepel tegen te komen.”

De Walle deed ongeveer zes jaar over zijn onderzoek. De softwaredeskundige zette alle namen per rubriek in zijn pc. Toch vergat hij er wel eens een. „Iemand vroeg of ik een overzicht had van alle Friese katholieken uit die zes eeuwen. Shit, dacht ik toen, die heb ik nou niet aangekruist.” Ook bij onderzoek naar taalkunde, religieuze gebruiken of regionale geschiedenis kan zijn naslagwerk van nut zijn. Tal van weetjes staan er in. „Opvallend vond ik dat er weinig bijbelteksten of teksten uit psalmen of gezangen op grafstenen staan. Friestalige teksten zijn eveneens uitzonderlijk.” Wel werd het beroep van de overledene altijd genoemd: koopman, dominee, belastinginner, kapitein. Bij de vrouwen telde hij er drie: kosteres, wolkamster en koopvrouw. Tussen 1280 en 1811 haalden twee Friese vrouwen de 100. De een stierf op de leeftijd van 103, de ander werd 101. De oudste man werd 99 jaar. De gemiddelde leeftijd tussen 1600 en 1800 was 45 jaar. „Mannen waren in deze eeuwen nog van het sterke geslacht. Ze werden ouder dan vrouwen. Hun levensverwachting daalde als gevolg van complicaties bij geboorte of zwangerschap.”

Opvallend vindt hij het fenomeen van de zilveren geboortelepels, waarvan er ongeveer 400 in het boek staan. „Het is iets typisch Fries. Er zijn tienduizenden van gemaakt. Alleen in Friesland werden er inscripties op gezet.” Niet alleen ter gelegenheid van een geboorte, ook om een prestatie te vereeuwigen. „Iemand die in 1684 met een arreslee de bevroren Waddenzee naar Vlieland overstak liet dit feit in een lepel graveren.” Pochen, jezelf aan de vergetelheid willen ontrukken moeten de motieven zijn geweest. De Walle vermoedt dat de zelfbewuste Fries tussen 1600 en 1800 statusgevoelig en ijdel was. „Een rouwbord kostte toen 2.500 gulden. Grafstenen waren vaak kunstwerken en daar telden ze soms wel 10.000 gulden voor neer. Onvoorstelbaar hoe duur die waren.” Onnodig te zeggen dat alleen rijke Friezen zich dit konden veroorloven.

Friezen uit vroeger eeuwen. Opschriften uit Friesland, 1280-1811; Uitg. Van Wijnen; € 89,50.