Made in Finland bij 1.450° Celsius

Waarom begint de internationale opmars van een vrijwel ten dode opgeschreven Finse glasblazer in Nederland? „Jullie zijn een klein, design minded land.”

Iittala Glas Iittala

Het meer naast de fabriek is bevroren en op de naaldbomen langs de oevers ligt sneeuw. Maar binnen in de glasfabriek in Iittala, een plaatsje 130 kilometer ten noorden van Helsinki, lopen de werknemers er zomers gekleed bij. De smeltovens met glas, die tot wel 1.450 graden Celsius worden warm gestookt, geven een tropische atmosfeer. Daarom, zegt bedrijfsleider Osmo Strengell, serveert de bedrijfskantine altijd haring – met zoute vis kunnen de werknemers ervoor zorgen dat hun lichaam voldoende vocht vasthoudt.

Zonder dat er mensenhanden aan te pas komen, maakt een machine zo groot als een doorzonwoning eenvoudige glazen. Maar midden in de fabriek, op een podium rondom een grote oven, zijn drie teams van zeven glasblazers in de weer. Dit is het toneel voor het echte werk.

Een van de mannen haalt zijn ‘riet’ uit de oven. Aan het uiteinde van de holle metalen buis zit een roodgloeiende klomp glas. Meesterblazer Heikki Punkari neemt het riet over, draait eraan en blaast erop. Even later, na een onnavolgbare reeks handelingen, steekt hij de inmiddels bolvormige glasmassa in een metalen vorm. Als de mal na 15 seconden weer opengaat, hangt aan de blaaspijp opeens een vertrouwd ontwerp van de Finse architect Alvar Aalto: zijn vaas met de asymmetrische contouren, waarvoor de ontwerper zich in 1936 liet inspireren door de omtrek van een Fins meer.

De ‘Aalto-vaas’ is het bekendste van de vele handgemaakte gebruiksvoorwerpen waarvoor het designmerk Iittala (spreek uit iet-ta-la) tot ver buiten Finland liefhebbers weet te vinden. Omstreeks de eeuwwisseling beleefde het ambachtsbedrijf nog moeilijke tijden, maar de afgelopen twee jaar steeg de omzet jaarlijks met 25 procent (naar 200 miljoen euro).

Hoe kan het dat een ambachtelijk westers bedrijf groeit in een tijd dat de meeste arbeidsintensieve industrie naar lagelonenlanden is verhuisd? En waarom begon de internationale opmars van Iittala in Nederland, waar het bedrijf de afgelopen vijf jaar negen winkels opende?

In het Savoy-restaurant in Helsinki – een bedevaartsoord voor designliefhebbers, omdat het in 1937 door Alvar Aalto ontworpen interieur nog helemaal intact is – geeft Iittala-topman Tero Vähäkylä uitleg over de succesformule van zijn bedrijf.

In 2000 stapte Vähäkylä van de Nederlandse suikerproducent CSM over naar de Iittala Group. De zeven merken met huishoudelijke artikelen die de groep telde, waren bijna volledig afhankelijk van de Finse markt.

[Vervolg Iittala: pagina 14]

Hier doet men aan de schepping van vogels

[Vervolg van pagina 13] Hoe sterk de merken ook verankerd waren in de Finse cultuur, afhankelijk zijn van een markt met maar 5 miljoen consumenten is een kwetsbare situatie, vertelt topman Vähäkylä. „Bij een kleine recessie in de jaren negentig verloren we meteen 7 procent omzet.”

Hij mikte op groei buiten Finland. Om de vereiste slagkracht te krijgen, reorganiseerde hij eerst het bedrijf. Van de tien fabrieken gingen er zes dicht, en van de 18.000 artikelen in de collectie verdwenen er 15.000. In afgeslankte vorm kon de Iittala Group zich daarna richten op internationale groei.

Een helder concept was daarvoor een vereiste. Zowel het glaswerk van Iittala, het serviesgoed van Arabia, de pannen van Hackman als de vier andere merken van de Iittala Group internationaal onder de aandacht brengen, dat vergde een te grote marketinginspanning. Buiten Scandinavië zou het bedrijf voortaan opereren met maar één merknaam: Iittala.

Onderzoek naar consumentengedrag leidde tot nog een belangrijke conclusie. Vähäkylä: „Consumenten zijn tegenwoordig bereid aanzienlijke bedragen neer te tellen voor goederen en diensten die duidelijk meer kwaliteit bieden. Dat biedt kansen voor bedrijven die zich richten op everyday luxury. Maar tegelijk zie je dat consumenten altijd haast hebben en vooral impulsaankopen doen. Dat maakt het lastig om via de traditionele kanalen klanten te bereiken. Wij leverden altijd aan warenhuizen. Daar verdwenen onze glazen en borden in schappen tussen de producten van andere merken. Dan lukt het niet om je verhaal over te brengen.”

De oplossing was om zelf winkels te openen, zegt de topman. Op die manier zou Iittala de kernwaarden van het bedrijf zelf kunnen uitdragen. Vähäkylä: „Onze glazen van Aino Aalto zijn 75 jaar oud. Het Teema-servies van Kaj Franck dateert van 1952. Ons gestreepte servies van Alfredo Häberli is nog geen tien jaar oud. Allemaal tijdloze ontwerpen, die je goed met elkaar kunt mixen. En het is zo duurzaam, dat het een leven lang meegaat. Wij geloven dat in een wereld waarin de wegwerpmentaliteit de overhand krijgt steeds meer waarde wordt gehecht aan tijdloze, alledaagse ontwerpen. Design tegen de weggooicultuur, dat is onze missie.”

De eerste Iittala-winkel opende in 2002 in Helsinki. Het jaar daarop was Nederland aan de beurt. Vähäkylä: „Onze verkooporganisatie voor Europa zat in Oosterhout. Er was dus al een basis. Maar Nederland leende zich ook om andere redenen goed voor onze eerste internationale stap. Jullie zijn een klein, design minded land.”

Van de locatiekeuze voor de winkels maakte Iittala een hele studie. In het hart van de stad, met veel passanten voor wie prijs geen doorslaggevende factor is, liefst in de buurt van kledingwinkels als die van Hugo Boss en Tommy Hilfiger. Naast negen zelfstandige winkels opende het bedrijf de afgelopen jaren in de warenhuizen van de Bijenkorf ook een aantal ‘shop-in-shops’. Met mooi gedekte tafels demonstreert het merk hoe goed de verschillende producten met elkaar te combineren zijn.

In Scandinavië en de Benelux zijn inmiddels dertig Iittala Stores. Nu zijn Duitsland en Engeland aan de beurt, zegt Vähäkylä. „In Londen en Hamburg hebben we pas een winkel geopend. We opereren volgens een clusterformule. Met netwerken van winkels willen we eerst Groot-Londen en Groot-Hamburg veroveren. Pas daarna zullen we ook in andere Britse en Duitse steden winkels openen. Alleen als consumenten regelmatig met ons merk worden geconfronteerd, kunnen we ons verhaal helder overbrengen.”

Iittala, zegt Vähäkylä, is van plan de komende vijf jaar zo’n 50 nieuwe winkels te openen. De omzet in de eigen winkels, die vorig jaar al meer dan 30 procent van de totale omzet uitmaakte, zal dan aanzienlijk groeien.

In een botanische tuin van de Universiteit van Helsinki klinkt vrolijk gekwetter. Op de productpresentatie van Iittala zijn 48 journalisten afgekomen, op twee na allemaal vrouwen. Op de bijeenkomst worden zes glazen vogels van Anu Penttinen ten doop gehouden, die vanaf mei in de Iittala-winkels zullen staan.

Met haar cartooneske fantasievogels, die namen kregen als Cool Joe en Ippy the Hippie, treedt de 34-jarige glasontwerpster in de voetsporen van de bejaarde Finse glasgrootmeester Oiva Toikka, die voor Iittala vele tientallen glazen vogelsculpturen ontwierp. „Een beetje eng”, zegt Penttinen. „Dit bedrijf heeft zo’n lange traditie en de producten zijn hier zo wijdverspreid, het merk betekent veel voor de Finnen. Echt alle Finse ontwerpers willen graag voor Iittala werken.”

Alle vogels komen uit Nuutajärvi, een dorp op twee uur rijden van Helsinki. Vergeleken met de grote glasfabriek in Iittala is deze fabriek meer een atelier. Twee teams van vijf blazers zijn vogels aan het scheppen: het ene team een grijze zwaan van Toikka, het andere een paars gestreepte fantasievogel van Penttinen.

Bij beide teams heeft één blazer duidelijk de leiding. Terwijl hij met tangen en een lap natte kranten de hete glasklomp in model brengt, komen de anderen steeds langs met hun riet om een nieuwe kleur glas te brengen die op de glasklomp wordt bevestigd. Resultaat van dit hechte teamwerk is zo’n 35 tot 40 vogels per team per dag. Vogels die allemaal net een fractie anders zijn, maar toch duidelijk tot dezelfde familie behoren.

Sommige blazers hebben tientallen jaren ervaring en zetten een familietraditie voort: hun vader en grootvader waren ook glasblazer. Soms is het lastig om nieuwe vaklieden te vinden, zegt Osmo Strengell, bedrijfsleider van de glasfabriek in Iittala. „Veel jonge Finnen dromen van een baan bij Nokia. Een gsm-producent vinden ze lekker modern.” De voorman toont begrip voor die wens, zelf studeerde hij informatietechniek. Maar een jaar geleden had hij genoeg van de nullen en enen en stapte hij over naar de glasfabriek. „Ik wilde graag producten maken die mensen snappen. En werken bij een bedrijf dat traditionele waarden levend houdt.”

Tot en met zaterdag zijn in de Iittala-winkels de zogeheten ‘Unica dagen’, waarbij kleine edities van mondgeblazen kunstobjecten worden aangeboden. Zie ook www.iittala.com

    • Arjen Ribbens