Kunstbladen koop je ook voor de vormgeving

De Amsterdamse kantoorboekhandel The Bookshop is een walhalla voor de tijdschriftenfreak. Zelfs de bladen over haarkapsels hebben er een eigen schap. Groter dan gemiddeld is hier ook de verzameling kunst- en cultuurbladen. Zo is er bijvoorbeeld Items, een prijzig (12,95 euro) maar mooi magazine dat zich ‘tijdschrift voor ontwerpen en verbeelding’ noemt. Het nieuwste nummer besteedt aandacht aan grafisch ontwerper en illustrator Charley Harper die vorig jaar overleed. Het artikel is aardig – vertelt over Harpers manier van werken (tegen de verwachting in niet met de computer maar met verf en canvasdoek) – maar leuker zijn de beelden. Het stuk is geïllustreerd met flink wat van zijn werk, de grafische beestjes die hij tekende voor de covers van Ford Times, voor biologieboeken en de posters voor de National Park Service in de Verenigde Staten. Daarnaast heeft Items een verhaal over Sander Plug, grafisch ontwerper/beeldend kunstenaar, bekend van onder andere tijdschriftcovers van de VPRO-gids, en verschillende theaterposters.

Tijdschrift Mister Motley (5 euro) gaat niet zozeer over ontwerpen zelf, als wel over de reproductie ervan. Kopie-kunst is het thema, en daarom krijg je er een „gratis kunstwerk” bij. Op dvd, dus zo vaak te kijken en weg te geven als je wilt. Niet voor niets bevat dit nummer ook een gesprek met fotograaf Hans Aarsman. Zijn werk is in ongelimiteerde oplage te downloaden op de website van het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Het gesprek gaat over zijn afkeer van de fotograaf die de kunstenaar wil uithangen: „Het reproductieaspect gaat verloren, ze gaan afdrukken in kleine oplages. Om zo dicht mogelijk bij de schilderkunst te komen. Want dat is echte kunst, denken ze.”

Aarsman zelf is nu bezig met een project waarin hij fotografeert wat hij weggooit, omdat hij anders omkomt in de troep: „Een foto ervan helpt, dan heb je tenminste dat plaatje nog [...] Later dacht ik: zou het ook preventief werken? Dat je iets fotografeert vóór je iets koopt? Dan hoef je het misschien niet aan te schaffen.”

Daarnaast is er een interview met kunstenaar Michel François die op exposities zijn foto’s soms als een stapel posters presenteert – bezoekers mogen die dan meenemen. Hoe meer mensen de foto’s meenemen, hoe verder de tentoonstelling ‘verdwijnt’. Een vergelijkbaar effect creëerde hij met een bank van piepschuim die door slijtage vanzelf zou oplossen. Maar Mister Motley koop je eigenlijk vooral om het blaadje zelf: de nummers zijn bijzonder vormgegeven, met een collage van mooie foto’s en vreemde illustraties.

Heel wat degelijker is het Onafhankelijk Museum Tijdschrift (6,75 euro). Zowel qua uiterlijk als inhoudelijk is het blad weinig verrassend. Het is vooral informatief voor de museumbezoeker die wars is van internet (er is een volledige tentoonstellingagenda ingesloten) en behoefte heeft aan achtergrond bij huidige exposities. Zo is er een artikel over John Everett Millais, van wie tot half mei werk in het Van Gogh Museum is te zien. En er is uitgebreid aandacht voor Maria Sibylla Merian, momenteel te zien in Het Rembrandthuis, en Lucian Freud die exposeert in het Haags Gemeentemuseum.

    • Lineke Nieber