Jonge allochtoon eist meer van zichzelf

Turkse en Marokkaanse jongeren raken steeds beter geïntegreerd.

Maar dat voelen ze zelf niet zo, want ze leggen ‘de lat’ wat dat betreft steeds hoger.

Stel, je vraagt een jonge Turkse of Marokkaanse Rotterdammer hoe goed zijn Nederlands is. Vorig jaar vond ruim een derde van de Turkse jongeren dat ze die taal „erg goed” beheersten. Van de Marokkanen vond de helft dat.

Maar nu komt het: toen in 1999 een vergelijkbare groep Turkse en Marokkaanse jongeren in Nederland die vraag kreeg voorgelegd, vond ruim de helft van de Turkse jongeren hun Nederlands „erg goed”. Meer dan 70 procent van de Marokkaanse jongeren vond dat van zichzelf. „Allochtone jongeren zijn dus minder tevreden geworden over de beheersing van hun Nederlands”, zei socioloog Han Entzinger van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Gistermiddag werd zijn boek De lat steeds hoger, de leefwereld van de jongeren in een multi-etnische stad gepresenteerd en hij vond dat de meest opmerkelijke, minst verwachte, conclusie van zijn onderzoek.

De Marokkaanse en Turkse jongeren zijn in werkelijkheid het Nederlands niet slechter gaan beheersen. Waarschijnlijker is dat de 18 tot 30-jarigen van nu beter Nederlands spreken dan de groep 18 tot 30-jarigen die in 1999 werden ondervraagd. „Maar autochtone Nederlanders”, denkt Entzinger, „zijn hogere eisen gaan stellen aan de allochtonen.” En dat niet alleen. „Zij zijn ook hogere eisen gaan stellen aan zichzelf. Zowel allochtonen als autochtonen zijn de lat hoger gaan leggen.”

Entzinger noemt dat de integratieparadox: De integratie van Turkse en Marokkaanse jongeren, gemeten met klassieke maatstaven als bijvoorbeeld opleiding, is tussen 1999 en 2006 voortgeschreden. Turkse en Marokkaanse jongeren zijn steeds beter opgeleid, al blijven zij gemiddeld nog achter bij autochtone jongeren. Maar allochtone en autochtonen hebben het gevóel dat de culturele afstand over en weer groter is geworden.

Het onderzoek onder de Rotterdamse jongeren is bijzonder omdat het een bijna exacte kopie is van een enquête uit 1999, de tijd vóór de opkomst en ondergang van politicus Pim Fortuyn, vóór de moord op cineast Theo van Gogh, vóór de aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten. De ideeën en opvattingen van de jongeren van toen over zaken als godsdienst, politiek, identiteit, behoud van cultuur en familie, kunnen worden vergeleken met de heersende opvattingen van nu.

De grootste verschillen vonden de onderzoekers in de woon- en gezinssituatie. Het ongehuwd samenwonen of zelfstandig op kamers wonen komt onder Turkse en Marokkaanse jongeren nagenoeg niet voor.

De religieuze gevoelens van de allochtone jongeren zijn tussen 1999 en 2006 niet ingrijpend veranderd. Meer dan de helft van de autochtone jongeren is ongelovig, zowel in 1999 als in 2006. Dat komt bij de Turkse en Marokkaanse jongeren praktisch niet voor.

Wel is het aandeel allochtone jongeren gegroeid dat de regels van het geloof strikt volgt, zowel bij de Marokkanen als bij de Turken; bij de Turken tot 42 procent en 58 procent bij de Marokkanen. „We zijn er niet achter gekomen wat dat precies betekent”, zegt onderzoeker Entzinger. „Vraag je bijvoorbeeld naar het moskeebezoek, dan is het deel van de Marokkanen dat nooit een moskee bezoekt gegroeid van eenderde tot bijna de helft. Maar vraag je naar de frequentie van het bidden, dan zei 70 procent van Marokkaanse jongeren in 2006 dagelijks vijf keer te bidden. In 1999 was dat net iets meer dan de helft.”

De meerderheid van de allochtonen voelt zich in de eerste plaats Turk of Marokkaan, en dan pas Nederlander. Turkse en Marokkaanse jongeren zien zichzelf eerder als Rotterdammer dan als Nederlander. Bij de autochtone Rotterdammer is dat precies andersom.

Zijn autochtonen te veeleisend jegens allochtonen? discussieer mee op nrcnext.nl/opinie

    • Sheila Kamerman