‘Israël weeft spinnenweb rond Jeruzalem’

Ondanks Palestijns en buitenlands protest bouwt Israël in nederzettingen in en rond bezet Oost-Jeruzalem. ‘Er mag geen twijfel bestaan over het joodse recht op Jeruzalem.’

Een Palestijnse boer loopt over zijn land bij de Israëlische nederzetting Har Homa in bezet Oost-Jeruzalem. Foto AFP Palestinian man Said Eid, walks on his land near the Jewish settlement of Har Homa in East Jerusalem on February 18, 2008. Israeli authorities have appointed five companies to expand a Jewish settlement in occupied east Jerusalem, work which could undermine peace talks with the Palestinians, officials said last week. The call for tenders for 307 housing units last December to be built in Har Homa was criticised by the United States and European Union and denounced by the Palestinians who want east Jerusalem as the capital of their future state. AFP PHOTO/MENAHEM KAHANA AFP

Een elegant olijftakje, bouwtekeningen van grote appartementen en een wervende tekst. Een metershoog bord van de Israëlische investeringsmaatschappij Digal lokt toekomstige kopers naar Nof Zion. Drie kamers? Vier kamers? Vijf? Tuin erbij? Of toch een penthouse? Alles kan hier, in Nof Zion.

Nu is het nog leeg in de ambitieuze nieuwbouwwijk in het door Israël bezette zuidoosten van Jeruzalem. Enkele appartementenblokken zijn al opgeleverd, maar vanaf de top van de heuvel, waar Nof Zion de komende maanden moet verrijzen, is vooral veel groen te zien. De website van de projectontwikkelaars belooft geïnteresseerden – gemikt wordt vooral op Amerikaanse joden – vervulling van The Dream. „Dat unieke karakter van Jeruzalem”, gecombineerd met een winkelcentrum, een sporthal, een synagoge.

Wat de website niet vermeldt, en waar de uitkijkborden evenmin melding van maken, is dat Nof Zion (uitzicht op Sion) een nederzetting is die pal tegen, of liever ín de Palestijnse buitenwijk Jabel Mukaber van Oost-Jeruzalem ligt. Loop de heuvel af en je belandt na honderd meter middenin de armoedige Arabische wijk. Het asfalt is kapot, vuilnis ligt langs de weg. Veel huizen in het dichtbevolkte wijkje zijn illegaal gebouwd, omdat Arabische inwoners van Jeruzalem zelden een bouwvergunning krijgen. Sommige huizen staan al op de lijst voor sloop.

De inwoners van Jabel Mukaber houden zich op de vlakte over hun toekomstige nieuwe buren. Wie de stemming wil peilen, kan beter naar de lantarenpalen kijken. Aan iedere paal in de buurt hangt een martelarenfoto van Alaa Abu Dhein, die eerder deze maand acht joodse studenten doodschoot in de talmoedschool Mercaz HaRav. Tot zijn dood woonde Abu Dhein in deze buurt.

Het gemeentebestuur van Jeruzalem gaf in 2003 toestemming voor de bouw van de nieuwe wijk, temidden van hevig protest van de Palestijnse Autoriteit en de internationale gemeenschap. De nederzetting verkleint, zoals iedere nederzetting in bezet gebied, volgens de internationale gemeenschap de kans op vrede tussen Israël en de Palestijnen.

Hetzelfde geldt voor Har Homa, een andere nederzetting in het oosten van Jeruzalem. Ook daar hangt nog stilte. Een paar kinderen hangen wat rond in een speeltuin, een groepje Amerikaanse toeristen wordt rondgeleid. Veel appartementen, als een vesting opgetrokken langs de heuvel, staan nog leeg. Maar verderop wordt enthousiast verder gebouwd.

Dit is nu, zeggen Israëlische actiegroepen en Palestijnse vertegenwoordigers, „feiten op de grond” creëren. Har Homa ligt, net als Nof Zion, in gebied dat Israël in de Zesdaagse Oorlog van 1967 veroverde. Het is volgens de Verenigde Naties bezet gebied – en volgens internationaal recht zijn de nederzettingen illegaal. Bij ieder gesprek over vrede tussen Israël en de Palestijnen komt de status van Oost-Jeruzalem op tafel. Palestijnen claimen Oost-Jeruzalem als hoofdstad van een nieuwe Palestijnse staat. Maar de Israëlische inlijving gaat, met hulp van hijskranen en betonmolens, onvermoeibaar verder. En daarmee wordt terugkeer naar de situatie van voor de bezetting met de dag onrealistischer. Laat staan dat de Palestijnse president Abbas ooit akkoord zou kunnen gaan met een vredesverdrag zonder dat er iets rond Jeruzalem geregeld is.

„De nederzettingenpolitiek van Israël werkt als een spinnenweb.” Angela Godfrey-Goldstein, werkzaam voor de Israëlische mensenrechtenbeweging ICAHD, spreidt de kaarten van Jeruzalem uit over de grond. Op één kaart zijn de joodse gebieden blauw gekleurd, de Arabische oranje. Lichtblauw is het nieuwste project in Jeruzalem: de toekomstige wijk die nu nog E1 heet.

„De nederzettingen omsingelen Oost-Jeruzalem langzaam”, zegt ze, op de kaart wijzend. „En ze verstikken de Arabische wijken, tot het leven er onmogelijk is geworden.” Bovendien, zegt zij, zijn de Arabische wijken van Oost-Jeruzalem langzaam maar zeker volledig van de Westelijke Jordaanoever afgesloten. De huizen zijn volgens haar niet voor niets bedoeld voor Amerikaanse kopers. Weten die veel van de lokale politieke gevoeligheden.

Vorige maand kondigde de Israëlische minister Zeev Boim aan dat er nog eens 1.100 nieuwe appartementen komen in Oost-Jeruzalem: 370 in Har Homa en 750 in Pisgat Zeev, een andere joodse wijk. Vlak na gesprekken met de Palestijnse predident Abbas in Annapolis, in november, kondigde premier Olmert aan dat de bouw in Har Homa zou doorgaan. Tijdens de gesprekken in Annapolis suggereerden regeringswoordvoerders nog dat er in ieder geval gepraat kon worden over Jeruzalem.

Los van het strategische belang heeft Israël nog een reden door te bouwen in Oost-Jeruzalem. Het percentage joden in de stad loopt terug. Ruwweg tweederde van de bevolking is joods, eenderde is Arabisch, maar de percentages komen dichter bij elkaar. Palestijnen krijgen meer kinderen, en veel seculiere Israëliërs hebben geen zin meer om in de beladen stad te wonen. Demografie is belangrijk. Want hoe kun je Jeruzalem de „eeuwige en ondeelbare” hoofdstad van de joodse staat noemen als de meerderheid van de stad Palestijns is?

„Er mag geen twijfel bestaan over het joodse recht op Jeruzalem”, zegt politicus en zakenman Nir Barkat. Barkat, type selfmade man, is een van de belangrijkste kanshebbers voor de burgemeestersverkiezingen van komend najaar. Hij is lid van regeringspartij Kadima en oppositieleider in de gemeenteraad, maar hij dreigt hardop de partij van premier Olmert te verlaten.

Olmert, zelf ooit burgemeester van Jeruzalem en geestelijk vader van Har Homa, suggereerde een paar keer dat hij in gesprek wil met de Palestijnen over de toekomst van Jeruzalem. Ook bevroor hij vorige maand tijdelijk de bouw van appartementen in het oosten van de stad. De bouw is overigens hervat. Politieke analisten zeggen dat het onwaarschijnlijk is dat Olmert de bouw stop zal zetten, ook als de internationale druk toeneemt. Olmert moet de religieuze Shaspartij in zijn kabinet houden om politiek te overleven. Bovendien kan de jonge partij Kadima gemakkelijk scheuren.

Nir Barkat vindt dat Olmert slappe knieën heeft. Hij is „diep teleurgesteld” in zijn partijleider. Lees de tenach, de joodse heilige schrift, er maar op na. Hoe vaak wordt Jeruzalem niet genoemd als hoofdstad voor het volk van Israël? Liep Jezus niet door een joodse stad? Barkat heeft een ideaal. Over tien jaar, zegt hij, is Jeruzalem een metropool, waar jaarlijks tien miljoen toeristen komen, waar godsdienstvrijheid heerst en de economie bloeit. „Dat kan alleen als het de ongedeelde hoofdstad van Israël is. Wij hebben bewezen dat we een samenleving zijn waar ook moslims en christenen kunnen leven. Noem mij één hoofdstad ter wereld waar de helft is weggegeven aan mensen die er pas later kwamen? Wat Olmert nu doet, is totaal onacceptabel. Hij laat zich gijzelen door het linkse kamp.”

Maar los van geruchten over toezeggingen van Olmert gaat het bouwen toch gewoon door?

Niet hard genoeg, zegt Barkat. „Het is mijn doel de joodse meerderheid in de stad vast te houden. We moeten daarom doorbouwen. Niet alleen in het oosten, maar ook in het noorden, zuiden en westen van de stad.”

    • Guus Valk