Is het weer gedaan met de rust in Irak?

De Iraakse regering pakt met een groot offensief de onveiligheid in Basra aan.

Maar Muqtada Sadrs militie denkt dat het de bedoeling is om haar uit te schakelen.

Het staakt-het-vuren dat de rebelse, shi’itische geestelijke Muqtada Sadr vorig jaar augustus afkondigde, is een van de belangrijkste redenen waarom het geweld in Irak na de zomer ruimschoots is gehalveerd. Dat beaamt zelfs het Amerikaanse leger, dat Sadrs Leger van de Mahdi vorig jaar nog het allergrootste gevaar in Irak noemde.

Dat staakt-het-vuren wordt nu bedreigd door het offensief dat het Iraakse leger dinsdag begon in de oliestad Basra. De officiële reden voor het offensief is de stad van milities en misdaadbendes te zuiveren, maar tot dusverre is het alleen gericht tegen Sadrs Leger van de Mahdi.

Deze militie, volgens schattingen 60.000 tot 100.000 man sterk, wordt verantwoordelijk geacht voor een groot deel van de golf van sektarische moorden op sunnieten die volgde op de aanslag op de shi’itische Gouden Moskee in Samarra in februari 2006.

Vorige maand verlengde Sadr de wapenstilstand. Maar dat was geen vanzelfsprekende zaak. De stemming onder zijn aanhang – de shi’itische onderklasse voor wie de populist Muqtada Sadr een held is – was immers ernstig verslechterd. De sadristen zeggen dat de VS en de Iraakse autoriteiten het bestand misbruiken om strijders van het Leger van de Mahdi op te pakken. „Ze schijnen zich niet te realiseren dat de sadristische trend als een vulkaan is”, zei Abdul-Hadi al-Mohammedawi afgelopen vrijdag volgens AP tegen gelovigen in Kufa bij Najaf, waar Sadr zijn hoofdkwartier heeft. „Als hij explodeert, zal hij hun verrotte koppen vermorzelen.”

Het offensief dat het Iraakse leger dinsdag tegen Sadrs militie inzette in Basra, de grote zuidelijke oliestad, heeft de sadristen nog bozer gemaakt. Daarmee staat het bestand op het spel én de fragiele rust in Irak (die eruit bestaat dat maandelijks gemiddeld nog zeker 600 tot 800 mensen door geweld om het leven komen).

De regering van premier Maliki, ook een shi’iet maar van de concurrerende Dawapartij, zegt dat het leger Basra (1,5 miljoen inwoners, de op één na grootste stad in Irak) gaat zuiveren van milities en misdaadbendes die er onderling strijden om invloed en oliegeld. De onveiligheid is verder toegenomen sinds het Britse leger zich in december op het vliegveld heeft teruggetrokken. Vandaar kijken ze nu toe hoe 15.000 Iraakse militairen en de sadristen slag leveren.

Volgens Sadrs strijders wordt alleen het Leger van de Mahdi aangepakt. Zij zijn ervan overtuigd dat de shi’itische concurrentie – behalve de Dawa de eveneens prominent in de regering vertegenwoordigde SIIC – de sadristen wil uitschakelen voor de provinciale verkiezingen. Die hebben waarschijnlijk in oktober plaats.

De Dawa en de SIIC vertegenwoordigen de shi’itische middenklasse. Wie in het shi’itische zuiden de meeste stemmen krijgt, heeft de meeste greep op de olie. De meeste Iraakse olie komt uit het zuiden, terwijl de Koerdische autonome regering alle zeggenschap over de noordelijke olie opeist. De Iraakse regering heeft dus alle reden de zuidelijke olie-opbrengst veilig te stellen.

Sadr heeft nog niet expliciet gedreigd het staakt-het-vuren op te zeggen. In een verklaring riep hij de Irakezen dinsdag op eerst in het hele land betogingen te houden om stopzetting van het geweld en de vrijlating van de duizenden gevangen sadristen af te dwingen. „Als de regering niet naar ons luistert, kondigen we een burgerrevolte af”. Daarna komt „een derde stap”, maar wat die stap is maakte Sadr niet duidelijk.

In Basra, maar ook in andere Zuid-Iraakse steden waar het Leger van de Mahdi sterk vertegenwoordigd is, hebben de autoriteiten een nachtelijk uitgaansverbod afgekondigd. De toestand is er zeer gespannen, evenals in Sadr City, de grote shi’itische sloppenwijk van Bagdad die een belangrijk bolwerk van Sadr is. De afgelopen dagen meldden getuigen er gevechten van Amerikaanse en Iraakse militairen met het Leger van de Mahdi.

Het geweld in Irak neemt sinds januari weer toe. Dat is voor een belangrijk deel het gevolg van zelfmoordaanslagen die aan sunnitische extremisten worden toegeschreven. Als Sadr zijn manschappen weer de vrije hand zou laten, komt de tweede fase van de burgeroorlog in zicht.