Havenbedrijf exposeert kranen, tanks en silo’s

De Rotterdamse haven wil zichtbaarder worden. Nu is alleen in de verte hooguit een rookpluim te zien. „We moeten ons niet langer verstoppen.”

Hans Smits. Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel Ir.drs.Hans N.J.SMITS,President-directeur Havenbedrijf Rotterdam.foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Rotterdam, 7 april 2006 Mentzel, Vincent

Maar weinig Rotterdammers die zo’n magnifiek uitzicht hebben als hij. En toch: als Hans Smits vanuit zijn werkkamer op de zeventiende verdieping naar buiten kijkt, ziet de president-directeur van het Havenbedrijf Rotterdam niet wat hij zou willen zien. „Het beeld strookt niet met de dynamische omgeving, die het havenindustrieel complex in werkelijkheid is.”

In de publieke opinie staat de haven nog altijd gelijk aan vies, vuil en smerig. Hoezeer het Havenbedrijf ook heeft geprobeerd dit beeld bij te stellen. Maar het begrip ‘haven’ blijft associaties oproepen met besmeurde bootwerkers die tegen een hongerloontje beulswerk verrichten in het laadruim van een vrachtschip.

Kortom, een imagoprobleem. „Veel Rotterdammers zijn apetrots op de haven, al was het maar omdat het ‘hun’ haven is”, zegt Smits. „Tegelijkertijd is dat pronkstuk vandaag de dag niet of nauwelijks zichtbaar meer in hun dagelijkse omgeving.” Dat stad en haven met de rug naar elkaar toe staan, bestrijdt Smits. „Maar onder druk van de voortschrijdende industrialisatie zijn stad en haven wel uiteen gedreven. We zijn fysiek alsmaar verder westwaarts getrokken, samen met het personeel en het materieel.” En de ‘gewone’ Rotterdammer of de potentiële werknemer, waar de havenbedrijven zo driftig naar op zoek zijn? Die ziet, turend vanaf de Erasmusbrug bijvoorbeeld, in de verte hooguit een rookpluim opstijgen.

Vorig jaar vierde het Havenbedrijf het 75-jarige bestaan; uitgerekend in het jaar dat Rotterdam zichzelf had uitgeroepen tot City of Architecture. Voor Smits, een liefhebber van kunst en architectuur, was die combinatie mede reden voor een vlucht naar voren. Doel: het verbeteren van ‘de beeldkwaliteit van de Rotterdamse haven’. Uit alle onderzoeken blijkt volgens hem dat „de fysieke uitstraling van het haven- en industriecomplex steeds belangrijker wordt”. Niet alleen met het oog op het vestigingsklimaat voor bedrijven en de uitstraling van de haven zelf, maar ook „voor de manier waarop werknemers, bezoekers, recreanten en omwonenden de omgeving beleven”, zegt Smits.

Samen met het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) gaf het Havenbedrijf zes gerenommeerde architectenbureaus opdracht hun ideeën los te laten op het veertig kilometer lange strook rondom de Nieuwe Maas.

Het winnende ontwerp kwam van de hand van landschapsarchitect Adriaan Geuze van het bureau West 8 in Rotterdam. Hij stelt de functionaliteit voorop, en meent dat deze beter moet worden uitgedragen. Dat betekent onder meer dat karakteristieke sculpturen als kranen, silo’s en tanks gekoesterd moeten worden. Geuze wil ook „een groene afscheiding” van de nabijgelegen woonkernen op Voorne-Putten en uitbreiding van het havencomplex naar het oosten. In het landschap ingepaste bedrijfsterreinen zouden zodoende „de aantasting van het open landschap” tegen kunnen gaan.

Enkele aanbevelingen zijn al doorgevoerd: zo is zichtbelemmerende onderbegroeiing verwijderd, en zijn er extra bomen geplant. Voor de grote, beeldkwaliteitsbepalende projecten is een ‘quality team’ ingesteld, met daarin behalve Geuze ook architect Jan Benthem en architectuurhistoricus Wouter Vanstiphout.

Eerder al riep een internationale adviesgroep het stadsbestuur op het imago van Rotterdam Waterstad uit te buiten. Smits’ pleidooi sluit ook aan op de landelijke discussie over de ‘verrommeling’ van het landschap. Bovendien kan zijn wens niet los gezien worden van de ambitie om „de duurzaamste haven ter wereld te realiseren”. De eerste stappen daartoe zijn gezet: walstroom voor binnenvaartschepen, een zwavelarme brandstofpool, groene energie en minder havengelden voor schone(re) schepen.

Smits: „De haven moet zich niet langer verstoppen, we moeten ons durven laten zien. Maar dan moet je mensen wel verleiden. En dus zorgen dat je fietspaden op orde zijn en, dat vooral, dat er wat te zien is. Breng eenheid aan in het straat- en wegmeubilair. En licht hier en daar ook eens een installatie aan, want het oog wil ook wat.”

Meer informatie op:havenvandetoekomst.nl

    • Mark Hoogstad