Geen schikking bollendrama

De curator beloofde een smoking gun, maar volgens de advocaten was het een klapperpistool. Het failliete beleggingsfonds Novacap poogt schade te verhalen voor de rechter.

In de civiele procedure die het failliete beleggingsfonds Novacap heeft aangespannen tegen 71 gedaagde partijen vond gisteren de vierde zittingsdag plaats bij de Amsterdamse rechtbank. Twee curatoren en vijftien advocaten hielden zich onder leiding van rechter Peeters bezig met de behandeling van een ingediende schadeclaim van 88 miljoen euro.

Curator Hans Tiethoff, die het faillissement van Novacap afwikkelt, poogde aan te tonen dat het beleggingsfonds in 2003 was opgelicht door een piramidespel in tulpenbollen. In hun betoog haalden de curatoren de Hollandse tulpengekte van 1636 erbij en verwezen ze naar de definitie van een ‘piramidespel’ om hun zaak te onderbouwen. Hun zaak is dat een ‘samenwerkende groep’ in 2003 de prijzen van tulpenbollen in een carrousel van transacties hadden opgedreven.

Novacap was opgezet als termijnfonds: het kocht tulpenbollen van de oogst 2003 en verkocht tegelijkertijd de oogst 2004. Dit gebeurde via commissionairshuis SBC in Lisse, dat in november 2003 failliet ging. Door de toename van het aantal bollen in één seizoen werd beleggers een winst van 25 à 30 procent voorgespiegeld. Novacap investeerde 85 miljoen; andere beleggers nog eens 35 miljoen.

Novacap kocht in oktober 2003 de bollen, maar de termijnverkopen van de oogst 2004 werden vervolgens massaal ontkend, zodat Novacap met te duur gekochte bollen bleef zitten en de beleggingsopbrengst omsloeg in verlies. In totaal verloren beleggers zo’n 120 miljoen euro in een van de grootste speculatieschandalen die zich ooit in Nederland hebben voorgedaan.

De beheerders van Novacap spanden een civiele procedure aan tegen (aanvankelijk 76) partijen die ze voor de fraude verantwoordelijk achtten. Nadat Novacap in november 2006 failliet was gegaan, zetten de curatoren de procedure voort. Inmiddels zijn ook strafzaken aanhangig gemaakt.

Curator Tiethoff maakte aanschouwelijk hoe de omzet van de tulpenmarkt in 2003 vertienvoudigde, door de opeenvolging van aan- en verkopen. Hij toonde lijsten van prijsopdrijving van drie tulpensoorten, waarbij sprake was van opslagen van 20 procent bij elke verkoop. Hij noemde bedragen die gedaagden hadden ontvangen toen het commissionairshuis SBC in oktober 2003 tot uitbetaling overging. Ook wees hij op de betrokkenheid van buitenlandse vennootschappen in belastingparadijzen die begin 2003 werden opgericht en snel na het debacle veelal weer werden geliquideerd.

Ook al had het Openbaar Ministerie het bestaan van een ‘samenwerkende groep’ niet aangetoond, er was volgens de curatoren sprake geweest van „een piramidespel en dat is strafbaar”.

De advocaten van de gedaagde partijen bestreden de aangedragen bewijzen met kracht. Er was volgens hen nooit een samenwerkende groep geweest. Er was geen sprake van een piramidespel, de gepresenteerde voorbeelden van prijsopdrijving klopten niet, en er waren ook verliesgevende verkopen geweest. Met de buitenlandse bv’s was niets mis.

Daarentegen richtten ze hun pijlen juist op de twee hoofdrolspelers in het tulpendrama: de oprichter van het beleggingsfonds Novacap, Marco Vrijburg, en de ex-directeur van betrokken commissionairshuis SBC, Mark van der Poll.

„Novacap heeft de schade zelf veroorzaakt”, betoogde advocaat Koerselman van gedaagde Van der Poll. Als Novacap de geleverde bollenvoorraad goed had beheerd, had het de schade kunnen beperken. Maar de bollen werden verwaarloosd en uiteindelijk deels verkocht tegen een afbraakprijs en deels doorgedraaid.

Advocaten van andere gedaagden wezen juist Van der Poll aan als de hoofdschuldige die zijn mededirecteur onwetend had gehouden van zijn werkzaamheden en bollenbeleggers had misbruikt door verkopen van de oogst 2004 op hun naam te zetten zonder dat ze daarvan weet hadden.

Voor anderen was Vrijburg de kwade genius: „ Vrijburg dacht een legale en sluitende geldmachine te hebben gemaakt. Daarop heeft hij zich blind gestaard”, zei advocaat Beishuizen.

En dan waren er nog kwekers die zouden hebben meegedaan. Maar „de procedures tegen de kwekersbedrijven zijn kansloos”, betoogde advocaat Bobbers.

„Ik heb alleen maar bollen verkocht”, zei haar cliënt, tulpenkweker Erik van Dam. Advocaat Brouwer van tulpenteler Jos Borst zei dat zijn cliënt „slachtoffer voor vele miljoenen” is geweest van het tulpendrama dat zich in 2003 voltrok.

Rechter Peeters probeerde nog alle partijen tot een schikking te bewegen. Maar de curatoren eisten meer geld dan de gedaagden bereid waren neer te leggen, en de onderlinge tegenstellingen tussen gedaagden waren te groot. In die zin is er zeker geen sprake van een samenwerkende groep.

    • Roel Janssen