Bush verliest zaak voor Hooggerechtshof

President Bush is terechtgewezen door het Hooggerechtshof. Hij had de staat Texas niet mogen opdragen om een uitspraak van het Internationaal Gerechtshof uit te voeren.

Het Amerikaanse Hooggerechtshof acht beslissingen van het Internationale Hof van Justitie in Den Haag niet direct juridisch afdwingbaar in zaken van individuele Amerikaanse deelstaten.

Dat blijkt uit een uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof van dinsdag, waarin het een eis van president Bush verwierp. De president wilde de staat Texas een moordzaak met een Mexicaanse dader laten heropenen, conform een uitspraak van het Internationale Hof in Den Haag. Maar Texas hoeft daar niet naar te luisteren, vindt het Hooggerechtshof met een meerderheid van zes tegen drie rechters.

De rechters uit het Haagse vredespaleis vonden in 2004 dat de staat Texas zich in de zaak tegen José Ernesto Medellín niet aan internationale afspraken had gehouden. De politie in Texas had de Mexicaan in strijd met de Conventie van Wenen, uit 1963, bij z’n arrestatie niet gewezen op zijn recht op consulaire bijstand. De man had op Amerikaans grondgebied een moord en een verkrachting gepleegd, en werd daarvoor berecht en in 1994 ter dood veroordeeld.

De procedurefout kon alleen worden goedgemaakt, luidde de eis van Medellín, ingediend door Mexico, door de zaak te heropenen en de rechter te laten beoordelen of het verzuim van de politie in z’n nadeel had gewerkt. Behalve Medellín vroegen nog vijftig andere Mexicanen die in de VS executie afwachten in Den Haag om heropening van hun zaak.

Volgens volkenrechtdeskundige André Nollkaemper van de Universiteit van Amsterdam is directe afdwingbaarheid van uitspraken van het Haagse Hof in individuele zaken zeldzaam. „Er zijn niet veel landen die directe werking toekennen aan deze uitspraken.”

Eerdere pogingen om Haagse uitspraken over Nicaragua door Amerikaanse rechters direct te laten uitvoeren, mislukten ook. Uit Amerikaans constitutioneel recht bezien is deze uitspraak dan ook „niet verrassend”, zegt Nollkaemper. Reserves over de democratische legitimatie van zo’n buitenlands hof spelen daarbij een rol.

Tegelijk is een mogelijke ontwikkeling in de richting van directe afdwingbaarheid van uitspraken van het Internationaal Gerechtshof in individuele zaken voorlopig tot staan gebracht. Het Amerikaanse hof „heeft die deur dicht gedaan”, zegt Nollkaemper. „Je zou hopen dat nationale rechters het gezag van internationale rechters erkennen, en gevolg geven aan hun uitspraken, juist in zaken waarin individuele belangen een rol spelen en die nauw verweven zijn met nationaal recht.” Dat dit niet is gebeurd, vindt Noll-kaemper ‘zorgelijk’.

„Het Internationale Hof van Justitie is nu weer teruggezet in de klassieke rol van beslechter van geschillen tussen staten. Kwesties over grenzen en dergelijke.” Terwijl de trend juist in de richting van meer individuele zaken ging.

Hij wijst er op dat het Amerikaanse Hooggerechtshof niet gezegd heeft dat Haagse vonnissen in individuele zaken nooit directe werking zullen krijgen. Maar alleen dat het Congres daarover moet beslissen. Of het moet duidelijk blijken uit de verdragstekst: de onderhandelaars en de Senaat die ratificeert moeten akkoord zijn.

Directe afdwingbaarheid van buitenlandse vonnissen mag niet tot stand komen doordat de president zomaar een verdrag sluit. „Dat zou neerkomen op presidentiële wetgeving.” De politieke macht wil juist voorkomen dat rechters gaan beslissen welke gevolgen verdragen hebben voor de nationale rechtsorde.

Het Europese Hof voor de rechten van de mens kan wél direct ingrijpen in individuele kwesties. Maar dat zal zich op wereldschaal niet gauw voordoen, constateert Nollkaemper.

Drie rechters van het Amerikaanse Hooggerechtshof schreven in een minderheidsopinie dat tussenkomst door het Congres als federale wetgever niet nodig is. Rechter Breyer schrijft dat het resultaat nu is dat de VS hun internationaal gegeven woord kunnen breken, terwijl de president zich er juist aan probeert te houden en het Congres zich doof kan houden.

Dat president Bush toch de belangen van de misdadiger Medellín voor het Supreme Court verdedigde, wordt ook verklaard uit politieke verlegenheid. De VS zijn één keer eerder in Den Haag veroordeeld omdat ze de Duitse gebroeders Le Grand, verdacht van moord, niet wezen op hun recht op consulaire bijstand. Daarop waarschuwde Washington de deelstaten voortaan bij buitenlandse verdachten beter op te letten.

Vonnis Medellín vs. Texas: supremecourtus.gov, klik op ‘recent decisions’

    • Folkert Jensma