Wilders moet nu zijn film los durven laten

De problemen die Geert Wilders ondervindt bij het openbaar maken van zijn anti-Koranfilm Fitna werpen een interessant licht op de verhouding tussen oude en nieuwe media. Waren we net gewend aan de gedachte dat iedereen alles op het web kan publiceren, blijkt de werkelijkheid weer net iets ingewikkelder.

Twan Huys stelde gisteren in Nova de juiste vragen aan Albert Benschop, die zich aan de Universiteit van Amsterdam bezighoudt met internet en terrorisme. Waarom kan een onthoofdingsvideo van jihadisten wel op het net worden gezet en blokkeert de Amerikaanse provider Network Solutions de Fitna-site van Wilders nog voordat hij er de film op heeft kunnen plaatsen?

Benschop bevestigde dat zo’n preventieve ingreep uniek is in de korte geschiedenis van het web en wees op twee mogelijke verklaringen. Misschien vreest de provider voor reputatieschade. Nog ernstiger zijn de technische problemen die zich kunnen voordoen wanneer miljoenen mensen tegelijkertijd naar een videostream van vijftien minuten willen kijken. De vereiste bandbreedte is dan zo omvangrijk dat je voor tonnen aan voorzieningen zou moeten investeren. Benschop suggereerde dat Wilders niet zou zijn ingegaan op verzoeken om daarvoor te betalen.

Eerder hadden de kosten van bewaking ook al een belemmering gevormd voor vertoning van de film in het Haagse perscentrum Nieuwspoort. Om dezelfde redenen is een bioscoopvertoning eveneens uitgesloten.

Wat zou Benschop Wilders in dit geval dan adviseren? Het antwoordde luidde dat hij goed moet kijken hoe zijn extremistische tegenstanders het aanpakken. Die zetten gewoon onaangekondigd een geruchtmakend filmpje op een site als YouTube. Tegen de tijd dat het daar begint op te vallen zal het er wel weer vanaf worden gehaald, maar dan is het al door vele gebruikers gezien en gekopieerd, en zal het zich als een epidemie onbelemmerd verder over het web verspreiden.

Internet is een viraal medium, en daarin onderscheidt het zich wezenlijk van massamedia die verticaal informatie overbrengen, vanuit één enkele bron naar vele ontvangers. Wie een explosieve boodschap wil verzenden kan dat niet doen onder gecontroleerde omstandigheden. En bij de Wilders-film blijkt die controle nu juist het probleem.

De afgelopen maanden werd in vele toonaarden de vraag gesteld of Wilders zijn film wel mocht uitzenden. Het enige juiste antwoord is dat de maker (of opdrachtgever) van Fitna niet zelf gaat over de uitzending ervan. Dat is immers de verantwoordelijkheid van de zendgemachtigde. Daarom eisen de omroepen die Fitna aangeboden kregen ook voorinzage. En dat weigert Wilders weer even consequent, omdat hij de controle niet uit handen wil geven. Door de film alleen op een eigen site te willen openbaren, herhaalt zich dit probleem. Alleen door de film een eigen leven te laten leiden, kan die zich vrijelijk verspreiden. En dat is ook wat vermoedelijk zeer binnenkort zal gebeuren.

De conclusie zou moeten zijn dat het web zich slecht leent voor gecontroleerde communicatie vanuit één centrale bron. En dat vrij verkeer van informatie alleen gewaarborgd is zolang de boodschap onder de radar van de oude media blijft. Je ziet ook vaak dat een internethype echt gaat leven nádat televisie en drukpers die hebben overgenomen.

Fitna bestaat pas nadat Nova en de andere televisiemakers er fragmenten uit hebben geselecteerd en vertoond. Misschien staat de film allang op het net, verdronken te midden van de vele nepversies.

Een andere typisch oude-me-dia-reactie is het voorlichtingsfilmpje About Fitna dat Radio Nederland Wereldomroep op YouTube zette, in een Engelse, Arabische en Indonesische versie. Een vermoedelijk Turkse taxichauffeur doceert daarin een onzichtbare bezoeker uit een islamitisch land hoe het in Nederland zit met de vrijheid van meningsuiting en dat Wilders óók Nederland is, zij het slechts de stem van een kleine minderheid. Het is een sussende boodschap, van boven naar beneden gezonden. Misschien is het nuttig, maar niet erg authentiek..

    • Hans Beerekamp