Wij mogen jou niet zo

Denken over jezelf en over iemand die op je lijkt doe je met dezelfde hersencellen.

Dat helpt bij het inleven in een gelijke. Maar helpt ook bij het uitsluiten van ‘de ander’.

Over onszelf en mensen met dezelfde overtuiging denken we met dezelfde hersencellen. Over anderen dus niet. Foto AFP Supporters of Democratic presidential hopeful US Sen. Hillary Clinton (D-NY) try to block a woman holding a sign in support of US Sen. Barack Obama (D-IL) outside of a polling station at the J.P. Henderson elementary school on March 4, 2008 in Houston, Texas. Voters will go to the polls today in Texas, Ohio, Vermont and Rhode Island primaries. Justin Sullivan/Getty Images/AFP =FOR NEWSPAPERS,INTERNET,TELCOS AND TELEVISION USE ONLY= AFP

Er is een gebied in het brein dat we gebruiken om na te denken over onszelf. En precies datzelfde hersengebied gebruiken we om na te denken over mensen die op ons lijken. Nadenken over mensen die anders zijn, gebeurt elders.

Dit concluderen psychologen van Harvard University deze maand in de Proceedings of the National Academy of Sciences (Early Edition, online). In het experiment ging het om liberale studenten van de Amerikaanse Oostkust, met conservatieve studenten uit het Midden-Westen als ‘ongelijke’ tegenhangers.

Refereren aan je eigen gedachten is een tweezijdig zwaard, schrijven de auteurs. Het helpt bij het inleven in gelijken, maar kan mensen uitsluiten wanneer die op het eerste gezicht als anders worden beschouwd.

Het gaat in deze kwestie om het bovenste deel van een hersengebied achter het voorhoofd, dat de mediale prefrontale cortex heet. Dat gebied is actief bij mensen die nadenken over hun eigen gedachten en gevoelens of over die van mensen die zij als gelijken beschouwen. In de functional magnetic resonance imaging (fMRI) hersenscanner licht juist het onderste deel weer op als mensen zich proberen in te leven in de geest van mensen die niet op henzelf lijken.

Deze zaken waren op zich wel bekend. Maar nog onduidelijk was of het nadenken over jezelf en je gelijken ook écht met dezelfde zenuwgroep gebeurt. Want als hetzelfde gebied actief blijkt in de hersenscanner wil dat nog niet zeggen dat dat ook dezelfde zenuwcellen zijn. Het zouden ook verschillende cellen kunnen zijn die vlak naast elkaar liggen in hetzelfde hersengebied.

Psychologen van de Amerikaanse Harvard University hebben dat nu opgelost door gebruik te maken van het feit dat de activiteit van zenuwcellen uitdooft wanneer ze herhaaldelijk worden gestimuleerd. Zo konden ze nu aantonen dat een dergelijke uitdoving ook daadwerkelijk plaatsvindt als iemand eerst over een gelijke nadenkt, en vervolgens over zichzelf. Die uitdoving gebeurt niet als diegene zich eerst in een ongelijke persoon heeft ingeleefd voor hij aan zichzelf denkt. Het lijken dus precies dezelfde zenuwcellen te zijn die aangesproken worden bij het inschatten van de gedachten, gevoelens en overtuigingen van gelijken of jezelf.

De onderzoekers rekruteerden dertien studenten uit Boston die zichzelf als liberalen beschouwden. Zij kregen twee foto’s te zien, met een korte beschrijving van de persoon. Een werd beschreven als een student uit het noordoosten van Amerika, met een liberale sociale en politieke houding. Een persoon zoals de studenten zelf. De ander werd geïntroduceerd als iemand van een grote universiteit in het Midden-Westen van het land, met conservatieve Republikeinse ideeën. Iemand met andere denkbeelden dus. Het geslacht van de twee was altijd hetzelfde als dat van de deelnemer.

Na de ‘introductie’ namen de deelnemers plaats in de scanner. Daar kregen ze steeds een foto te zien: die van de liberaal, die van de conservatief, of een tekening van de omtrek van een hoofd met het woord ‘ik’ er in. Ze moesten steeds op een schaal van 1 tot 4 aangeven in welke mate allerlei vragen op de persoon op de foto van toepassing waren. Dat waren persoonlijke vragen zonder politieke lading, zoals ‘houdt niet van champignons op pizza?’, ‘vindt het leuk om in het middelpunt te staan?’, of ‘houdt van impressionistische kunst?’

Direct na een vraag kwam het plaatje met ‘ik’, en een vraag eronder in beeld. Soms was dat dezelfde vraag als ervoor, en soms niet. Nadenken over zichzelf en het inleven in de geest van de liberale ander bleek dezelfde hersencellen aan te spreken, het zich verplaatsen in ongelijken juist andere cellen.

    • Niki Korteweg