Varkens oké, maar 80.000 is te veel

In delen van het platteland mag de intensieve veehouderij zich verder ontwikkelen.

En dan heb je zomaar een megastal met tienduizenden varkens in je achtertuin.

Hier moeten de varkenflats in Vroomshoop komen. Foto Eric Brinkhorst Vroomshoop Tonnendijk Jan Veldhuis. Lokatie varkensflats. foto eric brinkhorst Brinkhorst, Eric

Vanuit zijn woonkamer in Vroomshoop heeft Jan Veldhuis een weids uitzicht – nóg wel. Want als alle plannen doorgaan, zullen in de verte straks ten minste twee grote, industrieel opgezette varkensstallen verrijzen. Eén van 208 meter lang en 68 meter breed, voor 19.500 varkens. En één voor 24.000 varkens, van 160 meter lang en 95 meter breed. Beide waarschijnlijk tussen de 12 en 15 meter hoog.

Jan Veldhuis woont in een landbouwontwikkelingsgebied. Daarvan telt Overijssel er nu 26, die de provincie heeft aangewezen in wat een ‘reconstructieplan voor het platteland’ wordt genoemd. Landbouwontwikkelingsgebieden zijn bedoeld voor boeren die niet mogen uitbreiden waar ze nu zitten. In de ontwikkelingsgebieden mag de intensieve veehouderij dat wél. Ook Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg hebben landbouwontwikkelingsgebieden.

Veldhuis wist dat de plek waar hij al dertig jaar een bungalow bewoont, door de provincie was aangewezen als landbouwontwikkelingsgebied. ‘Fortwijk’ is het genoemd. Maar hij dacht dat het zou gaan om bedrijven die zouden worden verplaatst om natuur te sparen. Dáár had hij geen moeite mee.

Maar een industriële megastal is iets heel anders. Zijn schrikbeeld: het smalle landweggetje dat het grote aantal busjes om personeel te halen en te brengen niet aankan, evenmin als het vrachtverkeer voor de aanvoer van varkensvoer en de afvoer van mest. Verder: stank, gillende varkens, uitstoot van fijnstof en ammoniak en „ontsierende blokkendozen” in het kale, vlakke landschap tussen Vroomshoop en Vriezenveen. „Als je hier drie turven op elkaar zet, dan zie je die van grote afstand al staan.”

En dus heeft Veldhuis met de stichting ‘Vroomshoop en Omgeving een Mesthoop?’ (afgekort als ‘Vrom?’) het voortouw genomen voor een provinciaal burgerinitiatief, bedoeld om de kwestie op de politieke agenda te krijgen. De stichting heeft 6.700 handtekeningen verzameld, terwijl er maar 1.500 nodig zijn. In Gelderland, waar óók verzet is tegen de komst van megastallen in landbouwontwikkelingsgebieden, bestaan plannen het voorbeeld van Overijssel te volgen.

„Het zit de mensen erg hoog”, zegt Douwe Bouma van de stichting. „Toen we laatst bij een supermarkt stonden om handtekeningen te verzamelen, bleek dat veel mensen speciaal waren gekomen om een handtekening te kunnen zetten.” Bouma woont in Geerdijk, dat grenst aan het landbouwontwikkelingsgebied.

De stichting Vrom? overhandigt de handtekeningen vandaag aan de commissaris van de koningin, Geert Jansen. De ondertekenaars willen dat Provinciale Staten van Overijssel de aanwijzing van landbouwontwikkelingsgebieden zó wijzigen dat het moeilijker wordt megastallen te bouwen. Volgens Bouma „zeggen óók leden van Provinciale Staten verrast te zijn door het effect van hun beslissing”. Veldhuis: „Wij bieden ze nu de kans erop terug te komen.”

Veldhuis „sloeg de schrik om het hart” toen hij vorig jaar vernam dat twee grote bedrijven grond hadden gekocht voor de bouw van vier megastallen (80.000 varkens in totaal) in de gemeente Twenterand, waar Vroomshoop onder valt. Eén van die bedrijven was Family Farmers, dat óók twee megastallen heeft voorzien in de Overijsselse gemeente Hellendoorn.

„Dit zijn geen boerenbedrijven die uit het oogpunt van natuurontwikkeling moeten worden verplaatst”, zegt Veldhuis. „Het zijn grote ondernemingen, die industrieel opgezette stallen willen bouwen. Zulke bedrijven passen hier niet. Die horen thuis op een industrieterrein.” Veldhuis hoopt dat het tij nog te keren is: „Zolang er niks staat, is het niet te laat.”

Provinciale Staten van Overijssel worstelen met het probleem. De leden hebben Gedeputeerde Staten gevraagd te kijken of de bouw van megastallen kan worden tegengehouden. Maar nee, daar zien Gedeputeerde Staten geen mogelijkheden voor.

Dat de aanwijzing van ontwikkelingsgebieden in de praktijk anders uitpakt dan de bedoeling was, onderschrijft verantwoordelijk gedeputeerde Piet Jansen „ten dele”. Jansen: „Er is altijd gezegd: er zullen minder bedrijven komen, maar de overblijvers zullen groter worden. Maar inderdaad, aan die enorm grote stallen is niet gedacht.”

Veel ligt volgens Jansen nu in handen van de gemeenten. Díe moeten ‘visies’ maken voor de landbouwontwikkelingsgebieden. „Daarin kunnen ze bepalen hoe zulke blokkendozen eruitzien. Hoe groot de onderlinge afstand moet zijn en hoe ze landschappelijk kunnen worden ingepast.”

Wél hekelt gedeputeerde Jansen de rol van Family Farmers. Dat bedrijf heeft met zijn aanvragen voor grote stallen de kleinere gezinsbedrijven geen dienst bewezen, vindt hij. „Family Farmers maakt het voor anderen een beetje kapot. Zes gezinsbedrijven die zich met 2.500 varkens per bedrijf in Markelo willen vestigen. Een bedrijf dat met 5.000 varkens naar Wierden wil. Die worden nu allemaal met Family Farmers op één hoop gegooid.” Family Farmers wilde desgevraagd niet reageren.

Krijg een indruk van een megastal: nrcnext.nl/links

    • Annette Toonen