Tweede Kamer sceptisch over missie Tsjaad

De Tweede Kamer is uiterst sceptisch over de voorgenomen Europese militaire missie naar Tsjaad en de Centraal Afrikaanse Republiek. Toch wordt verwacht dat een Kamermeerderheid instemt.

In een urenlang debat met de drie meest betrokken ministers overlaadden Kamerleden van zowel coalitie als oppositie hen gisteravond met kritische vragen.

Het kabinet heeft een verkenningseenheid van 60 militairen beschikbaar gesteld voor de operatie, de grootste die de Europese Unie ooit heeft uitgevoerd. EUFOR, zoals de in totaal 3.700 militairen tellende missie heet, is bedoeld om vluchtelingen in Tsjaad en de Centraal Afrikaanse Republiek te beschermen.

De grootste zorg bij de Kamer is of de beloofde neutraliteit wel kan worden gewaarborgd. Tweede Kamerlid Karien van Gennip (CDA) noemde eerdere antwoorden van het kabinet hierover „teleurstellend”. In beide Afrikaanse landen strijden diverse groeperingen tegen elkaar en tegen de centrale regering. Zicht op een vredesakkoord is er nog niet. De EU, die op VN-verzoek voor maximaal één jaar naar het gebied trekt, kiest geen partij.

Een complicerende factor in het geheel zijn de Fransen, die de regeringen van Tsjaad steunen in de strijd tegen de opstandelingen. Volgens diverse Kamerleden moet er een duidelijker en zichtbaarder onderscheid worden aangebracht tussen de Franse en de Europese militairen. Ook bestond de zorg dat de mariniers worden aangevallen. Maar volgens minister Van Middelkoop (Defensie, CU) gaan de Nederlandse militairen als onderdeel van een Iers bataljon opereren in een gebied „waar zij geen mikpunt zijn van agressie”.

De PvdA, die al veel langer vindt dat Nederlandse vredesmissies zich meer moeten gaan richten op Afrika, wilde de mogelijkheid openhouden dat Nederland ook na afloop van het mandaat van één jaar militairen beschikbaar houdt. Minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) maakte echter duidelijk dat de mariniers niet langer blijven dan tot 15 maart 2009.