Te veel optimisme over reddingsacties

De gewone natuurwetten gelden niet meer voor objecten met een zeer kleine omvang. Misschien is het met de aandelenkoersen net zo gesteld. Vorige week ontvingen de in problemen verkerende bedrijven Bear Stearns en Alitalia allebei op het allerlaatste moment een overnamebod. Maar de daaraan voorafgaande handelsdag gingen hun aandeelhouders er nog vanuit dat ze veel meer zouden krijgen dan wat er uiteindelijk werd geboden – vijftien maal meer in het geval van Bear Stearns (hoewel dat later werd veranderd in drie maal) en vijf maal zo veel in het geval van Alitalia.

Een soortgelijk verhaal ontvouwde zich rond de geplaagde Britse hypotheekbank Northern Rock. Toen de Bank of England Northern Rock na een langdurige veiling in februari nationaliseerde, werden de aandelen verhandeld tegen 90 pence per stuk, maar de aandeelhouders mogen blij zijn als ze de helft daarvan krijgen.

Waarom waren de aandeelhouders zo optimistisch? Eén reden zou onwetendheid kunnen zijn over de werkelijke stand van zaken. De ineenstorting van Bear Stearns en de daaropvolgende reddingsactie van JP Morgan gingen zo snel, dat er weinig tijd was om de omvang van de schade te berekenen. Een groot deel van de vrij verhandelbare aandelen van Alitalia is nog steeds in handen van kleine Italiaanse beleggers, die misschien gewoon niet zo snel zijn met verkopen.

De aandeelhouders kunnen ook denken dat ze munt kunnen slaan uit het spelen van stoorzender en soms hebben ze daar nog gelijk in ook. Die van Bear Stearns lijken immers een indrukwekkende vervijfvoudiging van het bod van JP Morgan te hebben afgedwongen. Maar in zware tijden is de macht van de aandeelhouders beperkt. JP Morgan kan ook meer hebben geboden, omdat de firma besefte een fout te hebben gemaakt toen zij beloofde een deel van de activiteiten van Bear Stearns te zullen garanderen, zelfs als haar bod zou falen.

Maar er is nóg een reden voor het misplaatste optimisme van de aandeelhouders. Het lot van de drie genoemde bedrijven lag of ligt uiteindelijk in handen van de overheid. Italië hecht veel waarde aan zijn nationale luchtvaartmaatschappij en heeft jaren getolereerd dat zij verlieslijdend was. De Federal Reserve (de Fed, het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken) en de Bank of England waren niet bereid om Bear Stearns en Northern Rock zonder meer failliet te laten gaan. De aandeelhouders hebben er misschien op gegokt dat de staat toch wel tussenbeide zou komen om de stabiliteit te handhaven.

Toch lijkt die logica ietwat vergezocht. Regeringen moeten immers ook rekening houden met hun geloofwaardigheid. Die van de Britse regering werd stevig op de proef gesteld door Northern Rock. De Fed lijkt JP Morgan te hebben opgedragen een laag bod uit te brengen, om verdenkingen van een verkapte reddingsactie voor de aandeelhouders te vermijden. En hoewel Alitalia nog steeds in aanmerking komt voor een Italiaanse steunoperatie, is er geen enkele garantie dat zijn aandeelhouders ook zullen meeprofiteren. Als regeringen al over de brug komen, zullen aandeelhouders misschien minder hoge verwachtingen moeten koesteren.

John Foley

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen:www.breakingviews.com

    • John Foley