Shit, ik ben weer president

Obcan Havel is een uitzonderlijke documentaire.

Filmmaker Pavel Koutecký, een huisvriend, mocht de president overal volgen, tot in de slaapkamer toe.

Filmposter van Citizen Havel Foto Tomas Machek en Michaela Kukovicova Vaclav Havel Machek, Tomas;Kukovicova, Michaela

Aan tafel zit een broze oude man. Roken mag hij al lang niet meer van de dokter en voor zijn neus staat een glaasje whisky dat maar langzaam leger wordt. Maar het gevoel voor humor van Václav Havel (71) is intact. „Vroeg of laat word ik natuurlijk vergeten”, zegt de schrijver, oud-dissident en oud-president. „Gelukkig is er nog altijd die foto waarop ik met Schwarzenegger sta.” In het café van het Praagse filmhuis Svetozor klinkt een lachsalvo.

Zojuist heeft Havel hier voor het eerst de definitieve versie gezien van Obcan Havel (‘Burger Havel’, met een knipoog naar Orson Welles’ Citizen Kane), een documentaire over de dertien jaar die hij president was (1989-2003). Nu praat hij nog wat na. Een oordeel vellen over de film doet hij niet. „Het is moeilijk naar mezelf te kijken.” Ook voor de Tsjechen is dat niet gemakkelijk. Want naast het leven van president Havel illustreert de film pijnlijk hoe de Tsjechische politiek na de val van het communisme in snel tempo haar onschuld verliest en wegzakt in cynische partij-intriges.

Tegenwoordig is het niet veel beter, misschien wel erger. De presidentsverkiezingen van vorige maand zijn door menigeen de slechtste ooit genoemd. Na twee weken koos het Tsjechische parlement opnieuw voor Václav Klaus, Havels opvolger in 2003, tijdens verkiezingen die werden overschaduwd door corruptie, chantage en bedreigingen. Eén senator claimde tijdens de verkiezing te zijn bedreigd op het herentoilet van de Praagse Burcht, een tweede zei een grote som smeergeld aangeboden te hebben gekregen en ook werd melding gemaakt van diverse dreigende sms’jes aan parlementariërs die de nieuwe president moesten kiezen.

„We hebben méér morele integriteit nodig, méér Havel”, zegt Václav Moravec, een Tsjechische tv-journalist. Hij is één van de ruim 10.000 Tsjechen die de film sinds de première in januari hebben gezien. Net als zijn landgenoten moest hij lachen om de indrukwekkende zelfspot van Havel, die vóór 1989 voortdurend werd vervolgd of in de gevangenis zat.

Maar Moravec moest ook diep zuchten. „Zo’n president krijgen we niet snel meer.” Vladimír Hanzel, die jarenlang Havels persoonlijke secretaris was en nu tegenover hem in het café zit, noemt de film „een nostalgische reis”, een vlucht uit het heden. Havel zelf is verbaasd over het grote succes van de documentaire.

Even later moppert hij. Havel vindt het jammer dat zijn reis naar de Emiraten uit de film is weggelaten.

Vooral het absurdisme van de scène waarin hij een rij Arabieren met tulbanden de hand schudt en zich afvraagt of hij in een kamer met klonen is beland, was hem dierbaar. Producent Jarmila Poláková, resoluut: „We móesten onder de drie uur blijven.”

Obcan Havel is een uitzonderlijke documentaire. Filmmaker Pavel Koutecký, een huisvriend, mocht de president overal volgen, tot in de slaapkamer toe, op voorwaarde dat de beelden pas vijf jaar na de laatste termijn van Havel zouden worden geopenbaard. Het resultaat was 45 uur filmmateriaal, 90 uur geluid en vooral een zeer intiem kijkje in het leven en werken van een president.

Vlak na Havels miraculeuze carrièrewending doen zich de eerste morele dilemma’s voor. De tuin van de Praagse burcht, zijn residentie, blijkt al jaren te zijn bezet door burgers die daar aardappels telen. De man van het volk moet het volk nu wegsturen, maar zegt: „U kunt voorlopig blijven. In dit land duurt het nemen van elke beslissing toch twintig jaar.”

„Shit, ik ben weer president.” Met die woorden begint Havel zijn tweede termijn als president van Tsjechië in 1998. De eeuwige dissident is nog niet gewend aan zijn nieuwe huid. Hij moet zich niet alleen zorgen maken over het landsbelang, ook over voorheen futiele zaken, zoals de roos op zijn schouders en het presidentiële bestek. Koutecký die door een dodelijk ongeluk in 2006 het eindresultaat van zijn project niet meemaakte, staat er bij en kijkt er naar.

Volgens Hanzel ging zijn vroegere baas zich niet anders gedragen voor de camera. „Koutecký had een gave: hij stelde nooit vragen, gaf nooit instructies en observeerde alleen maar. Daardoor vergaten we dikwijls dat er een camera aanwezig was.”

De vele aanvaringen met Václav Klaus komen ook uitgebreid aan bod in de film. Klaus, de huidige president, was in de jaren negentig minister van Financiën en premier en koesterde diepe minachting voor Havel, die hij een zweverige idealist vond. In de film schildert Havel Klaus af als een cynische en arrogante botterik die, op jacht naar populariteit, „altijd op de middelmaat mikt”.

Havel krijgt Klaus in de film maar één keer op de knieën, tijdens het bezoek in 1994 van Bill Clinton. Klaus, jazzfan, heeft gehoord dat de Amerikaanse president in een Praagse jazzclub saxofoon gaat spelen. Hij smeekt om aanwezig te mogen zijn, maar Havel belooft niets. „Als het moet kan ik tien keer zo bot zijn als Klaus”, zegt Havel even later glunderend tegen zijn adviseurs.

Maar op het allerlaatste moment mag Klaus tóch komen, want Havel kan gewoon niet tien keer zo bot zijn. Als een kind zo blij zit Klaus even later in de jazzclub, terwijl Clinton een nummertje wegblaast. Een scène die de Tsjechische bioscoopbezoekers doet schaterlachen. In café Svetozor is Havel weer aan het mopperen. Ditmaal over de filmposter, waarop hij afgebeeld staat met twee verschillende sokken en zijn hond. „Wat ik vooral erg vind is de man op die poster.”

Meer over de documentaire op: obcanhavel.cz

    • Stéphane Alonso