Rinnooy Kan in bres voor laatbloeiers

Kinderen uit arme gezinnen krijgen in het Nederlandse onderwijs niet dezelfde kansen als kinderen uit welgesteldere milieus. Volgens Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER) komt dat doordat in Nederland al op 12-jarige leeftijd, bij de CITO-toets, wordt besloten welke vervolgopleiding kinderen gaan doen. Laatbloeiers krijgen volgens hem geen kans. Hij vindt dat zij weer diploma’s moeten kunnen stapelen, om alsnog de universiteit te halen.

Rinnooy Kan was vandaag de hoofdspreker van de zogenoemde Hofstadlezing die Ernst & Young en Algemeen Dagblad organiseren. Hij hield in brede zin een pleidooi om zuinig te zijn op Nederland. Met een knipoog naar de beweging van Rita Verdonk, Trots op Nederland, zei hij dat zuinig zijn „meer inhoudt dan passieve waardering voor Nederlandse tradities en verworvenheden”. „Wie trots is, is tevreden. Wie zuinig is, is zorgzaam en bij vlagen bezorgd”, aldus de SER-voorzitter.

In dit verband sprak hij over gelijke kansen voor kinderen in het onderwijs. De SER-voorzitter vindt dat er in Nederland niet zuinig genoeg wordt omgesprongen met talent. Hij verwees naar onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) waaruit blijkt dat in Nederland kinderen van arme ouders minder kansen hebben in het onderwijs dan kinderen uit welgesteldere milieus. In landen als Finland en de Verenigde Staten is dat anders.

Lees de volledige toespraak via nrc.nl/binnenland