Premier Irak geeft Leger van de Mahdi 72 uur

De Iraakse premier Nouri al-Maliki heeft de shi’itische militiestrijders van Muqtada Sadr in de grote zuidelijke stad Basra vandaag 72 uur de tijd gegeven om de wapens neer te leggen en geweld af te zweren. Het Iraakse legeroffensief ‘Aanval van de Ridders’ begon gisteren in de oliestad, officieel om de stad van milities en misdaadbendes te zuiveren. Tot dusverre is het de facto alleen gericht tegen Sadrs Leger van de Mahdi. Bij het offensief zijn volgens veiligheidsbronnen zeker 40 mensen gedood en 200 gewond. De gevechten duurden vanochtend voort.

In shi’itische wijken in Bagdad, waarnaar de gevechten zijn overgeslagen, zijn ongeveer 15 doden en 140 gewonden gevallen. In het overwegend shi’itische Zuid-Irak is het ook in andere steden onrustig. Volgens de politie hebben Sadrs strijders zich van verscheidene districten in de stad Kut meester gemaakt. De stad Al-Amara zou helemaal in handen zijn van Sadrs militie.

Drie Amerikaanse burgers die voor de Amerikaanse regering in Bagdad werken, werden vandaag ernstig gewond bij een mortieraanval op de Groene Zone, waar de Amerikaanse ambassade en Iraakse regeringsinstanties zijn gevestigd. De Groene Zone is sinds enkele dagen doelwit van raket- en mortieraanvallen vanuit shi’itische wijken die worden beschouwd als wraakoefening van Sadrs Leger van de Mahdi. Vier Iraakse burgers vonden de dood bij beschietingen die de Groene Zone misten.

Premier Maliki, die naar Basra is gegaan om leiding te geven aan het offensief, liet weten dat de militiestrijders worden gespaard als zij zich overgeven. Zo niet, dan volgen „zware straffen”. Hij gaf niet aan wat die straffen inhouden. De straten van Basra waren vanochtend zo goed als leeg, op Iraakse regeringsmilitairen na. De Amerikaanse ambassade juichte het offensief toe als teken dat de Irakezen „meer verantwoordelijkheid op hun schouders nemen”. (Reuters, AFP, AP)