Nederland erft in 2009 onveilig vliegveld Bonaire

Met Nederlands geld werd in 2000 de KLM van Curaçao naar Bonaire gelokt. Maar de KLM heeft het eiland niet meer nodig. Het onveilige vliegveld is binnenkort van Nederland.

Het was een koopje voor de KLM. Met meer dan 10 miljoen euro aan ontwikkelingsgeld kreeg de luchtvaartmaatschappij in 2000 een gerenoveerde startbaan op Flamingo Airport, Bonaire. Plus een verbouwde terminal én lage kerosinetarieven. Aangeboden door het eilandsbestuur van Bonaire, goeddeels betaald door het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken. Acht jaar later krijgt Nederland de rekening gepresenteerd. Volgend jaar, als Bonaire Nederlands grondgebied wordt, is Nederland eigenaar van de luchthaven. Maar de gerenoveerde startbaan is onveilig, de KLM trekt zich goeddeels terug en het vliegveld lijdt een miljoenenverlies.

De KLM is de lachende derde. „We zaten en zitten op rozen en het kost ons geen cent”, zegt een ingewijde bij de KLM. „Voor die investeringen hoefden we niets te betalen. Bonaire is sindsdien vooral een tussenstop voor vluchten vanuit Zuid-Amerika. Maar zodra op die route grotere vliegtuigen worden ingezet, 777’s, is die tussenstop niet meer nodig.”

Dat was in 2000 anders. De KLM week toen uit van Curaçao naar Bonaire als gevolg van een slepend conflict met de Antilliaanse overheid. Dat escaleerde toen in 2001 de Antilliaanse luchtvaartmaatschappij DCA rechtstreeks op Schiphol ging vliegen. De KLM kreeg sindsdien op vliegveld Hato een tweederangs behandeling. Althans, zo werd dat ervaren. Toen daar nog eens onenigheid over de kerosineprijs bijkwam – vliegtuigbrandstof wordt door de Curaçaose overheid verkocht – lonkte het Bonairiaanse eilandsbestuur.

En met succes, zeker na toezeggingen over verlenging van de landingsbaan, nieuwe platforms voor de KLM-toestellen én een speciale pier en opslagvoorziening voor vanuit Aruba aangevoerde kerosine. De KLM vliegt gemiddeld 13 keer per week op Bonaire.

Maar de KLM wist al die tijd dat de tussenstops tijdelijk zouden zijn. Naar Peru vliegt de KLM sinds vorig jaar rechtstreeks. Onderweg naar Ecuador wordt Bonaire wel aangedaan, maar ook dat is nog een kwestie van tijd.

Formeel doet de KLM overigens geen mededelingen over haar toekomstplannen voor Bonaire. Ook over de bevindingen van Verkeer en Waterstaat doet de KLM inhoudelijk geen uitspraak. Maar het is waarschijnlijk een kwestie van tijd dat de KLM Bonaire niet meer nodig heeft. Terwijl Flamingo Airport het vooral van tussenstops moet hebben. Van de 573.000 passagiers in 2006, bijvoorbeeld, ging het daarbij om meer dan de helft van de reizigers.

Maar Flamingo Airport heeft nog meer problemen. Ambtenaren van het Nederlandse ministerie van Verkeer en Waterstaat concludeerden eind vorig jaar dat de startbaan als onveilig en afgeschreven moet worden beschouwd. Rubberafzetting op de banen leidt bij regen tot gevaarlijke gladheid. Asfaltlagen zijn zo versleten dat het gevaar bestaat dat motoren teerplakken opzuigen.

Bovendien is bij calamiteiten de veiligheid op het vliegveld niet gegarandeerd en voldoen rampenplannen niet aan internationale veiligheidseisen. De vluchtstroken aan weerszijden van de baan zijn te kort en niet geëgaliseerd, zo wordt geconcludeerd in een vertrouwelijk rapport dat ingenieursbureau NACO (Netherlands Airport Consultants) vorig jaar november voor het ministerie opstelde. De risico’s komen volgend jaar voor rekening van Nederland. Op Verkeer en Waterstaat is de NACO-rapportage ingeslagen als een bom. Niet alleen omdat het vliegveld mogelijk tijdelijk gesloten moet worden, maar ook omdat het volstrekt onduidelijk is wie daarna de renovatiekosten, naar eerste schatting meer dan 20 miljoen euro, moet betalen.

Dat maakt de vraag actueel hoe een voor de KLM zo gunstige renovatie op zo’n strop kon uitdraaien. In een vorig jaar opgesteld rapport door de Antilliaanse Rekenkamer wordt de conclusie getrokken dat de renovatie volstrekt chaotisch en vooral oncontroleerbaar is uitgevoerd. Administratie en financiële verantwoording zijn niet meer te achterhalen. De rechtmatigheid van besteding van de Nederlandse ontwikkelingsgelden was dan ook niet meer vast te stellen. Wel dat er voor minstens 680.000 euro onnodig extra kosten waren gemaakt.

Uit justitieel onderzoek in 2003 was al gebleken dat de betrokken bouwbedrijven, dochterondernemingen van de Nederlandse bouwconsortia KWS en Janssen de Jong, smeergeld hadden betaald aan lokale politici – onder wie gedeputeerde Ramoncito Booi, in functie vergelijkbaar met een Nederlandse wethouder.

Omkooppraktijken waren op Bonaire aan de orde van de dag, verklaarde de toenmalige directeur Cees Lutgendorff van die KWS-dochter indertijd tegenover justitie. Samen met de directeur van die andere Nederlandse dochteronderneming betaalde hij toen jaarlijks zo’n 40.000 euro aan smeergeld. Formeel voor verkiezingsactiviteiten. Maar volgens de directeur verdween dat in de zakken van politici. Booi zelf heeft die beschuldigingen altijd ontkend.

De Antilliaanse minister van Verkeer en Vervoer, Maurice Adriaens, heeft gezegd dat de Antilliaanse overheid niet voor de renovatiekosten of de verliezen (in 2006 894.000 euro) opdraait. De luchthaven valt volgens hem volledig onder de verantwoordelijkheid van Nederland.

Lees de NACO-rapportage en andere artikelen op nrc.nl/antillen