Missie is neokoloniale steun

Zolang er geen einde komt aan de neokoloniale rol van de Fransen in Tsjaad is Nederlandse steun aan deze EU-missie onverstandig, vindt Ewout Irrgang.

Tekening Cyprian Koscielniak Koscielniak, Cyprian

De Kamer besluit morgen of Nederland een bijdrage zal leveren aan de EUFOR-missie in Tsjaad en de Centraal Afrikaanse Republiek (CAR). Het doel van de EU-operatie is de veiligheid en stabiliteit in Tsjaad en de CAR, in het gebied langs de grens met Darfur te verbeteren. Het gebied is het tafereel van grove mensenrechtenschendingen en grote humanitaire nood. De verschrikkelijke beelden van de vluchtelingenkampen staan ons op het netvlies. Machteloos kijkt de wereld al jaren toe hoe de Soedanese regering iedere buitenlandse inmenging in Darfur weet te frustreren.

Hoe mooi leek daarom de oplossing om in het aangrenzende Tsjaad een missie te stationeren ter bescherming van de honderdduizenden vluchtelingen. Totdat begin februari Tsjadische rebellen door hun opstand roet in het eten leken te gooien. Volgens de Tsjadische president Déby was deze rebellenopstand een door Soedan gesteunde actie om te voorkomen dat EUFOR zou worden gestationeerd. De waarheid is helaas een stuk gecompliceerder.

De Europese missie komt er op initiatief van de Fransen, nadat president Déby eerder een missie onder VN-vlag had afgewezen. Het merendeel van de missie bestaat uit Franse troepen en ook een groot deel van de helikopters en logistieke ondersteuning wordt door de Fransen geleverd, evenals de troepencommandant. Het operationele hoofdkwartier bevindt zich in Frankrijk. Tegelijkertijd heeft Frankrijk op grond van een bilaterale overeenkomst met Tsjaad permanent 1.250 militairen in het land gestationeerd onder de naam ‘Epervier’. Epervier heeft als doel de Tsjadische regering te beschermen.

Volgens diverse media heeft Frankrijk de afgelopen jaren voor miljoenen euro’s aan wapens aan Déby geleverd en doet het dit nog steeds, hoewel deze leveranties waarschijnlijk in strijd zijn met de EU-gedragscode voor wapenuitvoer. In Tsjaad is namelijk geen sprake van ‘goed bestuur’. De Tsjadische president kwam door een militaire staatsgreep aan de macht en al bijna twee decennia lang weet de zwaar corrupte leider iedere vorm van oppositie uit te schakelen. Déby kreeg het ook voor elkaar om de afspraken die onder leiding van de Wereldbank waren gemaakt over de aanwending voor sociale sectoren van de opbrengsten van de oliepijplijn in Tsjaad en Kameroen de nek om te draaien. De opbrengsten gaan sindsdien voornamelijk naar een kliek rondom Déby en de aankoop van wapens uit Frankrijk en de VS, die met een aandeel van ExxonMobil van 40 procent in het pijplijnproject garen spinnen bij deze gang van zaken. Geen wonder dat de Veiligheidsraad, met Frankrijk en de VS als permanente leden, onlangs de positie heeft ingenomen om de regering van Tsjaad binnen de mogelijkheden van het VN-Handvest te steunen, als deze hierom zou vragen.

De oppositie, inclusief de rebellen, hebben dus hun redenen om van Déby af te willen en de oorlog te verklaren aan de EUFOR-missie. De Fransen van de Epervier-missie helpen Déby immers aan informatie over de rebellen en dus vrezen zij dat de Fransen van de EUFOR-missie dit ook doen. Het is naïef om te verwachten dat EUFOR als een neutrale partij in Tsjaad zal worden gezien.

De missie loopt bovendien binnen één jaar weer af en is daardoor per definitie te kort om werkelijk bescherming te kunnen bieden aan de burgerbevolking. Concrete afspraken over opvolging door een VN-macht in 2009 zijn er niet.

Nederland zou er verstandiger aan doen te pleiten voor een VN-missie en de steun aan deze door Frankrijk gedomineerde EUFOR-missie in te trekken. Steun aan de EUFOR-missie betekent een verdere escalatie van het conflict. Dat kan toch niet de bedoeling zijn.

Ewout Irrgang is lid van de Tweede Kamer voor de SP.