Iraaks offensief in Basra zet bestand op het spel

De Iraakse regering pakt in een groot offensief de onveiligheid in Basra aan. Maar Muqtada Sadrs militie denkt dat het de bedoeling is haar uit te schakelen als politieke macht.

Muqtada al-Sadr Foto AFP (FILES) -- This July 31 2006 file photo shows Iraqi Shiite cleric Moqtada al-Sadr during a press conference in the holy city of Najaf, south of Baghdad. The anti-US cleric will remain in overall charge of his Shiite radical movement even as he steps back from its day-to-day operations to pursue his religious studies, aides said on March 10, 2008. AFP PHOTO/FILES/QASSEM ZEIN AFP

Het staakt-het-vuren dat de rebelse, anti-Amerikaanse shi’itische geestelijke Muqtada Sadr vorig jaar augustus afkondigde, is een van de belangrijkste redenen waarom het geweld in Irak na de zomer ruimschoots is gehalveerd. Dat beaamt zelfs het Amerikaanse leger, dat Sadrs Leger van de Mahdi vorig jaar nog het allergrootste gevaar in Irak noemde.

De militie, volgens ruwe schattingen zestig- tot honderdduizend man sterk, wordt verantwoordelijk geacht voor een groot deel van de golf van sektarische moorden op sunnieten die volgde op de aanslag op de shi’itische Gouden Moskee in Samarra in februari 2006.

Vorige maand verlengde Sadr het bestand. Maar dat was geen vanzelfsprekende zaak. De stemming van zijn aanhang – de shi’itische onderklasse voor wie de populist Muqtada Sadr een held is – was immers ernstig verslechterd. De Amerikanen en de Iraakse autoriteiten gebruiken wel mooie woorden, zeggen de sadristen, maar misbruiken het bestand om strijders van het Leger van de Mahdi op te pakken onder het mom dat het „bandieten” zijn. „Ze schijnen zich niet te realiseren dat de sadristische trend als een vulkaan is”, zei Abdul-Hadi al-Mohammedawi vrijdag volgens het persbureau Associated Press tegen de gelovigen in Kufa bij Najaf, waar Sadr zijn hoofdkwartier heeft. „Als hij explodeert, zal hij hun verrotte koppen vermorzelen.”

Het offensief dat het Iraakse leger gisteren tegen Sadrs militie inzette in Basra, de grote zuidelijke oliestad, heeft de sadristen nog bozer gemaakt. Daarmee staat het bestand op het spel én de fragiele rust in Irak (die eruit bestaat dat maandelijks gemiddeld nog zeker 600 tot 800 mensen door geweld om het leven komen).

De regering van premier Nouri al-Maliki, ook een shi’iet maar van de concurrerende Dawapartij, zegt dat het leger Basra (met 1,5 miljoen inwoners de op één na grootste stad van het land) gaat zuiveren van milities en misdaadbendes die er onderling strijden om invloed en oliegeld. De onveiligheid die al groot was toen het Britse leger in Basra was gelegerd, is verder toegenomen sinds de Britten zich in december op het vliegveld hebben teruggetrokken. Vandaar kijken ze nu toe hoe 15.000 Iraakse militairen en de sadristen slag leveren.

Volgens Sadrs strijders wordt alleen het Leger van de Mahdi aangepakt. Zij zijn ervan overtuigd dat de shi’itische concurrentie, behalve de Dawa de eveneens prominent in de regering vertegenwoordigde Opperste Islamitische Iraakse Raad van Abdelaziz al-Hakim, de sadristen als politieke factor wil uitschakelen voor de provinciale verkiezingen. Die hebben waarschijnlijk in oktober plaats.

De Dawa en Hakims Opperste Raad vertegenwoordigen de shi’itische middenklasse. Wie in het shi’itische zuiden de meeste stemmen krijgt, heeft de meeste greep op de olie. Het grootste deel van de Iraakse olie komt uit het zuiden, terwijl de Koerdische autonome regering alle zeggenschap over de noordelijke olie opeist. De Iraakse regering heeft dus alle reden de zuidelijke olie-opbrengst voor zich veilig te stellen.

Sadr heeft nog niet expliciet gedreigd het staakt-het-vuren op te zeggen. In een door een medewerker voorgelezen verklaring riep hij de Irakezen gisteren op eerst in het hele land betogingen te houden en stakingen te organiseren om stopzetting van het geweld en de vrijlating van alle – inmiddels duizenden – gevangen sadristen af te dwingen. „Als de regering niet naar ons luistert kondigen we een burgerrevolte af”, aldus de verklaring. Daarna komt „een derde stap”, maar de invulling daarvan werd niet aangegeven.

In Basra, maar ook in andere Zuid-Iraakse steden waar het Leger van de Mahdi sterk vertegenwoordigd is – Hilla, Kut, Samawa en Nassiriya – is door de autoriteiten een nachtelijk uitgaansverbod afgekondigd. De toestand is er zeer gespannen, evenals in Sadr City, de grote shi’itische sloppenwijk van Bagdad die een belangrijk bolwerk van Muqtada Sadr is. Gisteravond en vandaag meldden getuigen er gevechten tussen Amerikaanse en Iraakse militairen enerzijds en strijders van het Leger van de Mahdi anderzijds. Volgens Iraakse functionarissen waren in andere wijken van Bagdad eveneens voor het eerst sinds tijden weer gewapende leden van Sadrs militie op straat verschenen die winkeliers dwongen aan de stakingsoproep gehoor te geven.

Commandanten van het Leger van de Mahdi zeiden tegen AP dat ze uit Iran nieuwe wapens hebben gekregen. Het Amerikaanse leger beschuldigde afgelopen weekeinde Iran van de levering van de raketten waarmee de zwaar beveiligde Groene Zone in Bagdad vanuit Sadr City en andere shi’itische wijken werd bestookt. Ook vandaag werden weer raketten afgevuurd op het gebied waar Iraakse regeringsinstanties en de Amerikaanse ambassade zijn gevestigd.

Het geweld in Irak neemt sinds januari weer gestaag toe. Dat is voor een belangrijk deel het gevolg van zelfmoordaanslagen die aan sunnitische extremisten worden toegeschreven. Als Muqtada Sadr zijn manschappen weer de vrije hand zou laten, komt de tweede fase van de burgeroorlog in zicht.