iGelul

Je zou denken dat het al lang uit had moeten zijn. Een modern taaldingetje waarvan je denkt: één keer is leuk, twee keer is eigenlijk al heel stom, dus waarom zie ik het nu overal?

Ik heb het natuurlijk over het voorvoegsel ‘i’. Computerbedrijf Apple is ermee begonnen. iPod, iTunes, iBook. Er zal wel een of andere marketingafdeling achter hebben gezeten waar men collectief is losgegaan op een flap-over: „‘i’ gaat over individualiteit, ik zie mensen die zelf hun leven inrichten, ik zie de moderne samenleving waarin we elkáár onszélf laten zijn!” Zulk soort gelul.

Maar wel succesvol, want het i-voorvoegsel duikt overal op. iFood wil informeren over gezonde voeding, iLove is een contactadvertentiesite, iSex ook. iGarden is een tuinwinkel, iWoman is software waarmee je je menstruatiecyclus kunt bijhouden, iChristian is iets met merchandize rondom Jezus. iKlus is een klusbedrijf. iBaarheid bestaat nog niet, maar het kan niet lang meer duren.

Nog niet zo lang geleden was alles met ‘e-’. E-mail was toen net hip, en dan moesten dingen ook ineens e-commerce heten, of e-dentifier. Of e-buddy, e-learning, eBay. Maar dat had altijd nog wel iets met ‘electronisch’ te maken. Het i-voorvoegsel betekent niets, dat kun je gewoon facultatief voor een woord pleuren. Hetzelfde staat trouwens te gebeuren met ‘you’, omdat Youtube zo populair is („‘You’ is sharen, you is de community in!” aldus weer de denkbeeldige flap-over).

Maar nu zijn we nog volop bezig aan het ‘i’-tijdperk (iTijdperk). Dat elke trend zijn wanstaltige uitwassen heeft, bewijst de slogan van Amsterdam, ‘I Amsterdam’. Een nare woordspeling, die ook nog eens niets betekent. Het is ook onduidelijk welk gevoel er overgebracht moet worden. Het zal wel iets zijn met identiteit en trots op iets. Dat het in het Engels is, stoort ook.

Als ze in Bennebroek nou eens de slogan ‘Ik Bennebroek’ zouden aannemen. Slaat ook nergens op, maar klinkt wel een stuk sympathieker.

    • Paulien Cornelisse