Het jaar 2008 is jaar één na J.C.

Als Verlosser werd Johan Cruijff bij Ajax ontvangen.

De Verlosser stuitte echter op verzet van Marco van Basten. Daarmee lijkt het tijdperk-Cruijff voorbij.

Het jaar 2008 is jaar één na J.C. Johan Cruijff moet plaats maken voor nieuwe generatie Illustratie Bas van der Schot Schot, Bas van der

Was het bovenal een kortstondige hype, waaraan thuis in Barcelona, op chefsniveau, dus door de vrouw van de ster, een einde is gemaakt? Hoe dat ook zij, het is in Nederland plotseling weer stil rondom Johan Cruijff, hoewel het nog maar een maand geleden is dat hij zich onverwacht en onder algemeen applaus voor een volgende rol als verlosser meldde, dit keer bij de ledenraad van zijn Ajax.

Op afstand in Spanje had hij de afgelopen jaren kunnen vaststellen dat het met de fameuze jeugdopleiding van Ajax niet goed gaat. Vooral daaraan, en aan de technische organisatie, wilde hij snel wat doen, was zijn mission-statement. Tot twee weken later, twee weken geleden dus, zijn kroonprins Marco van Basten, nu nog bondscoach maar straks trainer van Ajax, zijn bedenkingen uitsprak. Niet zozeer tegen de richting, maar tegen de snelheid en de omvang van wat Cruijff zelf ,,een scherp plan” had genoemd.

Was het hier nu gegaan om een ernstige botsing, een ononderhandelbaar conflict, tussen de twee heren? Of had de man van die vrouw in Barcelona de gezochte aanleiding gevonden? Dat zullen wel open vragen blijven. Wat zei Van Basten jongstleden zaterdag in de Volkskrant? „Cruijff is het niet gewend dat mensen zeggen: dat gaat niet door”.

Een functie, laat staan een functieomschrijving met bijbehorend takenpakket, had Cruijff niet gewild. Een vraag bleef een maand geleden ook aan wie hij verantwoordelijk zou zijn, of wie verantwoordelijk jegens hem zouden zijn. Niemand die er een been in zag, want Cruijff is er immers ondanks al zijn grote verbale waterverplaatsingen, of misschien juist daardoor, altijd goed in geslaagd een zekere raadselachtigheid te bewaren.

Raadselachtigheid als renommee, als het ware, die elke taxateur op zijn eigen manier kon uitleggen. Zoals gebeurde sinds de nu 60-jarige Cruijff als 17-jarig spichtig talent in het eerste van Ajax debuteerde en sindsdien de wereld verblufte, eerst als voetballer, vervolgens als trainer en daarna als tv-orakel. De lijst van bekwame explicateurs van wat gaandeweg meer het verschijnsel-Cruijff dan de persoon of de voetballer werd, is lang. Zij reikt van miljoenen deskundigen langs de krijtlijnen en in stamcafés tot Nico Scheepmaker. En van Godfried Bomans, Jan Wolkers, Kees Fens en Anna Enquist tot Aad Nuis, Freek de Jonge, Arnon Grunberg en Pieter Winsemius.

Nieuw is trouwens wel dat uit die laatste groep de afgelopen weken naast heldendichten van Cruijffs vrijwillige buiksprekers voor het eerst ook enige scepsis over diens consistentie en verlosserswaarde opklonk.

Ruim tien jaar geleden, toen Cruijff vijftig werd, verscheen er een aan die verjaardag gewijd nummer van het voetbaltijdschrift Hard Gras. Hij was toen, geslaagd als eigenzinnig speler én trainer, vermoedelijk op het toppunt van zijn roem. De auteurs die aan dat van bewondering stijf staande nummer hadden bijgedragen zou je als collectief eerder hebben verwacht in Paradiso of de Stadsschouwburg dan op de Ajax-tribunes. Veel plezier, veel dank ook aan die talentvolle spicht die een (hun) wereldster geworden was, kenmerkten dat nummer.

In zekere zin had Cruijff als fenomeen Nederland meer op de wereldkaart gezet dan enige andere Nederlander. Ik herinner me uit die tijd een reis naar de Arabische Golfstaat Oman, waar ik met een Amerikaanse collega een gesprek met een minister zou hebben. Van het afgesproken thema kwam niets, de man wilde van mij eigenlijk alleen maar zoveel mogelijk horen over ‘Kroeiif’.

In datzelfde nummer van Hard Gras schreef Hubert Smeets destijds een gedurfd essay over de betekenis van Cruijff als representant van de naoorlogse geboortegolf. Namens en voor deze babyboomers is Cruijff een soort aanvoerder geworden van een nieuwe elite in veranderend Nederland, ook buiten het veld. Een elite die zichzelf moest bewijzen door haar daden en niet meer kon leunen op afkomst of andere verdiensten in het verleden, aldus Smeets toen.

Als daarvan destijds iets klopte, zou je in Cruijffs retirade in Amsterdam nu iets kunnen terugvinden van een breder, in feite logisch proces. Een proces waarin ‘oude’ babyboomers plaatsmaken voor volgende generaties namelijk.

Joep Bik is medewerker en columnist van NRC Handelsblad.

Lees ook het nieuwsthema ‘Ajax’ via nrc.nl/ajax

    • Joep Bik